Printable version  Printable version
Uitgaande v/d genade ...
    De strijd die u niet ...
    De weg naar Verhe...
    Genade en Wet
    Abraham vond gena...
    Ethiek en Genade
    Genade revolutie
    Gods plezier
    Goed genoeg!
    Nieuw denken v/e ...
    Volksdictator: Ethiek
    Werelds denken vo...
Bijbelcommentaren
De komst van de Heer
Geschiedenis en Tijd
Herstel van alle dingen
Het geestelijke leven
Het Koninkrijk van God
Israel en Juda
Overig

dr. Harry Coffman met Jolande Bijl

Ontdek wie je werkelijk bent

Copyright © 2010: Jolande Bijl

Omslagontwerp: Mark Knopper

Grafische productie en begeleiding: www.qualitydots.nl

Auteur: dr. Harry Coffman

Tekst en opmaak: Jolande Bijl

Uitgever: Par CC, Naarderweg 4, 3891 DK Zeewolde

ISBN: 978-94-90528-04-1

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige

vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door middel van druk,
fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

www.bijbelinfo.nl heeft toestemming gekregen voor publicatie.

Meer informatie kunt u vinden op de website: www.ikbengoedgenoeg.nl

Inhoud

Aanbeveling

Inleiding: Een bijzondere ontmoeting

Voorwoord: Waarom dit boek?

Deel 1: De ontdekking van mijn leven

Hoofdstuk 1: Hoe ik tot geloof kwam

Hoofdstuk 2: Na mijn bekering

Hoofdstuk 3: Mijn bijna-doodervaring

Hoofdstuk 4: Wat is er mis met mij?

Hoofdstuk 5: Het geheim van rechtvaardigheid

Hoofdstuk 6: Wat doen we met zonde?

Hoofdstuk 7: Mijn eerste opdracht

Hoofdstuk 8: Leven in het bovennatuurlijke

Hoofdstuk 9: Laat het maar regenen

Deel 2: Rechtvaardigheid in praktijk

Hoofdstuk 10: Vernieuw je denken

Hoofdstuk 11: Het Koninkrijk van God

Hoofdstuk 12: Kan ik nu doen wat ik wil?

Hoofdstuk 13: Wil je echt avontuur?

Hoofdstuk 14: De voorrechten van rechtvaardigheid

Hoofdstuk 15: De vrucht van rechtvaardigheid

Bijlage: Teksten voor meditatie

Nawoord: Eindelijk goed genoeg

Aanbeveling

Harry Coffman is een van die weinige mensen die op mijn leven een onuitwisbare invloed heeft gehad. Na onze eerste ontmoeting, waarbij hij over mij profeteerde met een buitengewone exactheid, vroeg ik hem hoe hij deze wonderlijke bediening van profetie had ontvangen. Hij antwoordde dat hij twee jaar in de wouden had gelopen om Gods stem te leren verstaan. Sindsdien wandel ik iedere dag twee uur in de bossen van Zeewolde om mijn ontmoeting met de Vader te hebben.

Het luisteren naar zijn stem heeft mij zelf bevestigd als een beminde van de Vader en heeft mij al voor menige dwaasheid bewaard. Ik zie nu anderen door Gods ogen. En ik ben nog maar net begonnen!

Gordon van Veelen, director Healing Rooms Zeewolde

Inleiding – Een bijzondere ontmoeting

Eén ontmoeting kan bepalend zijn voor de rest van je leven. Ik had zo’n ontmoeting in 2002 met Jezus. Toen ik in een diep dal zat, schoot Jezus een pijl door mijn hart. Hij raakte mij zo diep met zijn liefde, dat mijn leven radicaal veranderd is. Vijf jaar later had ik opnieuw een bijzondere ontmoeting die van grote invloed geweest is op mijn leven en mijn bestemming. In juli 2007 werkte ik als vrijwilliger mee aan een conferentie in Barneveld. De event manager vroeg mij of ik gasten wilde ophalen die in een hotel in Ede verbleven. Zo was ik deze vier dagen de persoonlijke chauffeur van Harry en Roberta Coffman, een echtpaar uit Portland, Oregon.

Harry was uitgenodigd om op deze conferentie te spreken. Tijdens de ritjes van Ede naar Barneveld en terug raakten we aan de praat. Harry bleek een profeet te zijn. Ik was blij dat ik dat van tevoren niet wist, want dan had ik niet zo ontspannen in de auto gezeten. Ik dacht namelijk dat profeten mensen waren die dwars door je heen konden kijken en alles van je wisten, ook je fouten en tekortkomingen. En als Harry kon zien wie ik was, zou hij me vast en zeker veroordelen.

Tot mijn opluchting zei Harry niets over mij, maar begon hij over mijn man. “Komt je man ook naar de conferentie?”, vroeg hij. “Nee”, zei ik, “hij houdt niet zo van grote conferenties. Hij voelt zich prettiger in kleinere gezelschappen. Maar waarom wil je dit weten?” “Omdat ik aan hem moet denken”, zei Harry. Dat vond ik vreemd. Harry kende mijn man niet, hoe kon het dan zijn dat hij aan hem dacht? “Wat denk je dan?”, vroeg ik nieuwsgierig. “Ik denk aan wat ik God over hem hoor zeggen”, antwoordde Harry. Nu was mijn interesse helemaal gewekt. Wat zou God Harry verteld hebben over mijn man? Ik durfde het niet te vragen.

De volgende ochtend haalde ik Harry en Roberta weer op bij hun hotel. Ik vroeg of ze lekker geslapen hadden. “Ja”, zei Harry, “maar ik heb veel nagedacht over je man. Komt hij vandaag naar de conferentie?” “Nee”, zei ik en legde hem nogmaals uit dat Dik niet van massabijeenkomsten houdt. Toen kreeg ik een idee. “Ik denk dat hij je graag wil ontmoeten”, zei ik. “Is het goed dat hij je vanavond ophaalt om ergens een hapje te gaan eten?” Dat vond Harry een goed idee en toen ik het Dik voorlegde, leek het hem ook een goed plan. Dik was benieuwd naar Harry en hij was ook nieuwsgierig naar wat God tegen hem gezegd had.

Die avond kwam Dik Harry halen. Nadat ze een tijd met elkaar gesproken hadden, legde Harry zijn hand op Diks arm. “Nu zal ik je vertellen wat God tegen me gezegd heeft”, zei hij. Dik had verwacht dat Harry nu zijn stem zou verheffen en plechtig zou zeggen: “Zo spreekt de Heer”, maar dat gebeurde niet. Op een rustige, liefdevolle wijze vertelde Harry dat Dik heel veel mensen zou bereiken met het gedachtegoed van Christus, zonder daarbij christelijke terminologie te gebruiken. Hij zou daarover boeken schrijven die zeer populair zouden worden en waarmee hij zijn brood zou kunnen verdienen. Harry zei ook dat Dik vooral research zou doen en zijn bevindingen zou presenteren en overbrengen op anderen. Dit klopte helemaal. Later bleek dat deze woorden niet alleen waar waren, maar dat ze ook iets in gang hebben gezet; dat ze als het ware de werkelijkheid hebben gecreëerd die door deze woorden werd geschetst. Op dit moment heeft Dik een boek geschreven dat al bijna een jaar in de top 100 van populaire managementboeken staat. Het gaat over vrijheid en verantwoordelijkheid in je werk. Dit zijn principes van God, die niet alleen in je werk belangrijk zijn, maar universeel voor ieder mensenleven gelden: precies zoals in de profetie gezegd is.

In de tijd die volgde hebben we Harry en Roberta beter leren kennen. Harry vertelde ons zijn levensverhaal. Hij vertelde over een openbaring die hij gekregen had, waardoor zijn leven radicaal veranderd was. “Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik niet goed genoeg was. Er moest iets mis zijn met mij, want ook al was ik een christen, mijn gebeden werden niet verhoord. Ook al waren mijn zonden vergeven, ik had nog steeds last van zondige gedachten. Wat ik in de Bijbel las, werkte voor mij niet en ik vroeg me af waardoor dat kwam. Het kon niet aan God liggen, dus het had met mij te maken. Toen ontdekte ik wie ik was. Ik begreep ineens, door een openbaring van God, wat het werkelijk betekent om gerechtvaardigd te zijn. Sinds die tijd zijn al mijn gebeden verhoord. Ik ontdekte het geheim van een leven zonder zonde. Eindelijk was ik goed genoeg voor God.”

Harry vertelde dat hij een boek wilde schrijven over deze openbaring van rechtvaardigheid en dat hij iemand zocht die hem daarbij zou kunnen helpen. “I can send my wife”, zei Dik. Zo vloog ik in maart 2009 naar Portland om Harry te interviewen, waarna ik als ghost writer zijn boek zou schrijven.

Die week in Portland heeft een diepe indruk op me gemaakt. Ik heb een nieuwe blik gekregen op wat ik misschien al honderd keer gelezen had in de Bijbel: dat ik gerechtvaardigd ben door Jezus en daardoor een kind van God ben geworden. Voor het eerst zag ik wat dit werkelijk betekent voor mijn leven. Hoe kan het dat je weet wat er in de Bijbel staat, maar het toch niet ervaart? Zo ontdekte ik een belangrijk principe: je kunt iets weten, maar het gebeurt pas als je het in geloof gaat toepassen.

In Harry’s boek staan verhalen opgetekend over wonderlijke gebeurtenissen die hij heeft meegemaakt nadat hij ging geloven dat hij een rechtvaardige is. De Bijbel belooft dat een rechtvaardige verschillende zegeningen ten deel vallen: je gebeden worden verhoord, je ervaart een vrijheid als nooit tevoren, de liefde van God wordt in je hart uitgestort en nog veel meer. De getuigenissen van Harry vormen het levende bewijs van deze waarheden.

Het is mijn verlangen dat deze boodschap ook in Nederland bekend wordt. Harry heeft me toestemming gegeven om het boek in het Nederlands uit te brengen. Het liefst had ik in dit boek ook getuigenissen uit mijn eigen leven verteld. Want als deze boodschap van God komt, is het niet alleen van toepassing op het leven van een Amerikaanse profeet, maar zal ik ook in mijn eigen leven het bewijs ervan zien. En als het voor mijn leven van toepassing is, zal het ook voor jouw leven gelden. Inmiddels heb ik zoveel getuigenissen over de uitwerking van deze boodschap in mijn eigen leven, dat ik ze bewaar voor een volgend boek!

Waarom is het zo belangrijk voor jou en mij om deze boodschap van rechtvaardigheid echt te geloven? Omdat dit de sleutel is om Jezus echt te volgen en wonderen in je leven mee te maken. Als je werkelijk gaat leven vanuit je identiteit als rechtvaardige, zul je in staat zijn om de dingen te doen die Jezus deed, en grotere dingen (Johannes 14:12). Zonder je identiteit als rechtvaardige zul je altijd bang zijn dat je niet goed genoeg bent, of niet genoeg geloof hebt. Maar als je jezelf gaat zien zoals God je ziet, verdwijnen al je zwakheden, angsten en schuldgevoelens. Ze maken plaats voor een diepe vreugde en vrede van God. Je gaat leven zoals God het bedoeld heeft: als een koning en priester. Mensen om je heen zullen willen hebben wat jij hebt. Ze zullen Jezus aan willen nemen om net zo vrij en gelukkig te worden als jij. Laat je meevoeren in deze ontdekkingstocht naar je ware identiteit en levensstijl als rechtvaardige en ervaar ook de zegeningen van God in je leven als nooit tevoren!

Jolande Bijl

Voorwoord - Waarom dit boek?

Dit boek is geboren toen ik vier jaar oud was. Ik stond toen oog in oog met de dood. Maar God de Vader hield mij stevig in zijn handen, omdat hij een bestemming voor mij had.

Iedereen die mijn verleden kent en mij heeft zien opgroeien, heeft me aangemoedigd om een boek te schrijven. Toch vond ik het erg moeilijk om over mezelf te schrijven. God gaf me een bovennatuurlijke ontmoeting met een Nederlands echtpaar, Dik en Jolande Bijl. Twee jaar geleden bracht ik hen een bezoek toen ik op doorreis was naar Israël. Ik vertelde Dik hoe lastig ik het vond om over mezelf te schrijven. “Ik heb een oplossing voor je probleem”, zei Dik. Ik luisterde benieuwd. Hij zei: “Mijn vrouw Jolande is journalist en kan goed schrijven. Ik stuur haar een week naar de Verenigde Staten. Zij zal aantekeningen maken, vragen stellen en jouw verhaal opnemen. Daarna komt ze terug en schrijft ze thuis jouw boek.”

Zo is dit boek tot stand gekomen. Zij schreef het en nu, twee jaar later, is het af. Ik ken weinig mensen die doen wat ze beloven. Mijn hartelijke dank gaat uit naar Dik en Jolande.

We hebben het boek afgemaakt met de hulp en ondersteuning van mijn geweldige vrouw, die het manuscript vele malen heeft doorgelopen. Mijn zoon Benjamin heeft me geholpen om op schema te

blijven. Mijn dochters Stacia en Felicia hebben me aangemoedigd en gezegd: “Ga ervoor, pap”. Ook mijn kleindochters Chelsea, Ashleigh en Marissa en mijn kleinzoon Preston hebben me geïnspireerd en aangemoedigd. Ik draag dit boek aan hen allemaal op. Verder wil ik onze vele vrienden bedanken, die het manuscript hebben bekeken en becommentarieerd en me hebben geholpen om vol te houden.

Barry, Shawn en Brandon, bedankt voor jullie liefde. Zonder de kleine Brandon zou ik die brandende vraag: ‘Waarom?’ niet gesteld hebben. Brandon inspireerde me om rigoureus in actie te komen en uit te zoeken waar mijn geloof had gefaald. Zijn leven is niet voor niks geweest. Zijn verhaal zal duizenden mensen nieuwe hoop en leven geven - op een dag zal ik je daar persoonlijk voor bedanken, Brandon!

In het eerste deel van dit boek neem ik je mee in mijn levensverhaal. Ik zal fragmenten uit mijn leven vertellen, die de boodschap van dit boek illustreren en verlevendigen. Het tweede deel is heel praktisch, om je te helpen de principes ook in je eigen leven toe te passen. Ik sluit af met een lijst van bijbelteksten vol waarheid die je je eigen kunt maken via meditatie. Laten we beginnen. Ik nodig je uit om mee te gaan op reis. Maak je klaar voor nieuwe vergezichten!

dr. Harry Coffman

Deel 1 - De ontdekking van mijn leven

Hoofdstuk 1 - Hoe ik tot geloof kwam

Toen ik vier jaar oud was, zat mijn moeder me achterna met een slagersmes. Doodsbang rende ik naar mijn bed, waar ik bleef staan huilen en schreeuwen. Mijn moeder kwam op me afgestoven en gaf me een paar rake klappen met het mes. Ik kan me niet herinneren dat ik haar bozer heb gezien dan die verschrikkelijke avond. Terugkijkend zijn dit mijn vroegste herinneringen uit mijn kinderjaren. Ik weet ook nog dat mijn moeder een keer bijna mijn duim afsneed met datzelfde afschuwelijke mes. Maar nu loop ik op het verhaal vooruit.

Mijn moeder was een tengere, pezige vrouw van nauwelijks 45 kilo. In sommige situaties kon ze wat verlegen zijn, maar ze was over het algemeen prima in staat om voor zichzelf op te komen. Geen mens kon haar intimideren. Ze was erg handig en kon alles wat stuk was weer repareren, zelfs de blokhut waar we in woonden. Ik herinner me niet veel, behalve dat ik vaak in elkaar geslagen werd, soms tot bewusteloosheid aan toe. Ik weet ook nog dat ik vastgebonden werd aan een grote eikenboom, waar ik een dag of drie, vier zonder eten aan mijn lot werd overgelaten. Gelukkig bood de boom wat bescherming tegen de brandende, zuidelijke Oregon-zon.

Iedere keer als ik met een slecht schoolrapport thuiskwam, kreeg ik een pak slaag en werd ik zonder eten naar bed gestuurd. Ik voelde me gefrustreerd, bang, ongewenst en niet geliefd. Ik voelde me alsof ik alleen op de wereld stond.

Mijn moeder was onberekenbaar. Ik wist nooit hoe ze zou reageren. Vaak sloeg ze zomaar met haar vuist in mijn gezicht als we aan tafel zaten. Ik zal wel iets gedaan hebben wat haar boos gemaakt heeft, dacht ik dan, maar ik wist nooit wat. Had ik met mijn mond open gegeten? Of met mijn ellebogen op tafel geleund? Ik wist nooit waarom ik een reprimande kreeg, want ze gaf er nooit uitleg bij. Een keer wilde ik de boter pakken en in plaats van beleefd te vragen of ze mij de boter wilde aanreiken, stak ik mijn hand naar de botervloot uit. Onmiddellijk pakte ze het gevreesde slagersmes dat altijd binnen haar bereik lag en haalde uit. Op een haar na miste ze mijn duim. Later viel ze me nogmaals aan met dit verschrikkelijke mes en was ik bijna mijn andere duim kwijt. Vandaag de dag zie je nog steeds de littekens op mijn beide duimen.

Mijn hele kindertijd leefde ik met de angst dat anderen me pijn zouden doen. Vaak sliep ik onder mijn bed omdat ik bang was dat mijn moeder mijn slaapkamer binnen zou komen en me dan met een riem of wat er ook maar voorhanden was, zou slaan. Ik kon eenvoudigweg niks goed doen en er werd altijd tegen me geschreeuwd of gevloekt. Herhaaldelijk moest ik horen: “Je bent net je vader”. Omdat ze mijn vader zo haatte - en daarmee alle mannen - reageerde ze zich altijd af op mij, nooit op mijn zus.

Door dit alles ontwikkelde ik een laag zelfbeeld. Op school werd ik door mijn vrienden belachelijk gemaakt. Mijn rode haar, sproeten, hazentanden en kleding uit het jaar nul gaven hen een excuus om me uit te schelden en de spot met me te drijven.

Op mijn vijftiende woonde ik met mijn moeder en zus in Phoenix, Arizona. Joe Guzman was mijn beste schoolvriend. Vaak hing ik rond bij hem thuis, waar ik genoot van de gezellige gezinssfeer en de heerlijke huisgemaakte tortilla’s. Op een dag, nadat ik thuis voor de zoveelste keer in elkaar was geslagen, knapte er iets in mij. Ik nam me voor om me nooit meer door iemand in elkaar te laten slaan – niet door mijn moeder, noch door iemand anders - en ik besloot van huis weg te lopen. Mijn plan was om de trein te pakken naar Noord-Californië, waar mijn oom woonde. Ik kon daar vast wel werk vinden; desnoods zou ik met mijn neven in het bos kunnen werken.

Het pakte echter anders uit. Ik besloot nog een paar dagen in Phoenix te blijven en zou dan wel zien waar ik zou eten of slapen. Naar school ging ik niet en ik kwam ook niet meer bij Joe thuis. Joe vroeg zich natuurlijk af wat er met mij gebeurd was, want ook de Mexicaanse vrienden waar Joe en ik mee optrokken wisten niet waar ik was gebleven. Hij ging naar mijn huis en vroeg mijn moeder waar ik was. “Hij zal wel weggelopen zijn”, beet ze hem toe en ze beval Joe kortaf om haar erf te verlaten.

Joe ging naar me op zoek, samen met zijn vader en broertje. Na een tijdje troffen ze me moe en vuil aan in het hartje van de stad, waar ik al verschillende dagen op straat had doorgebracht. Ze haalden me over om mee te gaan naar hun huis en vroegen me of ik bij hen wilde wonen. Mevrouw Guzman, een zorgzame moeder, maakte een heet bad voor me klaar en gaf me schone kleren. Daarna maakte ze speciaal voor mij een heerlijke Mexicaanse maaltijd klaar. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me goed en geaccepteerd.

Meneer Guzman was een sterke man, zowel fysiek als in karakter. Hij was aannemer en gaf leiding aan een grote groep personeel. Na het eten vroeg hij me om even te blijven zitten. “Colorado” - wat ‘rooie’ betekent in het Spaans -, zei hij, “je mag hier blijven wonen en ik zal je behandelen alsof je mijn eigen zoon bent. Ik zal je leren hoe je moet werken en ik betaal je net zoveel als de anderen, maar je moet me gehoorzamen. Je gaat ook je school afmaken. Ik zal naar je moeder gaan en haar vertellen dat je bij ons bent. Kun je je daarin vinden?” “Ja, meneer”, zei ik gelukkig.

Zo bleef ik bij de familie Guzman wonen. Het leven werd goed. Ik werkte hard en leerde hoe ik met geld moest omgaan. Vol trots slaagde ik erin mijn school af te maken. Ik keek erg uit naar mijn diplomauitreiking en hoopte dat mijn moeder en zusje ook tussen het publiek zouden zitten. Helaas kwamen ze niet en dat leidde tot nog meer gekwetste gevoelens en frustratie.

Ik werkte hard om mijn moeder en zuster te kunnen blijven ondersteunen, en misschien was het voor mij ook wel een vlucht om de pijn te vergeten. Terwijl ik bij meneer Guzman in het constructiebedrijf werkte, nam ik nog een baantje aan in een restaurant, zodat ik ‘s avonds nog wat extra kon bijverdienen. Op een van die avonden liep er een goed geklede man naar binnen. Dat moet een rijk mens zijn - misschien wel een miljonair, dacht ik. Ik begon een praatje met hem en hij vertelde me dat hij door de Verenigde Staten reisde. Ik luisterde geboeid naar zijn interessante verhalen. Kennelijk zag hij aan me dat ik dat ook wel zou willen, want hij zei tegen me: “Ik heb de perfecte baan voor je. Een baan waarmee je veel gaat verdienen en die jou de mogelijkheid geeft om plaatsen te bezoeken waar je nog nooit bent geweest.” Zijn voorstel klonk erg overtuigend en hij zag er geloofwaardig uit. Misschien kon ik nu meer geld gaan verdienen, dacht ik. Hoewel meneer Guzman me geleerd had om te sparen, kwam daar in praktijk niet veel van terecht, omdat al mijn geld naar mijn moeder en zusje ging. Aangezien ik vijftien jaar was en voor mezelf kon zorgen, nam ik zijn verleidelijke aanbod aan. Zo kwam ik in Michigan terecht.

Veel ervaringen rijker, maar zonder het beloofde geld en de boeiende reizen, ontdekte ik dat deze man en zijn handlangers boeven waren. Was ik nu ook op weg om een crimineel te worden? Ik sloop zijn kamer binnen en doorzocht zijn papieren, omdat ik meer over hem te weten wilde komen. Helaas werd ik betrapt door twee van zijn woeste vrienden en zij namen me mee om een autoritje te maken. Gelukkig lieten ze me ongedeerd. Ze gooiden me gewoon de auto uit en lieten me langs de kant van de weg in een greppel achter. Ik raakte buiten bewustzijn en weet niet hoe lang ik daar gelegen heb. Een paar mensen vonden me en brachten me naar het ziekenhuis. Toen ik uit het ziekenhuis ontslagen werd, liftte ik naar Noord-Californië, zoals ik oorspronkelijk van plan was, om bij mijn oom te gaan wonen.

Op het platteland

Ik had dringend werk nodig om mijn moeder en zus te kunnen blijven onderhouden. In het dorp waar ik terecht gekomen was, waren niet veel banen beschikbaar. De enige plek waar ik aan de slag kon, was de Forest Service, een overheidsorganisatie die het bos beheerde en onderhield. Ze lieten ook de brandweer uitrukken als er bosbranden waren, wat me avontuurlijk leek. Daar wilde ik wel werken. Ik liep het kantoor van de Forest Service binnen en zei tegen de chef: “Ik wil hier werken.” “Hoe oud ben je?”, vroeg hij. Ik was vijftien, maar loog en zei dat ik zeventien was. Ik wist dat ik er ouder uitzag dan ik was, waarschijnlijk als gevolg van mijn moeilijke kinderjaren. In het bouwbedrijf had ik voortdurend met volwassen kerels gewerkt waardoor ik al snel ‘een van de jongens’ was geworden, vroegwijs voor mijn leeftijd.

“Je bent te jong”, zei hij. “We kunnen je niet aannemen en we hebben je ook niet nodig.” Ik liet me niet uit het veld slaan, want ik was eraan gewend om afgewezen te worden. Thuis vertelde ik mijn oom dat ik aangenomen was bij de Forest Service. Jim, mijn neef, protesteerde: “Nietwaar, je hebt helemaal geen werk gekregen, ze zeiden dat je te jong was!” Maar ik beet meteen terug: “Jim, morgen begin ik bij de Forest Service” en draaide me naar mijn tante toe om haar te vragen een lunchpakket voor me klaar te leggen.

De volgende dag stond ik vroeg op om me klaar te maken voor mijn nieuwe job. Ik ging op zoek naar mijn lunchpakket, maar zag het nergens liggen. Waarschijnlijk had mijn tante me niet serieus genomen. Ik liet me niet ontmoedigen en ging op weg naar de Forest Service. Na zo’n acht kilometer gelopen te hebben, stapte ik om 8 uur het kantoor binnen. Alsof ik er al jaren werkte pakte ik een bezem en begon te vegen. De chef kwam binnen en zag me bezig. “Wat doe jij hier?”, vroeg hij. “Ik ben hier om te werken”, zei ik. “Ik heb je toch gezegd dat je te jong bent en dat we jou niet nodig hebben?”, antwoordde hij. “Meneer, ik moet werken om mijn moeder en zus te kunnen ondersteunen en ik ga hier werken, omdat ik hier wil werken. Dus wat heeft u nog meer voor mij te doen?”, hield ik vol. Hij mompelde wat en zei dat ik wat schoonmaakwerk kon doen.

Omdat ik geen genoegen had genomen met ‘nee’, had ik vanaf die dag een leuke baan die goed betaalde. Soms mocht ik zelfs mee om een brand te blussen. Drie seizoenen lang werkte ik bij de Forest Service. Na verloop van tijd kon ik het me veroorloven om bij mijn oom en tante weg te gaan en een klein huis te betrekken waar ik op mezelf kon wonen.

Mijn baan bij de Forest Service was mijn eerste ervaring met een stem in mijn binnenste, als een innerlijk weten, die me vertelde dat ik dit moest doen en ik luisterde naar die stem. Daarom hield ik ook vol toen ze me in eerste instantie niet wilden aannemen, omdat ik wist dat dit mijn plek ging worden. Ik had er geen idee van dat dit God was, want ik wist toen nog niks van zijn bestaan af. Nu ik op deze ervaring terugkijk, zie ik het als een duidelijke illustratie van het bijbelse principe: ‘zoals een mens in zijn hart denkt, zo is hij’ (Spr 23:7). Wat je gelooft, kun je bereiken als je je geloof in actie brengt. Immers, zonder werken is je geloof dood. In die tijd geloofde ik dat ik zou gaan werken bij de Forest Service en dat deed ik ook!

Mijn eerste ervaring met engelen

Al snel nadat ik de magische leeftijd van achttien bereikt had, haalde ik mijn rijbewijs. Ik was de koning te rijk en dacht dat dit rijbewijs me ook permissie gaf om allerlei andere dingen te doen. Ik bezocht bars en trok op met onderwereldfiguren. Tijdens een van die donkere nachten besloot ik om mijn grootouders en een vriend te gaan bezoeken, die in Oregon woonden. In plaats van de hoofdweg te kiezen, nam ik een bosweg door het Siskiyou gebergte, waar weinig gereden werd omdat het een stoffige, onverharde en onverlichte route was. Hier kon ik zo hard rijden als ik wilde, want er was nauwelijks verkeer.

In Oregon ontmoette ik mijn vriend, die zonder dat ik dat wist drugs in mijn koffie deed. Het was al laat toen ik aan de terugreis begon en ik nam dezelfde grindweg door de bergen als op mijn heenreis. Al gauw kwam ik in de problemen. Ik kreeg last van duizeligheid en kon mijn blik nauwelijks op de weg gericht houden. Vechtend tegen de slaap reed ik door, maar ik moet op een gegeven moment een blackout hebben gekregen. Ik schrok wakker terwijl mijn auto metersdiep een ravijn in stortte. Ik herinner me de dennenboom waartegen mijn rollende auto tot stilstand kwam. Het was een dunnetje, met een stam van hooguit vijftien centimeter doorsnee. Niet zo’n oude, lange, dikke boom die zo karakteristiek is voor dit berglandschap. Het ravijn was diep en stijl, niemand zou vanaf de weg mijn auto zien. Ik dacht dat dit mijn einde zou zijn...

Een ogenblik later bevond ik me ineens vijfenveertig meter hoger op de grindweg. Het moeten engelen geweest zijn die me naar boven hebben gedragen, dat kan niet anders. Zelf was ik onmogelijk in staat geweest om naar boven te klauteren. Ik lag in een plas met bloed naar adem te happen en was me ervan bewust dat ik er slecht aan toe was. Ik voelde me alsof ik ging sterven. Voor het eerst in mijn leven bad ik: “Heer, als u me in leven houdt, zal ik u dienen.”

Is dat niet een gebed dat je meestal weer vergeten bent als het weer goed met je gaat? Mijn auto werd gevonden, helemaal om de dennenboom heen gevouwen alsof hij van karton was. Het zou uren hebben geduurd en de meest ingewikkelde technieken hebben gevergd om mij uit die auto los te krijgen. Twee jagers die toevallig langskwamen vonden me langs de weg. Voorzichtig onderzochten ze me en een van hen ging op zoek naar een telefooncel om een ambulance te bellen. In het ziekenhuis bleek dat mijn ruggenwervel gebroken was. Mijn longen waren geperforeerd en ik had een gebroken schedel. Zes maanden lang moest ik stilliggen, van mijn voeten tot mijn nek in het gips.

Kort voor mijn ongeluk hadden mijn grootouders de Here Jezus aangenomen en waren christen geworden. Toen ik die nacht naar huis reed, voelden ze zich op een zeker moment gedrongen om voor mij te bidden. Later ontdekten we dat dat precies het moment was van het ongeluk. Door hun gebed overleefde ik het ongeluk, hoewel het maanden duurde voordat ik weer helemaal hersteld was.

Toen ik weer voldoende aangesterkt was, werd ik uit het ziekenhuis ontslagen. Prompt vergat ik mijn gebed en verviel in dezelfde gewoontes als voor mijn ongeluk. Ik raakte verslaafd aan alcohol. Op een avond maakte mijn baas een ‘white lightning’ voor mij klaar, een sterke cocktail met meer dan 50% alcohol. Drie dagen later werd ik wakker in een isoleercel met een dwangbuis aan. Mijn armen waren zo stevig vastgebonden dat ik nauwelijks kon ademhalen. Ik huilde zachtjes - iets wat ik in lange tijd niet gedaan had. Een jongedame opende het raampje in de deur. Haar zachte ‘hallo’ klonk me als muziek in de oren. Zwakjes zei ik: “hallo”, op een toon waaruit bleek dat ik hulp nodig had en bang was. Ze verdween en kwam even later terug met de sheriff en een dokter. Terwijl ik onderzocht werd, vertelden ze me wat er gebeurd was. Ik was helemaal over de rooie gegaan: ik had stoelen door de kamer gegooid, ruiten ingeslagen. Niemand had me weten tegen te houden en daarom hadden ze me ten slotte in een isoleercel gestopt.

Later vertelde mijn oom, die me op kwam halen, dat ik me bizar was gaan gedragen onder invloed van de white lightning en dat ik de hele eerstehulpafdeling kort en klein had geslagen. De schade bedroeg meer dan $17.000. Voor 1959 was dat een heleboel geld. Mijn oom liet me de dagvaarding zien: ik moest voor de rechter verschijnen. De rechter vroeg me hoe ik de schadevergoeding ging betalen. “Als je niet betaalt, gooi ik je in de gevangenis”, zei hij. “Ik heb geen geld”, antwoordde ik. “Doe wat u moet doen.”

Omdat ik geen strafblad had en nooit eerder moeilijkheden had veroorzaakt, besloten ze de zaak nietig te verklaren door me een alternatieve straf op te leggen. Ik moest het leger in en koos het marinierskorps van de Verenigde Staten.

Wat ik nu allemaal beschreven heb, gebeurde de eerste twintig jaar van mijn leven. Intussen had ik enorm veel haat en bitterheid ontwikkeld. De marine voedde mijn woede alleen maar. Ik bleef doorgaan met drinken, ondanks alle ellende die ik daardoor al had meegemaakt. Hoe meer ik dronk, hoe bozer ik werd. Ik keek uit naar de dag dat het oorlog zou worden en ik op legale wijze iemand kon doodmaken.

Toen ik bij de marine kwam, zei ik dat ik mijn moeder moest onderhouden. Ze gaven me extra geld naast mijn salaris, zodat ik dat naar huis kon sturen. Mijn zus was inmiddels getrouwd, dus ik ondersteunde alleen mijn moeder nog. Ik had met haar een huis gehuurd in Vista, Californië, een paar kilometer bij de marinebasis vandaan. In de weekends ging ik met verlof naar huis. Op een dag zei ik tegen mijn moeder dat ik genoeg had van bars. “Waarom ga je niet naar de kerk?”, stelde ze voor. “Er is er een vlakbij, een paar straten verderop. Het is de kerk waar je grootouders ook naartoe gingen.”

Ik weet niet waarom mijn moeder me naar de kerk stuurde. Zelf ging ze nooit. Ik weet ook niet waarom ik naar haar luisterde, maar ik ging. Mijn doel was eigenlijk om een meisje te vinden. Ik kon nog niet vermoeden dat dit kerkbezoek mijn leven voorgoed zou veranderen.

Keerpunt

Ik reed naar de kerk en parkeerde mijn auto. Voordat ik de auto uitstapte, haalde ik mijn sigaretten uit mijn zak en legde ze in het dashboardkastje. Ik wilde niet dat iemand zou weten dat ik rookte. Dat ze me al van ver konden ruiken door mijn met rook doortrokken kleren, kwam niet bij me op.

De kerk was klein en bood plaats aan hooguit honderd mensen. Iedereen luisterde aandachtig naar een speciale spreker: Ed Cole, zoals ik later hoorde. Ik ging helemaal achteraan zitten en luisterde naar de preek. Al gauw kreeg ik een brok in mijn keel. Ik had het gevoel dat ik moest huilen, maar wist niet waarom. Ook begon ik me om een of andere reden vuil en schuldig te voelen. Aan het eind van zijn betoog vroeg de spreker: “Als je een verandering in je leven nodig hebt, steek dan je hand op.” Ik voldeed aan zijn beschrijving, maar stak mijn hand niet op. Ik geloofde niet dat er een God kon zijn die van mij hield. De pijn in mijn hart werd steeds groter.

Twaalf mensen wilden een nieuw leven ontvangen met God en staken hun hand op. De spreker bleef zeggen: “Er is een jongeman hier die God nodig heeft. Als jij je hart aan de Heer geeft, zul je over de wereld reizen en God zal je op een machtige manier gebruiken. Je zult een profeet zijn voor de naties.” Dat kon onmogelijk over mij gaan. God kon niet van mij houden, vanwege mijn verschrikkelijke kinderjaren. Ik had nooit geluk en was altijd aan het vechten. Ik had weinig opleiding genoten en was grootgebracht in armoede. Hoe zou ik ooit kunnen doen waar deze man over sprak? Ik liep de kerk uit, omdat ik snakte naar een sigaret. Dan zou de pijn in mijn hart wel minder worden. Maar toen ik mijn dashboardkastje opentrok, waren de sigaretten verdwenen. Kwaad liep ik terug naar de kerk. Iemand had mijn sigaretten gestolen en die voorganger moest ze me maar vergoeden!

Boosheid leidt altijd tot domme dingen en kent geen manieren. Maar God kan het negatieve gebruiken om ons te brengen waar hij ons wil hebben. In dit geval gebruikte hij mijn boosheid. Toen ik de kerk weer binnenkwam, stonden er mensen bij het altaar te bidden en te zingen. Ze zagen er gelukkig uit. Ik liep hun richting op. Ed Cole, die zeker even naar achteren was gelopen, liep ook naar het altaar en haalde mij in. Toen stopte hij, draaide zich om en vroeg: “Hallo, wie ben jij?” Ik zei: “Harry, meneer.” “Ik ben Ed Cole, leuk je te ontmoeten.” Hij vervolgde zijn wandeling naar voren, maar stopte toen weer, draaide zich naar me toe en vroeg: “Harry, ben jij ooit wedergeboren?” Ik had geen idee waar hij het over had. Ik zei niks, bang dat ik moest huilen. Ik kon ook nauwelijks iets zeggen, mijn keel leek dicht te zitten.

Hoe weet je dat?

“Harry”, vervolgde Ed Cole, “Heb je ooit aan Jezus Christus gevraagd of hij in je leven wil komen als je Heer en Redder?” “Dat zou ik niet kunnen”, zei ik. “Hoe weet je dat? Heb je het ooit geprobeerd?”, vroeg Ed. Op dat moment wist ik dat er een God was. Binnen in mij brak er iets. Ik rende naar voren en schoot een klein kamertje in, waar ik onbedaarlijk begon te huilen, terwijl ik intussen om hulp en vergeving bad.

Ed kon onmogelijk weten wat er die week gebeurd was. Ik was korporaal in het marinierskorps en had een aantal man onder me. Van tijd tot tijd stonden we om 2 uur ‘s ochtends op om een eind te rennen. Een van mijn mannen was altijd aan het zeuren en klagen dat hij niet verder kon. Als iemand van de groep het niet haalde, gaf dat mijn team een slecht imago en mijn boosheid over zijn gezeur groeide met de dag. Afgelopen weekend had ik drinkend doorgebracht, wat mijn tolerantiegrens sterk verlaagd had en maandagnacht toen mijn geduld ten einde was, lichtte ik hem van zijn bed. “Greg”, zei ik, “vannacht ga je eraan. Als jij de rit niet uitrent, maak ik je dood.”

Ik was een man van mijn woord. Iedereen wist dat ik deed wat ik gezegd had, er was met mij geen discussie mogelijk. Mijn mannen probeerden me te kalmeren. “Korporaal, het is goed, hij gaat het halen.” Mijn antwoord was: “Dat is hem geraden ook, want ik maak hem dood.” Die nacht begonnen we te rennen en halverwege begon Greg hetzelfde liedje te zingen: “Ik kan niet meer, ik ben moe, mijn longen doen pijn.” Toen zei ik die beroemde woorden: “Hoe weet je dat? Heb je het ooit geprobeerd?” Ik was echt van plan om hem af te maken. Terwijl ik hem een paar flinke meppen verkocht, sleurde ik hem door een bed cactussen. “Stop!” gilde Greg. “Ik ga het proberen!” We trokken de cactusnaalden uit zijn benen. Ik zette hem vooraan in de rij en zei tegen de andere mariniers: “Als hij valt, dan zorgen jullie voor hem.” Greg rende voorop en dit keer slaagde hij erin de hele rit uit te lopen. Na die nacht is hij een van mijn beste mariniers geworden.

Een nieuw begin

Daar stond ik en Ed Cole zei diezelfde woorden tegen mij: “Hoe weet je dat? Heb je het ooit geprobeerd?” Alleen God wist hiervan en toen Ed Cole deze woorden gebruikte, wist ik dat God in me geïnteresseerd was. Ik begon te huilen en zei: “Als u God bent, dan heb ik u niet veel te bieden, maar hier ben ik, hier is mijn leven. U mag het hebben, want ik ben niks.” Die avond veranderde mijn leven. Ik werd overgeplaatst van het rijk van de duisternis naar het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde. Ik was de gerechtigheid van God geworden door Christus Jezus. Toch zou het nog jaren duren voordat ik werkelijk begreep wat dit betekende.

Hoofdstuk 2 - Na mijn bekering

“Nu je je leven aan Jezus hebt gegeven, moet je in de Bijbel gaan lezen. Begin maar met het boek Johannes”, had Ed Cole in de kerk tegen me gezegd. Ik wilde best doen wat hij zei, maar het probleem was dat ik nauwelijks kon lezen. Gewoonlijk word je getest voordat je toegelaten wordt bij de marine. Ik zou de test nooit gehaald hebben, want ik had niet genoeg opleiding genoten. Ook al had ik mijn lagere school gehaald, ik was nog steeds zwak in lezen. Daarom had ik bij mijn aantreden bij de marine mijn uiterste best gedaan om onder de test uit te komen. “Hou je stinkende test maar”, had ik tegen de personeelsfunctionaris gebluft. “Als je me niet wilt hebben bij de marine, moet je het zeggen, want dan ga ik ergens anders beginnen.” “Nee, we willen je graag hebben”, had de man me snel verzekerd en zo tekende ik en werd bij de marine aangenomen.

Ondanks mijn problemen met lezen, was ik teruggegaan naar de marinebasis en had mijn Gideon-bijbel gepakt - die iedereen kreeg die bij de marine ging. Ik begon te lezen in het evangelie volgens Johannes, alhoewel me dat veel moeite kostte. Drie andere mariniers kwamen naast me zitten. De een was katholiek, de ander was aangesloten bij een Assembly of God-gemeente en de derde was baptist. Het was duidelijk dat ze geen vriendschap zochten, maar dat ze van plan waren om de spot met me te drijven omdat ik in de Bijbel aan het lezen was. Nu moet je weten dat ik vanaf mijn kindertijd tot aan het moment van mijn bekering heel veel boosheid in me had. Ik was ook gemeen. Ik hield ervan om mensen uit te dagen en te sarren. Ik genoot ervan om mariniers in alle vroegte van hun bed te lichten en als ze er niet meteen uitgingen, stond ik meteen klaar om te vechten. Sinds mijn bekering echter was ik veranderd. Ik vocht niet meer en zei geen gemene dingen meer. De mariniers vroegen zich af wat er met mij aan de hand was. Misschien was ik wel ziek. Ik vroeg de katholieke jongen: “Kun jij voor mij het eerste hoofdstuk lezen?” “Jawel”, zei hij en begon hardop voor te lezen. “Interessante stof”, zei hij toen hij een poosje gelezen had. Hij ging weer verder en kwam bij hoofdstuk 3, waar Nicodemus aan Jezus vroeg: “Hoe kan ik gered worden?” Jezus vertelde Nicodemus dat hij opnieuw geboren moest worden. De katholieke jongen en ik begonnen hierover verder te praten. Hij vroeg me wat er met mij gebeurd was en ik vertelde hem wat ik had meegemaakt. “Er is iets veranderd in mijn leven. Ik heb geen haat meer, ik hou van iedereen.” Hij had moeite me te geloven, maar ik kon aan hem zien dat het hem wel intrigeerde. Toen vroeg hij: “Wat moet ik doen om mijn leven te veranderen?” Ik zei tegen hem: “Je moet je hart aan de Heer geven. Buig je hoofd naar beneden en vraag aan Jezus of hij je wil vergeven. Dan zul je je daarna heel goed gaan voelen van binnen.” “Ik heb dat nooit gevoeld toen ik aan God vergeving vroeg”, zei hij. “Je moet je leven ook aan Jezus geven en hem Heer van je leven laten zijn, want hij is het die voor jou gestorven is”, zei ik. Dus hij bad en vroeg Jezus om zijn Heer te worden. Daarna begon hij blij te lachen. Hij draaide zich om naar de jongen die baptist was en zei: “Dat moet je ook doen.” “Dat heb ik al gedaan”, zei de jongen. “En, voelde je je warm worden?” “Nee”, zei hij en ook hij vroeg aan Jezus om zijn zonden te vergeven. De Assembly of God-jongen zei: “Ik ga dat niet doen.” “Dan moet je met me mee naar de kerk”, zei ik. “Je moet het doen zoals het hoort. Ga met me mee naar de kerk, loop naar het altaar en laat die mensen daar voor je bidden. Daarna zul je je echt heel goed voelen.”

Ik wist niet beter en dacht dat je alleen in de kerk kon bidden. God ziet de bedoeling van je hart en voor hem maakt het niet uit hoe je het doet.

De volgende zondag gingen ze met me mee naar de kerk. Maar de preek werd afgesloten zonder oproep. Ik wist niet wat we nu moesten doen, dus zei: “Laten we maar naar voren gaan en bij het altaar gaan bidden.” We knielden alle vier neer als goede katholieken. Ik had nu mijn deel gedaan, door ze naar het altaar te brengen. Later zeiden mensen tegen me dat het net een film was die teruggespeeld werd: mensen liepen haastig terug naar het altaar om voor ons te bidden. Alle drie de mannen huilden. Ik was tevreden. OK, ze hebben het ontvangen, dacht ik. Dit was het begin van mijn bediening als predikant.

Op de marinebasis sprak ik met iedereen over Jezus. Honderden mariniers leidde ik zo tot de Heer. Op een dag zei ik tegen mijn bevelhebber: “Ik wil overgeplaatst worden naar Japan.” Waarom ik dat wilde, weet ik niet. Een paar weken later liet de bevelhebber me bij zich komen. “Coffman, je hebt je overplaatsing!”, zei hij. “Goed”, zei ik, “Wanneer ga ik naar Japan?” Maar mijn bevelhebber zei: “Je gaat niet naar Japan. Ik stuur je naar Kodiak, Alaska. Ik ben dat gepreek van je zat!”

Mijn eerste verblijf in Alaska

Op Kodiak werd ik ingedeeld bij de beveiliging van de vloot. In de weekends mocht ik in een leeg klaslokaal slapen van de Assembly of God-kerk waar ik me bij had aangesloten. Ook hier leidde ik veel mariniers tot Jezus. Ik begon ook mensen te counselen op de basis. Veel zeelui noemden me ‘dominee’, maar dat was een belediging voor de man die officieel de geestelijk verzorger van de basis was. Ik werd gearresteerd omdat ik me zou uitgeven voor de geestelijk verzorger. “Het spijt me, meneer, ik ben de geestelijk verzorger niet, dat bent u”, zei ik. “Waarom komen er zoveel mariniers naar jou toe en niet naar mij?”, vroeg hij. “Ik weet het niet, meneer. Ik bid voor ze en God antwoordt op gebed. Misschien moet u uw leven aan Jezus geven, dan zou u misschien een echte geestelijk verzorger worden.” Hij werd erg boos op mij.

Op een dag arresteerde ik de dochter van de admiraal. Ik trof haar dronken aan achter het stuur en bracht haar thuis. De admiraal nodigde me uit om binnen te komen en verscheurde de bekeuring. Ik zei tegen het meisje: “Het kan me niet schelen wie je bent, of wie je vader is. Jij zat dronken achter het stuur dus ik schrijf een nieuwe bekeuring voor je uit.” Daarop zei de admiraal tegen zijn dochter dat ze mij om vergeving moest vragen. Ze kwam naar me toe en vroeg vergeving. “Als ik je ooit nog een keer dronken achter het stuur aantref, breng ik je niet thuis, maar naar de gevangenis”, zei ik tegen haar. De admiraal draaide zich daarop om en zei: “Ik heb over jou gehoord, jij bent zeker die prekende marinier? Je hebt een heleboel van mijn mannen geholpen.”

Kort na deze gebeurtenis was de geestelijk verzorger plotseling verdwenen. De admiraal had hem naar een andere basis laten overplaatsen. Dat gaf mij de gelegenheid om mijn counselingactiviteiten voort te zetten. Ik bad voor heel veel mensen en had een goede staat van dienst op Kodiak.

Een nieuwe opdracht

Ruim een jaar later werd ik overgeplaatst naar de luchtmachtbasis in Zuid-Californië. Tijdens de Nieuwjaarsdienst van 1964 in Santa Ana, Californië ontmoette ik mijn toekomstige vrouw Roberta. In eerste instantie wilde ze niks met me te maken hebben. Ze was secretaresse van de jeugdgroep en de zondagsschool. Daarnaast was ze de assistente van de voorganger. Een briljante vrouw, die iedereen kende en bij iedereen geliefd was. Ik dacht dat ze de perfecte vrouw zou zijn voor mijn vriend in Vista. Een zeer succesvolle man met een eigen huis, die voor de regering werkte en in een Corvette reed. Hij zou een goede partij zijn voor haar! Ik dacht erover na hoe ik dit stel aan elkaar zou kunnen koppelen. Geen seconde kwam het in me op dat ze een goede vrouw voor mij zou kunnen zijn. Ik kwam niet in aanmerking: ze was te goed voor mij! Dus vatte ik het plan op om haar de volgende zondag mee te nemen en haar aan mijn vriend voor te stellen.

Die zondagmorgen las ik in mijn Bijbel: ‘Wie een vrouw gevonden heeft, heeft iets goeds gevonden’ en dacht: zij is een goede vrouw, misschien moet ik haar houden. Hoe meer ik met haar was gaan samenwerken, hoe meer ik me tot haar aangetrokken voelde. Dus ik nam haar wel mee naar Vista, maar bracht haar niet in contact met mijn vriend.

Op een dag zaten we samen in haar kantoor te praten. Ik vertelde haar dat ik terug wilde gaan naar Alaska als mijn dienst bij de marine erop zou zitten. In detail schetste ik haar mijn toekomst, zoals ik die voor me zag. “Wil je met me mee?”, vroeg ik. Ze zei: “Ja.” Dat antwoord kwam als een verrassing voor me en ik antwoordde: “Wel, dan zouden we ook moeten trouwen.” “Ik weet het”, zei ze. “Was dit een huwelijksaanzoek?” Ik vroeg haar daarop officieel ten huwelijk en drie maanden later waren we getrouwd.

“Ik ga met je mee”

We verhuisden naar Vista, California. Ik had nog steeds het verlangen om terug te gaan naar Alaska, maar Roberta wilde niet meer. “Ik ga nooit naar Alaska”, zei ze, hoewel ze me die dag in haar kantoor beloofd had dat ze met me mee zou gaan. Iemand stuurde haar anoniem een boek over het leven van mevrouw Cowman. Roberta was dol op lezen en was al gauw in haar boek verdiept. Toen ik ’s avonds thuis kwam trof ik haar aan met betraande ogen. “Ik ga met je mee naar Alaska”, zei ze zacht.

Het boek beschreef op inspirerende, ontroerende wijze het leven van de familie Cowman, die in geloof over de hele wereld trokken om mensen te dienen. Roberta was geraakt door de wonderbaarlijke manier waarop God hun leven had geleid.

Kort daarna kreeg Roberta opnieuw een bevestiging. We waren aan het dineren met goede vrienden. Ze vertelden over hun zendingservaringen op de Filippijnen. Misschien voelden ze aan dat wij ons afvroegen of het de tijd voor ons was om naar Alaska te gaan, want plotseling zeiden ze: “Wat is nou een jaar in Alaska op een heel mensenleven? Als het je niet bevalt, kun je toch gewoon weer naar huis gaan?” Nu wist Roberta zeker dat ze met me mee wilde.

Opnieuw naar Alaska

Zo vertrokken we in juni 1965 naar Alaska. Roberta was zwanger van ons eerste kind, maar dat weerhield ons niet om te gaan, nu we eenmaal het besluit hadden genomen. Na een lange, ruige trip kwamen we een maand later op onze plek van bestemming aan.

De kerk stond er nog, onaangedaan door de aardbeving en tsunami die Kodiak op Goede Vrijdag 1964 hadden getroffen. Omdat er geen huizen beschikbaar waren, sliepen we in hetzelfde lege zondagsschoollokaal als waar ik tijdens mijn eerste verblijf op Kodiak had gebivakkeerd. De stad moest opnieuw opgebouwd worden en wij waren daar onderdeel van. Na een aantal weken verhuisden we naar een hut van golfplaten, waar onze eerste dochter Stacia geboren werd.

We dachten dat we een jaar op Kodiak zouden blijven en dan terug zouden keren naar Californië, maar God had andere plannen voor ons. We werden gevraagd om zendingswerk te komen doen in Larsen Bay, een Aleut-gemeenschap (Aleuts: oorspronkelijke bewoners van Alaska. Larsen Bay, een kleine nederzetting op het Kodiakeiland ten zuiden van Alaska, is alleen bereikbaar per boot of vliegtuigje) van 130 inwoners aan de andere kant van het eiland. ‘s Zomers groeide het dorp uit tot meer dan 3.000 inwoners: vissers en jonge mensen die op zalm kwamen vissen of werk zochten in de Del Monte conservenfabriek.

Van te voren hadden ze ons verteld dat we de eerste maanden in Larsen Bay waarschijnlijk in een tent moesten wonen, want ook hier waren geen huizen beschikbaar. De luxe die we in California of zelfs op Kodiak gewend waren, was hier ver te zoeken. Hoewel het gevaarlijk is om in een tent te wonen - vanwege de beruchte Kodiak beren – waren we ertoe bereid. Toen we aankwamen, kregen we een houten blokhut aangeboden, die we mochten bewonen zonder dat we daarvoor huur hoefden te betalen. Vanuit de blokhut hadden we een prachtig uitzicht op de baai en de bergen. We hadden geen stromend water, maar op het strand ontdekten we een openbare waterbron waar we vrijuit over konden beschikken. God is goed!

Onze eerste kerk

De kinderen van het dorp kwamen bij ons thuis naar een van onze opgenomen ‘poppenshows’ kijken. De buurvrouw had een generator die we mochten gebruiken, zodat we stroom hadden voor de tape recorder. Verder gebruikten we wat flanellen afbeeldingen om bijbelverhalen te vertellen. De kinderen keken ernaar uit, ook al moesten ze op de koude, zwarte tegelvloer zitten. Zo begonnen we onze eerste kerk.

Op vrijdagavond speelden de volwassenen bingo. De kinderen konden niet meedoen, dus hielden we voor hen gezellige avonden. We deden spelletjes, vertelden een kort bijbelverhaal en daarna was het tijd voor iets lekkers. Al gauw kwamen de kinderen iedere dag bij ons thuis om Roberta’s zelfgebakken koekjes te eten. We genoten van ze alsof ze onze eigen kinderen waren.

Niet welkom

Na een paar maanden kwam het dorpshoofd langs. Hij vroeg wat we hier deden. “We willen hier kerk houden”, vertelde ik hem. “Dat kan niet zonder mijn toestemming en zonder dat de bewoners hiervoor gestemd hebben”, zei hij. Ik priemde mijn wijsvinger in zijn borst en zei: “Ik heb jouw toestemming niet nodig, God heeft me hierheen gestuurd.” “De vorige zendelingen hebben we doodgeschoten”, zei hij. Ik vertelde hem dat ik dat niet accepteerde en zei: “Je kunt me niet neerschieten, dus ik zou het maar accepteren dat ik hier ben”. “Dat doe ik niet”, zei hij en hij liep langs het strand weer terug naar zijn huis.

Twee maanden later hoorden we geruchten dat er een vergadering belegd was om een nieuw dorpshoofd aan te stellen. Wij wilden daar ook bij zijn, omdat we de activiteiten in het dorp zoveel mogelijk wilden ondersteunen, dus we gingen naar de vergadering. Even later wandelden het dorpshoofd en zijn vrouw binnen. De dorpelingen echter gooiden de vrouw eruit, omdat ze gedronken had. “Ik moet iemand het dorp uitzetten”, zei het dorpshoofd, “maar jullie moeten mij eerst opnieuw aanstellen.” In plaats daarvan zetten ze hem ook de deur uit. Ze wilden hem helemaal niet meer als dorpshoofd hebben! De moederoudste zei: “We hebben een nieuwe leider nodig. Een president die van ons houdt en ons wil helpen.” Daarop keken ze allemaal naar mij. Ik protesteerde: “Nee, dat kan niet, ik ben een blanke, jullie moeten iemand uit je eigen midden aanstellen.” Maar ze zei: “Er is niemand anders. U bent de enige persoon die van ons houdt en u denkt zoals wij. Wie stemt voor?” Voordat ik wist wat er gebeurde, was ik de nieuwe dorpsoudste geworden.

Als dorpshoofd had ik allerlei taken. Ik trad als rechter op bij conflicten, was politieagent, diplomaat; kortom, ik had de taken van een burgemeester en daarnaast was ik ook nog zendeling. Achter ons huis stond een half afgebouwde constructie die ooit tot gemeenschapscentrum had moeten dienen, maar de bouw ervan lag al jaren stil. Ik haalde geld op om dit oude gebouw om te kunnen laten vormen tot kerk, recreatieruimte en woonruimte voor ons gezin. Dat betekende dat ik er ook nog eens timmerman, ingenieur en elektricien bij werd. Ik leerde hoe ik de generator kon bedienen en legde de eerste waterleidingen aan in het dorp. Uiteraard wilde ik ook leren om op professionele wijze te vissen op de beroemde zalm van Larsen Bay.

Omdat ik de indianencultuur begreep - ik was immers zelf in een Mexicaans gezin temidden van indianen opgegroeid - had ik veel goodwill in het dorp. Als zendelingen ontvingen we geen financiële ondersteuning, dus ik werkte net zo hard als de indianen en leefde op hetzelfde niveau.

Blinde woede

Het was een zonnige lentedag en mijn vrouw en dochter waren een paar dagen van huis, omdat Stacia medische hulp nodig had. Het was de start van het visseizoen, wat betekende dat er ook weer veel gedronken werd in het dorp. Ook dorpsgenoot Lars had flink wat alcohol genoten toen hij de winkel binnenkwam waar ik in de rij stond om mijn post op te halen. Zonder enige aanleiding pakte hij me bij mijn overhemd en gaf me een klap. Mijn mariniersinstinct kwam direct tot leven. In een vlaag van blinde woede greep ik hem beet en beukte hem met zijn hoofd tegen de vriezer. Daarna opende ik de winkeldeur en trapte ik hem naar buiten, terwijl ik hem toebeet: “Je hebt me één keer geslagen, maar dat doe je geen tweede keer.” Hij had me al eens eerder een klap verkocht, maar dit keer liet ik hem er niet mee wegkomen.

Een harde, snerpende stem riep: “Dus zo gaan zendelingen met hun mensen om!” Het was een van de oudere vrouwen uit het dorp. Ik kende haar wel, ze was onlangs weer thuisgekomen na een poos in een gesticht te hebben gezeten. Boos draaide ik me naar haar toe en snauwde: “Als ik nog een woord van u hoor, stuur ik u weg!” Daarna verontschuldigde ik me tegenover de mensen die om me heen stonden. “Dit is niet de manier waarop zendelingen met mensen omgaan. Maar hij heeft me al eerder geslagen en dat gebeurt me geen tweede keer.”

Na dit incident raakte ik depressief. Toen ik Lars sloeg, had ik echt de wens om hem te doden. Ik wist niet dat ik die blinde woede nog steeds in me had en het beangstigde me. Ik wist wat er in mijn hart aanwezig was en daar was ik niet blij mee! De eerste slag die Lars van me kreeg, had hem voorgoed uit kunnen schakelen. Het was dat hij zich had omgedraaid, waardoor ik hem niet frontaal had geraakt, anders was hij nu dood geweest.

Een paar weken later kreeg ik bezoek van een van de leiders van de moederkerk in Alaska. Ik sprak met hem over het incident met Lars. Hij was ook een dorpszendeling geweest en begreep de manier van denken van mensen als Lars. Toen hij mijn verhaal hoorde, lachte hij. “Het is niet grappig”, zei ik. Ik stond op het punt om mijn ontslag in te dienen, want ik wilde niemand meer op deze manier pijn doen.

Terwijl we langs de kruidenierszaak wandelden en over de situatie spraken, zagen we plotseling Lars om de hoek komen. “Het spijt me, Lars”, sprak ik hem aan. “Wil je me vergeven?” “Nee”, zei Lars, “U hoeft me niet om vergeving te vragen. Ik moet u bedanken dat u me niet dood heeft gemaakt. Dat had ik verdiend. Bedankt dat u mijn leven heeft gespaard”, zei Lars.

We werden daarna goede vrienden. Maar diep in mijn hart bleef de stille pijn. Diep van binnen, op een plek waar ik niemand toeliet, was ik slecht en verdorven en dit bleef aan mij knagen.

Hoofdstuk 3 - Mijn bijna-doodervaring

Onze bedieningstijd in Alaska liep ten einde. In november 1970 vloog ik met een klein vliegtuigje naar de stad Kodiak om de nieuwe zendelingen op te halen die onze plaats zouden innemen. Omdat ik wist dat er aan boord geen consumpties te verkrijgen waren, liep ik langs de plaatselijke bakkerij om mijn favoriete chocoladeroomsoezen te kopen, met die heerlijke custardpudding erin. Ik kon niet vermoeden dat de room besmet zou zijn met de Salmonellabacterie en begon er lekker van te eten. Al gauw daarna werd ik misselijk en kreeg koorts. Ik was blij toen ik na een lange dag met de zendelingen eindelijk mijn huis weer binnenstapte en dook meteen mijn bed in.

De volgende morgen was ik te ziek om op te kunnen staan. We zouden die dag met het hele gezin vertrekken en we moesten onze koffers nog inpakken. Bovendien moest ik de zendelingen laten zien hoe alles werkte - hoe ze het water konden bijvullen, hoe de generator werkte - maar ik was te beroerd om ook maar iets te kunnen doen. Om 3 uur ‘s middags wist mijn vrouw me zover te krijgen dat ik even naar beneden kwam om iets te drinken. Meteen nadat ik een slok koude melk had genomen, viel ik op de grond. De nieuwe zendelingen, die boven even gerust hadden, kwamen naar beneden en zagen me daar liggen. Ze liepen het huis uit om hulp te halen en vertelden de leraren van de school in de buurt dat er iets vreselijks met mij was gebeurd. Ze sloten onmiddellijk de school en liepen ongerust mee naar ons huis. Ook een paar mensen van de kerk kwamen binnen. Ze controleerden mijn vitale functies: ik had medische hulp nodig! Mijn vrouw liep het hele eind naar het radiostation in het dorp voor een hulpoproep. Nadat ze daar eindelijk was aangekomen, vertelde ze de kustwacht dat ik ziek was en vroeg om hulp. “Hoe is zijn hartslag?”, vroeg de kustwacht. “Ik kon zijn hartslag niet voelen”, zei mijn vrouw. De kustwacht zei dat ze niet zouden komen.

Roberta liep terug naar huis, van streek. Ze wist niet meer wat ze nu moest doen. Thuis vertelde ze de aanwezigen wat er gebeurd was. Een van de leraressen schreef iets op een briefje. Ze gaf het vervolgens aan een jongeman met de opdracht om dit aan de kustwacht te geven. De jongen liep naar het radiostation, sprak met de kustwacht en kwam even later vertellen dat de kustwacht er zo snel mogelijk aan zou komen. Inmiddels was het hele dorp uitgelopen. Overal stonden groepjes mensen, die zich afvroegen wat er bij ons aan de hand was.

God is nog niet klaar met hem

Het moment dat ik stierf staat me nog helder voor de geest. Ik herinner me dat ik uit mijn lichaam trad en in een soort grote, ronde koker terecht kwam. Ik wist niet waar ik naartoe ging, maar zweefde in de richting van een helder licht. Ik kon niet goed zien wat daar was, want ik zag alleen maar licht. Het was in ieder geval een vredige, aangename plek. Er waren allerlei wezens om me heen. Engelen hielden hun handen in de lucht geheven en zongen gebeden en lofliederen voor mij. De vreugde waarmee ze dat deden, ben ik nooit meer vergeten.

Ik hoorde de leraar die mijn hartslag beluisterde zeggen dat er geen hartactiviteit meer was. Toen hoorde ik Roberta op resolute toon zeggen: “Nee, God is nog niet klaar met hem, laten we blijven bidden!” Ze paste toe wat in Spreuken 18:21 staat: “Woorden hebben macht over leven en dood; wie zijn tong koestert, plukt daarvan de vruchten.”

De muziek was prachtig. De schoonheid ervan trok me zo aan, dat ik deze plek nooit meer wilde verlaten. Ik wilde omhoog zweven, naar dat licht toe. Maar tot mijn ongenoegen werd ik weer naar beneden getrokken door een kracht die haast een magnetische werking had. Ik herinner me dat ik op een gegeven moment net onder het plafond van onze huiskamer zweefde. Ik weet nog precies waar iedereen in de kamer stond en later bevestigden ze me dat dat exact klopte. Bij de haard zat mijn vierjarige dochter Stacia met haar vriendinnetje Florence. Met ernstige gezichtjes keken ze stilletjes toe naar alles wat er gebeurde. Florence zei: “Stacia, we moeten voor je vader bidden, want hij gaat dood.” Samen begonnen ze te bidden. Vol geloof, zoals kinderen dat kunnen.

Tijdens hun gebed kwam ik weer terug in mijn lichaam en voelde mijn bloed weer stromen. Het was alsof mijn lichaam in brand stond. Het was zo pijnlijk, dat ik het uit wilde schreeuwen, maar ik kon geen geluid uitbrengen. Niets werkte meer in mijn lichaam, ik voelde alleen dat vuur in mijn aderen. Ik was totaal verlamd. Langzamerhand kwam ik weer een beetje bij bewustzijn en prevelde: “Help me, ik sta in brand!” Ik voelde me net als toen ik op mijn zeventiende een keer zwaar gewond was geraakt bij een bosbrand. Ook toen was ik in een situatie waarin ik steeds even bijkwam en weer bewusteloos raakte, waarna ik weer even bijkwam en opnieuw mijn bewustzijn verloor.

Op het strand stonden de dorpelingen met lantaarns klaar, zodat de helikopter snel en veilig kon landen. Ze brachten het medische team naar ons huis. De dokter wierp een blik op mij en zei tegen mijn vrouw: “Als we hadden geweten dat hij het was, waren we veel eerder gekomen.” Hij controleerde mijn vitale functies, trok een laken over me heen en liet me op een brancard naar buiten dragen. Mijn vrouw volgende de stoet naar de helikopter en vroeg: “Gaat hij het redden?” “Ik weet het niet”, zei de dokter. Dat was alles wat hij zei. Ik vertrok per helikopter naar het ziekenhuis en zou niet meer terugkeren naar Larsen Bay. Van mijn helikoptervlucht herinner ik me niks. Later hoorde ik dat de dokter onderweg hartmassage had toegepast om me in leven te houden en dat hij door de inspanning tijdens die vlucht ruim 6 kilo was kwijtgeraakt!

De dorpsbewoners keken de helikopter verdrietig na, totdat hij uit het zicht verdwenen was. Er heerste diepe verslagenheid in het dorp, want we werden door iedereen zeer gerespecteerd. Mijn vrouw was de hele avond bezig om de mensen te verzekeren dat het goed met mij zou komen. Toen ze eindelijk weer alleen was, had ze tijd om Stacia en de kleine Felicia (onze tweede dochter die inmiddels geboren was) uit te leggen wat er met hun papa was gebeurd. Daarna moest ze in haar eentje onze spullen inpakken en bedenken wat ze in haar afscheidsrede zou vertellen; ik zou er niet zijn, dus nu moest Roberta mijn taak overnemen. Er was niet veel tijd om het afscheid voor te bereiden.

Zondagmorgen liep ze voor de kerkdienst naar het radiostation om het ziekenhuis te bellen. De arts vertelde dat ik nog leefde, hoewel ik erg zwak was en hele zware medicijnen moest gebruiken die speciaal naar Kodiak overgevlogen moesten worden vanaf het vasteland. Een beetje gerustgesteld kon Roberta nu naar de afscheidsdienst gaan. Na het emotionele afscheid sprak ze de lerares aan, die het briefje had geschreven voor de kustwacht. Ze vroeg haar: “Wat had u in dit briefje geschreven, dat de kustwacht zo snel kwam opdraven?” Ze vertelde dat ze geschreven had dat ik blindedarmontsteking had, zodat ze meteen zouden komen.

De volgende ochtend vertrok mijn vrouw met onze twee dochters met een chartervliegtuig naar de stad Kodiak. Na aankomst werden ze direct doorgestuurd naar de medische kliniek om te zien of zij ook besmet waren met Salmonella. Hoewel zij ook van het gebak hadden gegeten, was er bij hen geen spoor van de bacterie te vinden. Kennelijk waren hun roomsoezen niet besmet geweest. Toen dit gebeurd was, gingen ze naar het ziekenhuis om de arts te raadplegen over mijn situatie. Roberta vertelde dat we teruggingen naar Californië en dat ze mij mee wilde nemen. “Ik kan uw man voorlopig niet ontslaan, daar is hij veel te zwak voor”, zei de arts. “Hij kan niet meer lezen of schrijven, hij is nog niet eens in staat om helder te denken.”

Na veel discussie stemde de arts uiteindelijk toch met mijn vertrek in, onder de voorwaarde dat ik direct na aankomst in Californië naar het ziekenhuis zou gaan. Dat beloofde mijn vrouw en zo vertrokken we naar California, zoals we dat gepland hadden.

Daar had ik nog maanden nodig om helemaal te herstellen. Mijn geheugen kwam terug en ik leerde weer praten. Ik was zelfs na verloop van tijd weer in staat om te werken. God is trouw gebleven aan zijn roeping voor mijn leven en aan de vele gebeden van mijn gezin en naasten.

Door deze bijna-doodervaring heen heeft God me naar een nieuw niveau van geloof gebracht. Nadat ik opgewekt was uit de dood, kon ik God in alles vertrouwen! Ik begon te bidden voor de zieken en te functioneren in de gaven van de Heilige Geest en maakte sinds die tijd veel gebedsverhoringen mee.

Je bent niet welkom hier

Terug op het vasteland werden we naar een indianenreservaat gestuurd in het oosten van Idaho. Daar dienden we al vier jaar toen we op een dag de uitnodiging kregen om leiders te worden van een Kaukasische kerk. Ik had veel ervaring met indianen, maar deze mensen waren heel anders. Indianen verwachten van je dat je naar God luistert en hem volgt. Als je niet onder de zalving van God preekt, komen ze niet eens! Ze zijn erg gevoelig voor de Heilige Geest. Van hen leerde ik om op de gave van onderscheid te vertrouwen. Indianen tonen niet veel emoties, maar ik raakte eraan gewend om hun harten te lezen en net zo gevoelig te zijn voor het bovennatuurlijke als deze mensen zijn.

In blanke kerken, zoals deze Kaukasische kerk, is het anders. Daar vertellen de mensen wat ze van je verwachten en wat je moet doen. Als er nieuwe mensen binnenkomen, is er jaloezie en raken de leiders onzeker over hun positie. Er was geen samenwerking: als ik ging evangeliseren, kwam er niemand opdagen. Ze beschuldigden me ervan dat ik niet goed preekte, maar ik stelde me nederig op en vroeg hen of ze voor me wilden bidden. Zo knielde ik neer en wachtte op hun gebed, maar ze liepen weg; beledigd dat ik toegaf, in plaats van mezelf te rechtvaardigen.

Dit ging zo’n negen maanden door. Ik studeerde en bad om een geïnspireerde zondagse boodschap voor de Kaukasische gemeenschap, maar er gebeurde niets. De hemel leek van koper. Toen ik op een zaterdagavond nog steeds geen inspiratie had gekregen voor de zondagse preek, vroeg ik God wat er aan de hand was. “Je wordt hier niet geaccepteerd”, zei de Heer en hij liet me de woorden in Lukas zien, waar staat dat je het stof van je voeten moet schudden en moet vertrekken als je niet geaccepteerd wordt. “Maar Heer, ik houd van deze mensen”, wierp ik tegen. God zei: “Het zijn mijn mensen en ik zal goed voor ze zorgen.” Hij liet me zien wie de volgende voorganger zou worden en ook dat een van de diakenen van plan was om mij vals te beschuldigen. God zei daarop dat ik de volgende dag mijn ontslag moest aanbieden, zodat de plannen van deze diaken niet door zouden kunnen gaan.

Ik worstelde die avond in mijn kantoor met de pijn van afwijzing en kwam pas laat thuis. Mijn vrouw sliep al en ik maakte haar wakker om te vertellen dat ik de volgende dag ontslag zou nemen. “Ik weet het”, zei ze. Ze draaide zich weer om en sliep rustig verder.

Hemelse klanken

Gebroken verliet ik de kerk. Ik begon God te zoeken omdat ik zo gewond was. Preken deed ik nog wel graag en ik begon seminars te geven over het leven als gezin. Toen riep God me naar Oregon. Hij zei: “Ik wil dat je in de buurt van het vliegveld gaat wonen, want je zult in- en uitvliegen.” We hadden geen huis, geen inkomen en geen vooruitzichten op werk. Het enige wat we hadden was een camper en een creditkaart. Onze drie kinderen - want Benjamin, onze zoon, was inmiddels ook geboren - wisten niet dat we dakloos waren. Ze dachten dat we een lange vakantie hielden. Er stond geen geld meer op de bank, dus ik had niks meer aan mijn creditkaart. Maar ik ontdekte dat je niet hoefde te tekenen als het bedrag onder de 20 dollar bleef, dus zo bleef mijn creditkaart geldig. God zorgde voor ons. Er waren steeds mensen die ons eten brachten.

Op een dag zei God tegen me: “Koop een huis”. “Ik heb geen geld”, zei ik, maar hij zei: “Begin maar eens rond te kijken.” Ik kwam erachter dat ik geld kon lenen omdat ik in Oregon rechten had opgebouwd als veteraan, omdat ik bij de marine had gediend. We vonden een huis dat we allebei mooi vonden en we kochten het. Mijn schoonmoeder stuurde ons 5.000 dollar om de aanbetaling in contanten te kunnen voldoen. Onze lening werd goedgekeurd, terwijl ik niet eens een baan had! Dit kon alleen zo geregeld zijn door God. Zo betrokken we ons nieuwe huis. Mijn vrouw kreeg een baan als secretaresse bij de plaatselijke kerk en ik trok rond met mijn seminars.

God was goed voor ons, maar toch knaagde er iets. Ik was niet tevreden met de manier waarop we God aanbaden in de kerk. Ik wilde mijn grote dankbaarheid naar God toe uiten, maar voelde dat ik daarin tekort schoot. Er was een diep verlangen in mij om uit te kunnen drukken hoeveel ik van God hield en hoe dankbaar ik hem was. Tijdens een van mijn seminars was er iemand in de zaal die mijn verlangen aanvoelde. Hij zei: “Ik heb een bandje van een dienst in de Bible Temple kerk in Portland. Dit wil je vast horen.”

Thuis zette ik het bandje aan. Terwijl een zuster bijbelteksten aan het zingen was, barstte de kerk plotseling uit in uitbundige lofzang en aanbidding. Ik hoorde prachtige klanken in allerlei talen en begon te huilen. Dit is het, dacht ik. Ik wist dat deze geluiden rechtstreeks uit de hemel kwamen.

Ik kon het weten, want tijdens mijn bijna-doodervaring in Larsen Bay had ik dezelfde muziek in de hemel gehoord. Ik kon de engelen niet zien, alleen hun contouren en helderheid. Ze omringden mij terwijl ze hemelse liederen zongen die ik nooit eerder gehoord had. Het was zo prachtig, dat deze klanken nog steeds in mijn hart gegrift stonden. Nu hoorde ik dezelfde liederen op het bandje van de Bible Temple kerk.

Een nieuwe periode brak voor ons aan. We raakten betrokken bij de Bible Temple kerk en na een tijdje werd ik gevraagd om voorganger te worden. Deze kerk was voor ons een geweldige plek om ons gezin groot te brengen. Ongetwijfeld hadden ze hier de beste aanbidding en het beste onderwijs en de kerk groeide enorm. Alles was goed, behalve mijn gebedsresultaten. Ik merkte dat God niet met me meewerkte. We zagen steeds minder genezingen, hoewel we voor meer mensen baden. Ik wist dat God niet de oorzaak was van mijn povere resultaten, het probleem lag bij mezelf. Door een schokkende gebeurtenis kwam ik erachter dat er iets mis was met mij.

Hoofdstuk 4 - Wat is er mis met mij?

De deurbel ging. Het was Barry, die me verdrietig aankeek. “Waar is God in deze situatie?”, vroeg hij. De situatie waar hij op doelde, was de dood van zijn zoontje Brandon. Een half jaar terug had hij afscheid moeten nemen van zijn lieve zoon, die slechts twee jaar oud was geworden. Brandon was een prachtige peuter, geboren met het syndroom van Down. Ik kende Barry van de gebedssamenkomsten bij hem thuis. Hij had me verschillende keren uitgenodigd om voor andere mensen te komen bidden.

Een week of wat terug had Barry me gebeld om te vertellen dat zijn zoontje ernstig ziek was. We waren naar zijn huis gegaan en hadden voor hem gebeden. Ik had tegen Barry gezegd: “Maak je geen zorgen, je zoon wordt beter.” Maar Brandons gezondheid was alleen maar verder achteruit gegaan. Barry, die in het woord van God geloofd had, had zijn zoontje meegenomen naar verschillende gebedsgenezers. Ook zij hadden voor Brandon gebeden en over hem geprofeteerd dat de jongen zou leven.

Al die bemoedigende woorden ten spijt, had Brandon het toch niet gehaald. Ondanks Gods belofte dat hij zou leven, hadden we de strijd verloren. Ergens hadden we God gemist en we wisten niet waar. Omdat het probleem niet bij God kon liggen, wist ik dat het met mij te maken had. Er was iets mis met mij.

Barry is een intelligente man van God die ik zeer respecteer. Hij zou het niet accepteren als ik hem een ‘religieus’ antwoord zou geven, na alles wat hij had doorgemaakt. Toen hij daar voor mijn deur stond en me zo verdrietig aankeek, kon ik het dan ook niet over mijn hart verkrijgen om iets tegen hem te zeggen in de trant van: “Het was Brandons tijd om naar huis te gaan”, of: “Jezus wilde hem dichtbij zich hebben.”

Barry was niet boos op God, maar hij was in verwarring, omdat zoveel mensen hadden gezegd dat Brandon beter zou worden en dat was niet gebeurd. Hij wilde nu een antwoord waar hij verder mee kon. Ik stond met mijn mond vol tanden, want ik had geen antwoord. Ik vroeg de Heilige Geest om ons te openbaren waarom dit gebeurd was terwijl we zo zeker wisten dat het anders zou gaan. Tot mijn verrassing hoorde ik mezelf zeggen: “We zijn beroofd. Je zoon is van ons gestolen. We hebben de strijd verloren en daar ben ik boos over!”

Gewoonlijk kan ik slecht tegen mijn verlies. Ik zie graag positieve resultaten en heb God vele malen aan het werk gezien in mensenlevens. Toen ik tot geloof kwam, heb ik een afspraak gemaakt met God: “Heer, als u echt bent, dan wil ik het bewijs daarvan in mijn leven zien. Als ik bid, wil ik antwoord. Ik wil zelf echt zijn en ik wil dat u ook echt bent.” Al vroeg in mijn bediening bad ik voor zieke mensen en velen werden genezen. Toch was ik nog niet tevreden. Toen Jezus voor zieken bad, genazen ze allemaal. En hij heeft gezegd dat wij grotere dingen zouden doen. Daarom wilde ik honderd procent genezing zien. Ik was altijd teleurgesteld als niet alle mensen genezen waren na mijn gebed.

Door Brandons dood en door Barry die hier volkomen verward en aangeslagen voor mijn deur stond, schrok ik wakker en zag de realiteit: mijn gebed werkte niet. Mijn hart brak en leed om Barry, zijn vrouw en alle andere ouders voor wiens kinderen we gebeden hadden zonder resultaat. Ik zei tegen Barry: “Ik ga me toewijden om God te zoeken, te bidden en te vasten en antwoord te krijgen.” Ik moest weten waar we God gemist hadden.

We trokken ons voorlopig terug uit de kerk om God te zoeken. Ik wilde erachter komen waar we het spoor bijster waren geraakt en nam daarvoor rigoureuze maatregelen. We verkochten ons huis in Portland, waar onze kinderen het grootste deel van hun jeugd hadden doorgebracht. Een van onze beste vrienden bezat een huis in de bossen. We mochten daar voorlopig wonen. Barry en ik spraken af dat we beiden zouden bidden en vasten en God om openbaring zouden vragen. Ik vertelde Barry ook dat God niet het probleem was, maar dat het te maken had met de manier waarop we geloofden. Hij was het met me eens.

Honger naar God

De vraag van Barry heeft misschien wel net zoveel impact op mijn leven gehad als het moment dat ik mijn leven aan Jezus gaf. Er brak een nieuwe periode in mijn leven aan, waarin ik op zoek ging naar antwoorden. Het huis waar we voor onbepaalde tijd mochten wonen, was een uitstekende plek om God ongestoord te kunnen zoeken. Het lag omgeven door bomen en de atmosfeer ademde rust en vrede uit. Het enige bezoek dat we kregen was van eekhoorntjes, konijnen, wasberen of stinkdieren. Zelfs zagen we af en toe een hert.

Roberta en ik verlangden naar antwoorden van God, maar waar moesten we beginnen? De beste en meest logische plek om te zoeken was natuurlijk de Bijbel. Ook lazen we het boek Walk in the Spirit, Walk in Power van Dave Roberson, wat ons inspireerde om in tongen te gaan bidden. Tongentaal, een taal van de Heilige Geest, opent je hart voor de diepte van de Bijbel, zodat je de betekenis ervan met geestelijke ogen gaat zien. Het woord van God is niet alleen met het verstand te begrijpen, omdat het een boek van openbaring is. Je verstand moet dus verbonden zijn met je geest om de werkelijke betekenis te begrijpen. De verborgen schatten van Gods woord komen dan in ons tot leven. Iedere dag bad ik een kwartier in tongen. Al snel nam mijn honger naar God toe en bad ik uren per dag in de Geest. Nu is bidden in tongen een vast deel van mijn leven, net zoals ik ademhaal: ik kan niet meer zonder. Vaak word ik wakker terwijl ik in andere talen aan het bidden ben.

Nadat ik God gevraagd had om mij de geheimenissen van zijn woord te openbaren, werd mijn aandacht getrokken naar Romeinen 3. Mijn blik bleef gefixeerd op het woord ‘rechtvaardig’. Dit woord had me altijd al gefascineerd. Ik vond het mooi klinken en de combinatie ‘recht-vaardig’ intrigeerde me, alhoewel ik niet precies wist wat het woord betekende. Als iemand me vroeg: “Wanneer ben je rechtvaardig?”, kon ik daar geen antwoord op geven, want dat was een mysterie voor mij. Ik begon het woord ‘rechtvaardig‘ in de Bijbel te bestuderen en vond de betekenis. Rechtvaardig betekent: recht voor God staan.

Echter, toen nam mijn verwarring toe. Ik wilde recht voor God staan, ik wilde dat het tussen mij en God helemaal in orde was. Dan zou hij mijn gebeden allemaal verhoren! Dan zou dit met Brandon nooit gebeurd zijn. Omdat ik diep van binnen het gevoel had dat ik niet goed genoeg was, wist ik dat er iets mis met me was en ik wilde weten wat dat was. Immers, dan zou ik weten waarom mijn gebeden niet datgene uitwerkten wat ik verlangde. Ik vroeg me af wanneer het tussen God en mij helemaal in orde zou zijn. Was dat als ik erin zou slagen om alle geboden en wetten in de Bijbel te gehoorzamen? Dat leek me een onmogelijke zaak, want het waren er zoveel. Of zou ik recht voor God kunnen staan als ik bij een bepaalde kerk zou horen? Maar welke dan? Zou een jarenlang leven als goede christen me dan soms voor God rechtvaardig maken? Dat hoopte ik niet, want ik had de eerste twintig jaar van mijn leven als zondaar geleefd; dat kon ik nooit meer goedmaken. Of zou ik pas recht voor God kunnen staan als ik na mijn dood in de hemel zou komen?

Ik wilde het oprecht weten, dus ik vroeg aan God: “Heer, wie is er rechtvaardig?” Eigenlijk wist ik het antwoord best: Jezus Christus is rechtvaardig. Maar tot mijn verrassing zei God: “Jij bent rechtvaardig”. “Dat is onmogelijk”, protesteerde ik. “Ik ben niet goed genoeg.” “Lees het nog maar eens”, zei God. Ik las de woorden van 2 Korintiërs 5:21 (NBV) opnieuw: “God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.”

Wie ben ik?

Ik begreep het niet. Hier las ik dat ik rechtvaardig was door Jezus Christus en toch had ik nog steeds last van boosheid en slechte gedachten. Dit kon ik niet met elkaar rijmen. Mijn hele geloof werd onderuit gehaald, maar het stond er toch: ik was rechtvaardig voor God, wat ik ook voelde of dacht over mezelf. Ik besloot om een theoloog te raadplegen, die het me misschien kon uitleggen. Enthousiast vertelde ik hem wat ik had ontdekt. De man liet me niet eens uitspreken. “Ik wil het hier niet over hebben”, zei hij, “want ik wil mijn doctrine niet veranderen.”

Wat ik in ieder geval zeker wist, was dat wat ik altijd geloofd had, niet werkte. Mijn gebeden werden niet beantwoord. Ik moest mijn geloofssysteem dus veranderen, maar dat viel niet mee. Als je jarenlang bepaalde dingen geloofd hebt, zijn het heilige huisjes voor je geworden waar je moeilijk afstand van kunt doen. Maar sommige van die heilige huisjes gaan in tegen het woord van God, omdat het door mensen bedachte redeneringen zijn. Ons denken moet vernieuwd worden, zoals Paulus zegt in Romeinen 12:2: “En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.”

Ik ontdekte dat het Gods verlangen is dat ieder mens rechtvaardig is. Zo kijkt God naar iedere man, iedere vrouw, ieder kind - elk menselijk wezen! Aan ons de keus om dat te geloven. Maar wat me nog steeds dwars zat, was dat we voor Jezus kunnen kiezen en zo rechtvaardig worden, maar toch nog kunnen zondigen. Mijn volgende vraag aan God was dan ook: “OK Heer, ik geloof nu dat ik een rechtvaardige ben dankzij Jezus Christus, maar waarom zondig ik dan nog?”

Het geheim

Ik ontdekte het geheim. We zondigen nog, omdat we niet het volledige werk van Jezus aan het kruis omarmen. We kunnen onszelf er eenvoudigweg niet toe zetten om te geloven dat we zo puur zijn als een pasgeboren baby, zo wit als verse sneeuw, zo helder als zuiver water dat uit een bergbeekje stroomt. Nadat ik een woordstudie had gedaan naar ‘rechtvaardigheid’, ook wel vertaald als ‘gerechtigheid’, geloofde ik ten slotte dat ik echt rechtvaardig was.

Het was een hele strijd om die verandering in mijn denken te krijgen. Het ging namelijk dwars in tegen alles wat ik altijd had gehoord in de kerk en wat ik ook zelf had gepreekt. Die oude preken leken ineens leeg en waardeloos. Iedere preek bevatte wel iets wat mensen veroordeelde en tot hun schuldige geweten sprak. Is dat soms nodig om bij een oproep zoveel mogelijk mensen naar voren te krijgen? Nadat mijn geestelijke ogen geopend waren voor de waarheid dat we gerechtvaardigd zijn, zag ik dat die preken niet kloppen met wat de Bijbel zegt over wie we zijn in Christus. Johannes 3:17 zegt: “Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door hem behouden worde.”

Mijn vrouw en ik waren hongerig op zoek naar openbaring en antwoorden. We lazen gretig in het woord van God. Toen we het geheim van rechtvaardigheid ontdekten, kregen we nieuwe hoop. Misschien was dit het antwoord waar we naar zochten. Hoe meer we studeerden en baden, hoe meer we ontdekten dat rechtvaardigheid de sleutel is om antwoord te krijgen - een licht voor de ziel. Niet alleen dat, maar rechtvaardigheid is ook de sleutel tot meer openbaring. Het opent de hemel voor ons, zodat we wonderen gaan zien. Hier lag het antwoord op de vraag van Barry, waar onze zoektocht mee begonnen was.

We ontdekten dat er boeken waren geschreven over rechtvaardigheid, zoals de boeken van E.W. Kenyon and Kenneth Copeland (bijvoorbeeld “Two kinds of righteousness” en “The hidden man” van E.W. Kenyon). Die brachten ons meer begrip bij. Toch konden we geen boeken vinden die uitleg gaven over hoe je als rechtvaardige kunt leven. Er zijn veel boeken geschreven over hoe je kunt leven als christen, maar die gaven geen antwoord op mijn vragen. Ze wezen niet op rechtvaardigheid, onze ware identiteit. Ik wilde niet alleen mijn denken vernieuwen volgens het woord van God, maar mijn doel was ook om als een rechtvaardige te gaan leven. 1 Johannes 3 had mijn aandacht getrokken, waar staat dat we niet kunnen zondigen. Maar ik kon geen enkel boek vinden dat beschreef hoe je een levensstijl als rechtvaardige kunt hebben: zonder zonde. Dat was een grote uitdaging voor mij. Hoe zou ik ooit kunnen leven zonder zonde? Ik dacht dat het al zonde was als je niet iedere week naar de kerk ging, je Bijbel niet dagelijks las of niet lang genoeg bad.

Vrijheid in je ware identiteit

Ik zocht verder naar hoe ik kon leven in mijn identiteit van rechtvaardige en kwam erachter dat een rechtvaardige levensstijl alles te maken heeft met geloven wat de Bijbel zegt over onze ware identiteit. Ik ontdekte dat rechtvaardigheid een van de belangrijkste waarheden in de Bijbel is, waar ik - en veel mensen met mij - tot nu toe overheen gelezen had. Ik begon me af te vragen waarom kerken zo weinig aandacht besteden aan rechtvaardigheid, terwijl het zo’n fundamentele boodschap is. We blikten terug in de kerkgeschiedenis en vonden de reden hiervan. In veel kerken maakten voorgangers gebruik van schuld en veroordeling om de kerkgangers naar hun hand te zetten. Dat had alles te maken met de wens om macht en controle te houden. Omdat rechtvaardigheid mensen bevrijdt van schuld en veroordeling, werd deze boodschap onder de tafel geveegd of zelfs niet getolereerd. Jezus zelf wordt ‘rechtvaardig’ genoemd, maar in plaats van over Jezus te preken, was het onderwijs in veel kerken gericht op het ontwikkelen van een heilige levensstijl bij de kerkgangers. Iets wat goed en mooi lijkt, maar uiteindelijk gebaseerd is op de eigen gerechtigheid van de mens in plaats van op het werk van Jezus Christus. En omdat mensen voortdurend falen, werd er zo een enorm schuldgevoel opgebouwd, wat hele kerken tot op de dag van vandaag lam legt.

De leugen: je bent niet goed genoeg

Is schuldgevoel niet iets wat al vanaf het begin van de schepping ons leven probeert te saboteren? Denk eens terug aan Adam en Eva, die zonder zonde in de Hof van Eden waren. De duivel ging naar Eva toe om te vertellen dat ze niet perfect was. Ze zou net als God kunnen zijn als ze van de vrucht zou eten. Dit was een listige leugen van de duivel, want de waarheid was dat Adam en Eva al net als God waren: geschapen naar zijn beeld! Nadat Adam en Eva van de vrucht hadden genomen, zagen ze in dat ze naakt waren en niet volmaakt. Ze zagen zichzelf als onrein, zowel van buiten als van binnen.

Dat doen wij ook met onszelf, iedere dag: we zien onszelf als onrein en niet goed genoeg. Maar het kruis van Jezus heeft een einde aan deze situatie gemaakt. God wil dat we naar Jezus kijken en niet meer naar onszelf.

God gelooft in zijn schepping

Jezus kwam om het geloof van God te openbaren: het geloof dat God heeft in zijn originele ontwerp van de mens. Jezus heeft onze oorspronkelijke, goddelijke natuur - die we verloren in Adam – verlost en aan ons teruggegeven, waardoor we nu net als Jezus zijn. Als we naar Jezus kijken, zien we hoe God naar ons kijkt. Jezus is de spiegel die ons laat zien wie wij zijn. Niet wie wij zullen worden, maar wie we nu al zijn. We zijn al helemaal vergeven! We zijn schoongewassen door zijn kostbare bloed. Onze zonden zijn niet bedekt, zodat ze af en toe weer naar boven kunnen komen, maar ze zijn helemaal weggenomen: alle zonden, zowel die uit het verleden als de zonden die we in de toekomst nog zullen begaan. God ziet ze niet meer, dus wij mogen ook naar onszelf kijken zonder onze zonden te zien.

Lelijk eendje of zwaan?

Misschien denk je nu wel: dat kan niet, ik kan toch niet net doen alsof ik mijn zonden niet zie? Ik wil je door middel van een voorbeeld duidelijk maken hoe je naar jezelf kunt kijken. Misschien ken je het verhaal van het lelijke eendje, dat allerlei mooie zwanen om zich heen ziet en heel graag zelf ook een zwaan wil worden. Op een dag ziet het lelijke eendje zichzelf in het water en ontdekt dan dat hij ook een zwaan is! Hij is altijd al een zwaan geweest, vanaf zijn geboorte, maar omdat hij zichzelf als lelijk eendje zag, was hij verblind voor deze waarheid.

De mens die geleid wordt door religie is eigenlijk precies als dit eendje. Hij baseert zijn leven, relaties, werk en zelfs zijn taken in de kerk op zijn vermogen om indruk te maken. Hij leeft onder de religieuze bedekking van Adam, dat hij niet goed genoeg is. In al zijn pogingen om te voldoen aan zijn eigen hoge eisen of aan de verwachtingen van anderen, beseft hij niet dat hij al goed genoeg is. Dat verandert als hij in de spiegel - Christus! - kijkt en zijn ogen open gaan voor wie hij werkelijk is.

God baseert zijn goedkeuring niet op onze eigen prestaties, maar op het volbrachte werk van Christus. God gelooft zo sterk in ons – zijn eigen creatie, dat hij Christus heeft gestuurd om ons dat te laten zien. Toen Christus stierf, stierf het menselijke ras dat na de val van Adam onder de macht van de zonde was gekomen. Maar toen Christus opstond, stond het hele menselijke ras met hem op als een gloednieuwe schepping. We zijn net zo rechtvaardig geworden als Christus! De volheid van God, zoals die in Christus woont, woont nu ook in ons. Daarom zegt de Bijbel dat Christus in ons de hoop der heerlijkheid is. We hoeven dat alleen maar te geloven. Wat een enorm mysterie, wat een geweldige boodschap!

Het is tijd dat de kerk de boodschap dat we rechtvaardig zijn omarmt en in vrijheid begint te leven, zoals past bij het volk van God. Ik geloof dat deze boodschap binnen twee jaar in veel kerken te horen zal zijn. Lees verder als ik aan de hand van de wonderen in mijn eigen leven laat zien wat rechtvaardigheid aan goeds kan uitwerken. Je leven wordt bijzonder avontuurlijk zodra je in deze waarheid stapt: je bent goed genoeg!

Hoofdstuk 5 - Het geheim van rechtvaardigheid

Tijdens ons tweeënhalf jarig verblijf in het bos ontdekten we de realiteit dat we rechtvaardig zijn. Rechtvaardig word je op het moment dat je met God verzoend wordt door Jezus Christus. Door het bloed van Jezus zijn onze zonden vergeven en door zijn opstanding zijn we rechtvaardig gemaakt in hem. Omdat Christus rechtvaardig is en de volle prijs betaald heeft aan het kruis, stappen we in zijn rechtvaardigheid op het moment dat we in hem geloven. Rechtvaardigheid wordt dan onze nieuwe natuur. We worden een nieuwe schepping, met een rechtvaardige geest, een rechtvaardige ziel, een rechtvaardig lichaam en een rechtvaardig verstand.

Wonderlijk als je bedenkt dat God je zonder zonde ziet vanaf het moment dat je in Jezus gelooft en je leven aan hem geeft. Zoals wij naar Jezus kijken, zo kijkt God naar ons. We zijn goede mensen geworden, zonder schuld en veroordeling, zonder negatief zelfbeeld, zonder ‘ik ben zo slecht geweest’ of ‘anderen hebben me zo slecht behandeld’. Toen Jezus stierf, zei hij: “Het is volbracht”. Dat betekent dat het verleden voorbij is. Alles is nieuw geworden.

Christus maakte ons rechtvaardig en dat houdt ook in dat we in staat zijn om rechtvaardig te leven. Voor alle duidelijkheid: rechtvaardig leven maakt ons nog niet rechtvaardig. We kunnen dus niet rechtvaardig worden door goed ons best te doen of hard te werken, het wordt ons gratis gegeven door de genade van God, onze Vader. In Christus ontvangen we een nieuwe natuur, vrij van zonde. Het hangt niet meer af van ons eigen vermogen om niet te zondigen en het goede te doen; we hoeven alleen maar te geloven dat Christus onze aard veranderd heeft en ons rechtvaardig heeft gemaakt. Door zijn kracht kunnen we dan ook als een rechtvaardige leven. We doen het goede, omdat Gods liefde in ons hart is uitgestort en die liefde stroomt uit ons naar onze naasten. We doen het goede, niet uit morele verplichting, plichtsbesef of angst, maar omdat de natuur van God door ons heen stroomt. De natuur van God is liefde. Het leven als rechtvaardige komt dus voort uit onze nieuwe identiteit. Rechtvaardigheid is niet iets wat we doen of willen bereiken, het is wie we zijn. Het is onze nieuwe natuur: de koninklijke identiteit die je krijgt als je een kind van God wordt.

Waar komt pijn vandaan?

Hoe worden we rechtvaardig? Door geloof (Romeinen 3:22). We hoeven alleen maar te geloven wat hier staat en we zijn rechtvaardig. “Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord

van Christus” (Romeinen 10:17). “Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” (Johannes 8:31-32).

Betekent dit dan dat ik nu perfect ben? Wat betreft mijn identiteit wel. Maar in mijn doen en laten ben ik nog niet perfect. Ik ben onderweg. Soms zondig ik, maar de Heilige Geest maakt me daar onmiddellijk van bewust, zodat ik er meteen mee af kan rekenen en verder kan leven als rechtvaardige. Ik focus niet op mijn zonde, ik kijk naar wie ik ben in Christus. Door op mijn nieuwe identiteit gericht te zijn en mezelf te zien zoals God mij ziet, ga ik meer en meer in overeenstemming met mijn nieuwe identiteit leven. Ik groei in het besef dat ik rechtvaardig ben en daardoor ga ik ook als een rechtvaardige leven: wat ik denk en doe, komt steeds meer in lijn met wie ik ben.

Waar je je gedachten op richt, wordt namelijk realiteit in je leven. Je hersenen maken daarbij geen onderscheid of je aan iets positiefs denkt of aan iets negatiefs. Wat het ook is, waar je aan denkt begint als vanzelf je leven te bepalen. Jezus zei immers: wat je gelooft, dat is wat er gaat gebeuren (Markus 9:23; 11:23-24; Mattheus 8:13; 9:29; 15:28). Daarom zie je bijvoorbeeld dat mensen juist meemaken waar ze bang voor zijn. Omdat ze er zo vaak aan denken, trekken ze het juist aan.

Denk je dus aan iets negatiefs, dan gaat dat je leven bepalen. Als je iedere zondag een preek hoort over zonde en je jezelf steeds tekort voelt schieten, kom je in een negatieve spiraal terecht. Je gaat alleen maar harder je best doen om niet te zondigen en omdat je daarbij gefocust bent op je falen en mislukkingen, nemen die juist toe. Je doet de dingen die je juist helemaal niet wilt!

Onze hersenen herkennen iets als negatief wanneer het verbonden is met pijn. Zo kan pijn die we in ons verleden hebben opgelopen ons negatieve gedachten geven, die de leuke dingen uit ons leven wegdrukken. Als je bijvoorbeeld steeds blijft nadenken over de beschuldigingen van andere mensen, worden ze steeds groter en beginnen ze je handelen steeds meer te bepalen. Omdat je vanuit pijn reageert, trek je vanzelf meer pijn naar je toe. Vervolgens begin je nog sterker vanuit pijn te reageren en wordt je pijn nog groter.

Groeiend schuldgevoel

Laat me je een voorbeeld geven van hoe een vaag schuldgevoel kan uitgroeien tot een levensgrote, pijnlijke wond. Voordat ik in de waarheid leefde dat ik rechtvaardig ben, noemde ik het al een zonde als ik niet iedere dag in mijn Bijbel las. Heb je wel eens een preek gehoord over de Bijbel? Het is geweldig om onderwijs te krijgen over de Bijbel, totdat de predikant de vraag stelt: “Wie wil vandaag een commitment maken om vanaf nu iedere dag een kwartier in de Bijbel te lezen?” Je denkt misschien bij jezelf: dat zou ik wel kunnen doen, misschien krijg ik dan wat meer discipline. En je doet je gelofte. Enthousiast begin je in de Bijbel te lezen, maar na drie dagen word je in beslag genomen door andere dingen en vergeet je je commitment. De volgende zondag vraagt de voorganger: “Wie van jullie heeft er iedere dag een kwartier in de Bijbel gelezen?” Schuldgevoelens bekruipen je, want je hebt je niet aan je gelofte gehouden. Zo kom je terecht in een negatieve gemoedstoestand, verbonden met pijn. In de week die volgt probeer je beter je best te doen en je houdt het nu vier dagen vol. Maar je schuldgevoel is groter dan vorige week, als je weer faalt. Wat bijbellezen betreft geef je jezelf op een schaal van 1-10 een magere 5, misschien zelfs nog lager. Door een gelofte te doen waar je je niet aan kon houden, heb je pijn bij jezelf teweeg gebracht, die je associeert met de kerk.

Laten we een andere oorzaak van pijn bekijken. De voorganger spreekt over gebed en vraagt: “Wie wil zich opnieuw toewijden om iedere dag een kwartier te bidden?” Je denkt: dat moet lukken en je steekt je hand op. Maar je krijgt het ineens ontzettend druk en het lukt je niet om iedere dag een kwartier te bidden. De volgende zondag denk je: ik heb gefaald. Je rechtvaardigt jezelf met het excuus dat je het te druk hebt gehad, maar je voelt je schuldig en denkt: ik had moeten bidden. Je voelt je niet alleen schuldig, maar je voelt je nu ook een mislukkeling, want het was ook al niet gelukt met bijbellezen. Naast de pijn die je al had van het niet in de Bijbel lezen, heb je er nog meer pijn bij gekregen. Je raakt nu nog eerder ontmoedigd.

Een ander gebied - geld geven. Jij wilt ook je bijdrage geven aan de kerk en je zegt een bedrag toe. Je werkt hard, maar je schiet tekort. Je voelt je schuldig en down. Zo ontstaat pijn op pijn en al die pijn heeft te maken met de kerk. Je gaat naar een andere kerk en de pijn begint van voren af aan. Je hoort steeds dezelfde boodschap: je bidt niet genoeg, je geeft niet genoeg, je doet niet genoeg, je bent niet... en je bent niet.... Je identificeert je pijn met de kerk en op een dag hoeft het allemaal niet meer.

Zo verlaten mensen de kerk, omdat de kerk de oorzaak is van hun pijn. Ze houden nog wel van God, maar al gauw zien ze God als de veroorzaker van hun pijn. Ik ontmoet zoveel mensen die vol pijn zitten en zich ellendig voelen door wat ze in de kerk hebben meegemaakt. Ze zeggen: ik ga niet meer naar de kerk, want in de kerk moet je zoveel. Dit is wat je noemt: religie en wetticisme.

Als je in de waarheid stapt dat je rechtvaardig bent, is bijbellezen geen verplichting meer. Je bent zo verliefd op God dat je niets liever doet dan bijbellezen. Je hoeft geen commitments meer te maken, want je hongert naar het woord van God en je kunt niet wachten om het te horen of te lezen. Je leest de Bijbel hardop, vol passie en emotie. Omdat je van de Vader houdt, hou je van bidden en voel je je vrij om met hem te communiceren.

Waarom is het zo belangrijk om jezelf als een rechtvaardige te zien? Omdat onze identiteit het fundament is waarop ons geloof kan groeien. Zonder onze ware identiteit kunnen we geen overwinningsleven leiden. We zouden gebonden blijven en nooit zonder schuld of veroordeling tot de troon van God kunnen naderen. We zouden nooit de onvoorwaardelijke liefde van de Vader kunnen accepteren, noch zou de volledige werking van het kruis in ons leven worden gerealiseerd. Jezus is gestorven om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging. “Wij, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen tot deze genade, waarin wij staan.” (Romeinen 5:1-2).

Niet goed genoeg

Het was voor mij niet gemakkelijk om te geloven dat ik rechtvaardig was. Ik had moeite met God de Vader. Met Jezus had ik geen probleem, maar ik vond het moeilijk om vaderliefde te ontvangen. Ik kon niet accepteren wie ik was en bleef zeggen: je bent niet goed genoeg. Een profetische vrouw zei een keertje tegen me: “Harry, als jij aan God denkt, wat denk je dan?” “God zegt tegen mij dat ik niet genoeg bid en niet gevoelig genoeg ben. Ik voel dat hij iedere keer met zijn vinger naar me wijst en zegt dat ik niet goed genoeg ben”, zei ik. “Nee, Harry, zo is God niet”, zei ze. “Jouw God is je Vader en hij heeft zijn armen wijd open, terwijl hij zegt: “Kom, laat me je omhelzen zoals een vader dat kan doen.” God zegt tegen je dat hij zowel je aardse vader als je hemelse vader wil zijn.”

Ik huilde, want dit was wat ik nodig had. Ik had het er erg moeilijk mee dat ik geen aardse vader had. Mijn vader dronk en had ons gezin in de steek gelaten toen ik vier jaar oud was, omdat mijn moeder altijd boos was. Wat miste ik de liefde en acceptatie van een vader. Ik keek altijd uit naar een vaderfiguur, hoewel ik me niet kon voorstellen dat een vader van mij zou kunnen houden. Er was niks goeds aan mij. Ik was een voorwerp van spot vanwege mijn sproeten, rode haar en hazentanden en dat vond ik niet eens vreemd, want ik hield ook niet van mezelf. Daarom dacht ik dat God niet zou kunnen bestaan, en als hij er was, zou hij wel tegen me schreeuwen en zeggen dat ik niet goed genoeg was.

Kom aan tafel

Een tijdje later deelde een andere profetische dame een beeld met mij. Ze zag me zitten aan tafel met God de Vader aan het hoofd. Ze zei tegen me: “God vraagt aan je of je naast hem komt zitten. Wil je dat?” Nu diende ik God al jarenlang en daar had ik geen moeite mee, maar ik kon me niet voorstellen dat ik zomaar bij God aan tafel zou mogen zitten en dat hij mij dan zou bedienen. Het was voor mij ondenkbaar dat ik alleen van Gods aanwezigheid kon genieten, zonder iets voor hem te doen. Ik kon me ook niet voorstellen dat God naar mijn verleden kon kijken en dan geen zonde zou zien. Dat leek me onmogelijk in mijn situatie. Hoe kon God in vredesnaam nog een toekomst voor mij hebben? Dat was meer dan ik met mijn verstand kon bevatten. Hier had ik geloof voor nodig. Door dag na dag te bidden, te lezen en te mediteren over wie ik ben in Christus, slaagde ik er langzamerhand in om mezelf te gaan zien als een rechtvaardige.

Vaders liefde

Toen ik inzag dat ik rechtvaardig was, bracht dat me in de armen van de Vader. Dat betekende alles voor mij. Het was zoals Paulus in Romeinen 5:1 beschrijft: ik had vrede met God. Eindelijk was ik thuis. Een van de mooiste uitwerkingen van rechtvaardigheid is dat je kunt rusten in Vaders armen. Het is heerlijk om de liefde en acceptatie van de Vader te voelen. Woorden kunnen niet beschrijven hoe het is om vrij te zijn, je hoofd op zijn borst te leggen en de liefde die hij voor je heeft op te snuiven. Zodra we deze ervaring met God de Vader hebben, kan niets of niemand in de wereld ons meer intimideren. Daardoor kan ik op alle plekken ter wereld allerlei soorten mensen ontmoeten - of ze nou koning zijn of president, drugsverslaafd of bendelid. Ik hou van iedereen op hetzelfde niveau.

God heeft me een bediening gegeven in Washington DC, waar senatoren me vragen voor gebed en profetische counseling. Iemand vroeg eens aan me: “Hoe is het om al die belangrijke mensen te ontmoeten en voor ze te mogen bidden?” Eerlijk gezegd is er geen verschil. Rechtvaardigheid stelt niemand boven de ander. We zijn allemaal even rechtvaardig als we Jezus hebben aangenomen. Trouwens, niet om arrogant te zijn, maar zij hebben ook het voorrecht om mij te ontmoeten en Gods liefde door mijn leven heen te zien!

Mijn gebed is dat de dag zal komen dat mensen hun leven aan de Heer geven en meteen begrijpen dat ze nu gerechtvaardigd zijn. Ik zou willen dat ze dat meteen kunnen aannemen, zonder eerst door alle schuld en veroordeling heen te hoeven. Het kostte mij jaren om al die schuld en veroordeling kwijt te raken. Veel christenen geloven dat ze gered zijn, maar voelen zich diep van binnen niet goed genoeg. Ze denken dat God er voortdurend op uit is om onze zonden aan te wijzen en dat we absoluut geen fouten mogen maken. God is naast een liefdevolle God, ook een heilige God die geen zonde kan verdragen, zeggen ze dan; maar in feite is dat valse nederigheid. Zonder Jezus zouden we geen schijn van kans maken bij God, maar Jezus heeft het oordeel in onze plaats ondergaan. Daardoor ziet God onze zonden nu echt niet meer, maar is hij een Vader die van zijn kinderen houdt en ons niet meer hoeft te veroordelen als wij een fout maken. We kunnen niets doen waardoor God meer van ons zou houden, maar we kunnen ook niets doen waardoor God minder van ons zou houden.

Ik heb geen kinderen gekregen om tegen ze te zeggen: “Jij bent mijn zoon of dochter, zorg ervoor dat je je vanaf nu goed gedraagt!” en ze dan aan hun eigen lot over te laten. Nee, ik wil ze knuffelen, met ze praten, met ze stoeien, ze kietelen, grapjes met ze maken, met ze lachen en met ze huilen. Ik wil genieten van alles wat ze doen terwijl ze opgroeien. Toen ik vroeger ‘s ochtends de deur uitging, kon ik niet wachten tot ik weer thuis was en die kinderarmpjes weer om mijn nek voelde als ze met me wilden stoeien en op me probeerden te klauteren. Zo is God de vader ook. Hij verlangt ernaar om ons zijn geweldige, dikke vaderknuffel te geven. Hij houdt net zoveel van ons als van zijn eigen zoon Jezus.

In de hof

God hield ervan om met Adam en Eva door de hof te wandelen. Met dit doel heeft hij de mens geschapen: om van ons te genieten, vriendschap met ons te hebben, met ons te praten en ons te beschermen. Wij zijn er om hem te aanbidden, hem te zien, te horen, aan te raken en zijn aanwezigheid te voelen. Het doel van God met de mens is nooit veranderd, alleen het proces: Adam faalde, maar Jezus slaagde voor de test. Door te sterven in onze plaats en op te staan, gaf hij ons terug wat Adam en Eva in het begin waren kwijtgeraakt. We hebben de volmacht gekregen om als rechtvaardige mensen te wandelen met God, zijn liefde te ontvangen en hem onze liefde terug te geven.

Hoofdstuk 6 - Wat doen we met zonde?

Een gevoel van veroordeling, minderwaardigheid en schuld houdt veel christenen gevangen in de gedachte dat ze niet goed genoeg zijn om hun gebeden beantwoord te zien worden. Jarenlang hebben twijfel, falen en zwakheid het christenleven gedomineerd. De waarheid is dat we deze negatieve gedachten en gevoelens helemaal niet meer hoeven te hebben, omdat God het zondeprobleem heeft opgelost. Hoe heeft hij dat gedaan? Door Jezus te zenden, die de wil van God volbracht door zijn zondeloze lichaam te geven als het volmaakte offer voor onze zonden. Als we in Jezus geloven en in wat hij voor ons heeft gedaan aan het kruis, worden we de rechtvaardigheid van God in hem.

Niemand kan recht voor God staan door alleen maar vergeving van zijn zonden te ontvangen. De bijbel zegt dat er niemand vanuit zichzelf rechtvaardig is (Romeinen 3:10-12). Ook maakt de Bijbel duidelijk dat het bloed van stieren en bokken de zonden wel tijdelijk bedekt, maar niet wegneemt. De oude natuur die de zonde produceert blijft in stand. Je zou steeds weer opnieuw vergeving moeten vragen door offers te brengen. Maar als je een kind van God wordt, word je een nieuwe schepping. Alles wat je ooit gedaan hebt in je leven, inclusief de zonden van je voorgeslacht, wordt weggenomen. Zelfs de zonden die je in de toekomst nog zult begaan, worden op dat moment weggenomen. Dit vindt maar een keer in je leven plaats. Al je zonden worden weggenomen door het bloed van Jezus, op het moment dat je een nieuwe schepping wordt. Niet alleen worden je zonden weggenomen, maar ook je oude, zondige natuur houdt dan op te bestaan en de nieuwe natuur van God neemt zijn plaats in. God de Vader plant zijn eigen natuur, zijn DNA, in ons. Dat verandert nooit meer. Alleen wanneer we zelf de keuze maken om God niet meer te volgen, zal God

zijn geschenk van ons terugnemen.

Het bloed van Jezus heeft dus eens en voor altijd afgerekend met het zondeprobleem. God werkt in onze levens de heiligheid uit die hij zelf voor ons heeft voltooid in het volbrachte werk van Jezus. Als we geloven dat er nog iets is wat wij zelf aan onze heiligheid of rechtvaardigheid kunnen toevoegen, zouden we het werk van Jezus verloochenen. Daarmee zouden we zeggen dat hij geen volledig werk heeft gedaan. Maar juist omdat hij een volledig en perfect werk heeft volbracht, zijn wij in staat om volop te leven als volwaardige kinderen van God, van wie God net zoveel houdt als van zijn zoon Jezus.

We zijn heel gemaakt. We zijn is staat om iedere dag heilig te leven door de genade van God. Onze nieuwe identiteit is ‘rechtvaardig‘ en genade helpt ons om dagelijks rechtvaardig te leven. Met heilig‘ bedoel ik onze binnenkant, niet hoe we eruit zien.

Een tekst waar je nu misschien aan denkt, is 1 Johannes 1:8: “Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet.” Zie je wel - denk je misschien, hier staat toch dat wij nog steeds zonde hebben?

Ik geloof dat dit geschreven is voor de gelovige die een verstoorde relatie heeft gekregen met zijn naaste. Het wegnemen van zonde is voor de zondaar die tot Jezus komt en God neemt onze zonden weg als we ons leven aan Jezus geven. Het is een eenmalig offer geweest van Jezus, dat voldoende was om in één keer onze zondige natuur weg te nemen. Vanaf dat moment hebben we een vlekkeloze natuur en zijn we vrij van de macht die zonde over ons had. Maar we hebben nog steeds de mogelijkheid om te zondigen, tegen elkaar of tegen God. De Heilige Geest zal ons dan duidelijk maken dat we hersteld moeten worden in rechtvaardigheid.

Als we bijvoorbeeld zondigen tegen een broeder of zuster, moeten we hem of haar om vergeving vragen en laten zien dat we van hen houden. Door in liefde te wandelen, leven we volgens onze rechtvaardige identiteit. We hoeven niet langer stil te staan bij onze zonden, want die zaak is afgedaan. We focussen op de genade van God en op de waarheid dat we dankzij die genade recht voor God staan!

De rechtvaardigheid van de christen, die Paulus beschrijft, is de rechtvaardigheid die van God zelf komt. God zelf heeft ons ‘zeer goed’ gemaakt door ons zijn natuur te geven. Weet je nog dat God dit zei toen hij de mens had gemaakt, die vanaf het begin geschapen was naar het beeld van God met de goddelijke natuur? Jezus heeft die oorspronkelijke staat in ons hersteld! De macht van zonde en ziekte is gebroken. Hoewel we kunnen zondigen, willen we niet zondigen, hoeven we niet te zondigen en zullen we niet zondigen als we gefocust blijven op de gerechtigheid van God en de puurheid en vergeving van Jezus die al heeft plaatsgevonden in ons leven.

Als we ons richten op de waarheid, dat we als nieuwe, rechtvaardige schepping van God niet kunnen zondigen, zullen we ook zo gaan leven. Als je je realiseert dat je rechtvaardig bent en dat God je zonder zonde ziet, dan wil je ook in die pure staat blijven! Ik geniet ervan en ben zo dankbaar dat ik rechtvaardig ben en ik leef er ook naar.

Wat je denkt, is wat je als gevolg daarvan ook doet en wordt. Als ik preek over rechtvaardigheid, en over de kracht en liefde van God, krijg ik een kerk vol mensen waar het goed mee gaat, omdat hun denken gericht is op de waarheid dat ze rechtvaardig zijn. Het is de waarheid die ons vrijmaakt!

Ons denken over wie we zijn moet dus drastisch veranderen. Daar is Jezus voor gestorven; niet alleen om onze zonden te vergeven, maar ook om ons een nieuwe identiteit te geven en ons denken te vernieuwen. Ons leven verandert vanzelf als we ons richten op wie we zijn in Christus en op de liefde van de Vader. We hoeven ons niet meer te verontschuldigen voor ons verleden en het is ook niet meer nodig om onszelf te rechtvaardigen.

Als ik op zondag preek over schuld, veroordeling en zonde, wat zullen de mensen in mijn kerk dan doen? Ze zouden doorgaan met zondigen, omdat ze daarvoor geprogrammeerd worden. Ze zullen zich af gaan vragen: heb ik vandaag gezondigd? En omdat hun denken gericht is op zonde, zullen ze ook automatisch meer gaan zondigen. Wanneer je bijvoorbeeld denkt: ik wil niet roddelen, zul je merken dat je dat juist gaat doen. Je hersenen registreren namelijk geen positief of negatief, ze horen alleen het woord ‘roddelen’ en brengen dat in actie. Probeer maar eens even niet te denken aan een roze olifant. Waar denk je dan aan? Juist!

Ik was ooit verbonden aan een bepaalde denominatie, waar men geloofde dat echtscheiding een van de ergste zonden was. Als iemand gescheiden was, mocht hij bepaalde functies niet meer bekleden, ook al had deze persoon voldoende talent. Gescheiden mensen waren dus tweederangs christenen geworden, ongeacht de reden van de echtscheiding. Hoewel een scheiding nooit goed is en ik het zeker niet aanmoedig, weet ik dat God vergeeft en dat hij mensen weer herstelt.

Statistieken geven aan dat zestig procent van de christelijke huwelijken uitmondt in een scheiding. Onder niet-christenen is het percentage echtscheidingen vijftig procent. Waar komt dat verschil vandaan? Het aantal echtscheidingen onder christenen zou minder moeten zijn, zou je toch denken. Wat is er aan de hand? Vaak reageert het leiderschap in de kerk zo heftig op dit type ‘zonde’, dat dit juist het aantal echtscheidingen in de hand werkt.

Ook homoseksuelen worden als tweederangs christenen gezien. Als iemand praktiserend homoseksueel is, wordt dat als een onvergeeflijke zonde beschouwd. Deze mensen zouden onmogelijk gered kunnen worden. Maar dat is niet waar! God houdt van hen, omdat ze meer dan wie dan ook op zoek zijn naar liefde, maar de verkeerde geest hebben opgepikt. God heeft veel homoseksuelen die tot hem kwamen vergeven en hersteld. Als rechtvaardige mensen zijn we geroepen om van iedereen te houden, zoals God de Vader van ons houdt.

Sta op, word verlicht en laat je licht schijnen!

Zondebesef geeft ons een verkeerd beeld van God. Het zorgt ervoor dat we God zien als iemand om bang voor te zijn, omdat we denken dat hij er voortdurend op uit is om ons te veroordelen en zonde in ons te openbaren. Dit is een verkeerde opvatting. Hij is Vader God. Ons beeld van hem verandert als we hem leren kennen als een liefhebbende, tedere vader die naar onze vriendschap verlangt. De nieuwe schepping is compleet in Christus, volmaakt geliefd en perfect verzorgd. We zijn vrij om in de tegenwoordigheid van God te zijn en hem te eren in alles wat we doen door zijn onmetelijke genade. Iedere gedachte dat we zwak zijn, ieder besef van zonde zouden we moeten weren, zodat we kunnen stijgen tot het niveau van onze rechtvaardige plaats in Christus en ons licht kunnen laten schijnen.

Kijk eens in de spiegel

Wat weerhoudt ons ervan om als rechtvaardige te leven? Het feit dat we maar om vergeving blijven vragen! Als ik ergens spreek en de vraag stel: “Wie denkt dat hij elke dag zondigt? Wie heeft God vandaag om vergeving gevraagd?” dan zouden niet alleen heel veel mensen hun hand opsteken, maar ze zouden dat ook nog doen met een glimlach op hun gezicht. Alsof ze vanwege hun eerlijke belijdenis en nederigheid nu heel geestelijk zijn. Maar wat zei Jezus toen hij aan het kruis hing? Het is volbracht! Hij vergaf alle zonden. De waarheid is dat we zouden moeten wandelen in rechtvaardigheid en dankzij onze nieuwe natuur en zijn genade zijn we daartoe in staat. Kijk eens wat er staat in 1 Johannes 3: “Wij zullen hem gelijk zijn; en in hem is geen zonde. Een ieder, die in hem blijft, zondigt niet. Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (Gods) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. Een ieder, die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet liefheeft.”

God heeft mijn denken vernieuwd. Ik weet niet hoe dit gebeurd is; wat ik wel weet is dat ik weigerde om nog langer de persoon te zijn die ik vroeger was. Iedere dag kijk ik in de spiegel en dan zeg ik tegen mezelf: “Harry, jij bent de rechtvaardigheid van God door Christus Jezus.” Ik recht mijn schouders, spring in de houding en zeg: “Hier ben ik!”

Zonde is geen issue meer in mijn leven. Is het Koninkrijk van God binnen in mij? Dat is de vraag waar alles om draait. Ik kan bidden voor de zieken zodat ze genezen worden, demonen uitdrijven, het weer veranderen, blinde ogen openen en doden opwekken. Ik kan alles doen wat Jezus deed en meer dan dat. Als je daar je gedachten op richt, is alles mogelijk. Je krijgt zelfvertrouwen en zekerheid. Natuurlijk maken we nog wel eens fouten. Wat dan nog? Die zaak is gesloten voor God. Ik mag verder leven als rechtvaardige met de gunst van God op mijn leven.

Hoofdstuk 7 - Mijn eerste opdracht

Als kerkleider had ik veel verantwoordelijkheden. Zondagochtend en zondagavond preken en vaak ook nog op woensdagavond. Ik was directeur van de christelijke school die bij de kerk was aangesloten. Omdat de kerk geen middelen genoeg had om mij een salaris te kunnen geven, verkocht en legde ik tapijt. Daarnaast zorgde ik voor mijn schoonvader die niet gezond was en probeerde ik samen met mijn vrouw onze drie kinderen groot te brengen. We hadden een schuld opgebouwd van een paar duizend dollar, wat me zorgen baarde. Onnodig te vermelden dat al deze zaken bij elkaar hun tol eisten: ik had weinig rust, sliep slecht en was het grootste deel van de dag depressief en boos.

Mijn belangrijkste motivatie om kerkleider te zijn was dat ik daardoor erkenning kreeg. De oudsten van de moederkerk waar mijn kerk deel van uitmaakte, waren trots op me. Hoe harder ik mijn best deed om een goede kerkleider te zijn, hoe depressiever ik werd. Onze kinderen waren tieners die een vader nodig hadden, maar de gemeenteleden en al mijn andere taken eisten al mijn aandacht op. Ik besloot om mijn taken binnen de kerk neer te leggen, waar mijn kinderen me nog steeds dankbaar voor zijn. Ze hebben daardoor ervaren dat ze werkelijk belangrijker voor me waren dan mijn bediening.

Te weten dat ik gerechtvaardigd was, nam alle druk van me af die door mensen op me was gelegd. Het gaat in de eerste plaats om onze relatie met God de Vader. Alle andere dingen die God voor ons heeft gepland, komen zonder druk of zware eisen en verplichtingen. We dienen God de Vader en leven niet om mensen te behagen. Daarom voelde ik me vrij om mijn bediening neer te leggen, zodat ik mijn volle aandacht aan mijn gezin kon geven op een moment dat ze me hard nodig hadden.

Toen de kinderen zelfstandiger waren geworden en me minder nodig hadden, vroeg ik aan de Heer: “Vindt u het goed dat ik weer in mijn bediening stap?” “Natuurlijk”, zei God. “Ik ga weer aan de slag, Heer”, zei ik. “Wat wilt u dat ik doe?” De Heer zei: “Ik wil dat je op een andere manier gaat bidden dan je tot nu toe gedaan hebt.” Ik vertelde de Heer dat ik klaar stond om weer voor hem aan het werk te gaan. God zei: “Goed, zoon, maar ik wil dat je nog een poosje blijft bidden.” Ik bad een jaar en had toen het idee dat ik nu echt een boodschap had die mensen moesten horen. “Heer, ik stap weer in mijn bediening”, zei ik. “Nee, ik wil dat je nog een poosje langer bidt”, zei God. Weer ging er een jaar voorbij. Hoe meer ik bad, hoe meer ik me af begon te vragen of ik werkelijk weer wilde preken. Ik wilde een goede boodschap brengen, die mensenlevens en kerken zou veranderen.

Na tweeënhalf jaar zei God eindelijk: “Zoon, het is tijd om te gaan. Ik wil dat je eerst naar Washington DC gaat.” God wilde niet dat ik zou preken of bidden voor mensen, hij wilde alleen dat ik in Washington voor ons land zou bidden. Er was wel een probleem: ik had maar 20 dollar. Stacia, mijn dochter, was stewardess bij een grote luchtvaartmaatschappij en ik mocht mee tegen gereduceerd tarief. Zo boekte ik een vlucht en vloog naar Washington DC. Daar werd me de mogelijkheid geboden om in een gebedshuis te overnachten.

In Washington DC voelde ik Gods hart voor onze natie. Ik kon de hele week niets anders doen dan bidden en huilen. “Waar gaat dit over, Heer?”, vroeg ik. “Dat merk je nog wel”, zei God. Een paar maanden later, op 11 september 2001, begreep ik waarom ik zo had moeten huilen. Op deze dag vonden de terroristische aanslagen plaats op de Twin Towers van het World Trade Center en het Pentagon in Washington DC, die onze natie voor lange tijd in nationale rouw brachten. Ik had het verdriet van onze natie gevoeld en God had me gestuurd om voor ons land te bidden.

God sprak tot me via mensen die mij niet kenden. Ze zeiden dat ik autoriteit had op regeringsniveau en dat de aanwezigheid van de Heer zou rusten waar ik mijn voeten zou zetten. Ook zeiden ze dat ik terug zou gaan naar Washington DC om te bidden. Deze woorden klikten in mijn geest, ik voelde Gods hart in deze profetieën. Zodra het luchtruim weer open was, nam ik de eerst mogelijke vlucht naar Washington DC.

Ik liep het Capitool in en wandelde door de gangen, ondertussen zachtjes biddend. Senatoren spraken me aan en vroegen me wie ik was. “Ik ben een man van God en ik ben hier om voor u te bidden. Ik bid voor bescherming voor u, uw gezin en uw personeel en ik bid dat God u wijsheid zal geven om onze natie te regeren.”

Vanwege de angst en stress waaronder de senatoren gebukt gingen, vroegen ze me binnen in hun kantoren. “Bid nu voor ons”, vroegen ze. Daarna haalden ze hun personeel erbij en mocht ik ook voor hen bidden. Het maakte niet uit of de senatoren en stafleden katholiek waren, joods of van een ander geloof. Ook was het niet belangrijk welke politieke overtuiging ze hadden. Ze wilden allemaal gebed. Na het gebed zette ik mijn wandelingen door de gangen voort en hield de volgende senator me aan. Ze kwamen naar me toe en groetten me, ook al hadden ze me nooit eerder gezien. Ik wist dat dit de plek was waar ik thuishoorde. Hier werd ik erkend en gerespecteerd, dit was waar God me voor geroepen had!

In Gods gunst bewegen

Ik ontdekte het verband tussen de gunst die ik ondervond in Washington DC en de boodschap van rechtvaardigheid. Dat senatoren me aanhielden en om gebed vroegen, leek te gebeuren omdat rechtvaardigheid niet (ver)oordeelt. Ze ontvingen mij op hetzelfde niveau waarop ik hen ontving.

Op het moment dat we de puurheid van God in ons hebben en ons realiseren dat we de gerechtigheid van God zijn door Christus Jezus, wandelen we in gunst, betrouwbaarheid en eenheid. De gunst van God vergezelt ons waar we ook gaan en doet iets met de mensen die we ontmoeten. Mensen ervaren deze gunst en betrouwbaarheid en voelen zich onbewust tot ons aangetrokken vanwege de liefde van God die in ons is.

Laat me je een verhaal vertellen om dit te illustreren. Op een dag liep ik door het drukbevolkte centrum van Portland. Tussen de menigte door wrong zich een stevige, langharige, bebaarde jongeman vol tattoos en kwam recht op mij aflopen. Waarschijnlijk een dakloze die op straat woonde. Zijn ogen leken gefixeerd op mij. Van een afstand rook ik zijn sterke, zurige lichaamsgeur; een mengsel van zweet en ongewassen kleren. Zodra hij me dicht genoeg genaderd was, gaf hij me een dikke pakkerd. “OK, Heer, ik kan geen lucht meer krijgen, wat bent u aan het doen?”, vroeg ik benauwd. Een paar minuten lang onderging ik zijn stevige omhelzing. Toen hij me eindelijk losliet, vroeg ik hem: “Waarom deed je dat?” Hij keek me glunderend aan. “Ik kon u niet weerstaan, meneer”, zei hij. “U bent zo mooi!” Daarna wandelde hij weg met een lach op zijn gezicht. Ik lachte ook en vroeg aan God: “Heer, wat was dit nu weer?” “O, hij zag mij in jou en hij kon je niet weerstaan”, legde God uit.

Dit soort situaties heb ik daarna vaker meegemaakt. Ik begrijp het niet altijd, maar mensen voelen zich aangetrokken tot mensen die hun ware, rechtvaardige identiteit in Christus kennen. Ik weet ook dat God iedereen wil promoveren die het geheim van rechtvaardigheid heeft ontdekt.

Met recht is dat een geheim te noemen, want veel mensen rennen door het leven terwijl ze weten dat ze gerechtvaardigd zijn, maar zonder de zegeningen te beseffen die hiermee gepaard gaan. Als je niet weet wat je toekomt, maak je er ook geen aanspraak op. Als je rechtvaardig leeft, zoals 1 Johannes 2:29 zegt - dat wil zeggen: als je leeft vanuit je ware identiteit in Christus - zie je een aantal van die zegeningen in je leven exploderen. Je zult met mij beamen: “Ja, dat is waar ik naar op zoek was, dit is het ware christenleven. Dit leven zal andere mensen jaloers maken, zodat zij ook hun leven aan Jezus willen geven en God willen dienen.”

Gunst in iedere situatie

Voor mij is het een van de wonderlijkste uitwerkingen van een leven als rechtvaardige: de gunst van God ondervinden, waar je ook gaat. Psalm 5:13 zegt: Want Gij zegent de rechtvaardige. Toen ik naar Washington DC ging, was het honderd procent Gods werk dat senatoren en ministers mij voor zich lieten bidden. Vóór mijn gebedstijd in het bos bemerkte ik af en toe de gunst van God op mijn leven. Maar naarmate de waarheid dat ik een rechtvaardige was dieper in mijn hart landde, nam de gunst van God in mijn leven toe.

Nu merk ik Gods gunst iedere dag, in elke situatie. Zelfs Joe, mijn 80-jarige buurman, heeft het in de gaten. Onlangs mocht ik hem tot Jezus leiden. Wij rijden regelmatig samen naar de supermarkt om boodschappen te doen. Iedere keer verbaast het hem weer dat er precies voor de ingang een lege parkeerplaats voor me gereserveerd is. Ik merk dat hij steeds meer onder de indruk raakt van God. Inmiddels zou ik het gewoon kunnen gaan vinden dat God zo goed voor me zorgt, zelfs in kleine dingen als een parkeerplaats. Maar ik blijf het bijzonder vinden en prijs God voor zijn goedheid met een glimlach op mijn gezicht, want dit is de gunst van God op mijn leven.

Toen mijn dochter stewardess was, zei ze wel eens tegen me: “Pap, ik weet niet hoe je het voor elkaar krijgt, maar je vliegt altijd eerste klas. Dat kan helemaal niet met een IPB (indien plaats beschikbaar)- ticket. Dit moet God zijn!” En het is ook God die dit doet. Het leven lacht me toe sinds ik besef dat ik een rechtvaardige ben. Ik ontmoet mensen die ik helemaal niet behoor te ontmoeten, maar kom ze ‘toevallig’ tegen. Laatst liep ik tegen een bekende senator op. Ze was helemaal beduusd van onze ontmoeting en daarom vond ze het goed dat ik voor haar bad.

Waar ik ook ga, ik weet dat God een welbehagen in me heeft en dat hij een lach om zijn lippen heeft. Ik hoef je niet te vertellen hoe ik hier vroeger over dacht: “O, ik weet niet of ik het wel goed heb gedaan, of ik de goede dingen heb gezegd. Was God wel blij met me? Vond deze persoon me wel aardig? Was dit wel de wil van God?” Dit soort gedachten heb ik nu niet meer.

Is iedereen dan blij met me? Nee, niet altijd. Maar dan lach ik en zeg: “Heer, zegen ze.” Ik ben nu in staat om van mensen te houden, zelfs als ze negatief zijn of me agressief benaderen. Omdat de gunst van God me vergezelt, kan ik van die gunst uitdelen aan anderen.

Gods gunst is zelfs merkbaar op mijn spullen. Ik rij in een Amerikaanse luxewagen uit 1993 die bijna 300.000 mijl gereden heeft. Hij lekt olie, maar rijdt nog steeds betrekkelijk zuinig. De meeste auto’s van die leeftijd liggen allang op het autokerkhof. Toch rijdt hij als een limousine. Ik haal nog steeds iedereen in op de snelweg. Het is een zeer betrouwbare wagen.

Leven in rechtvaardigheid is een geweldige levensstijl. Als we weten dat de gunst van God op ons leven is, gaan er deuren voor ons open, waar we ook zijn. God opent voor mij deuren naar verschillende landen, bijvoorbeeld Egypte. Ik ging daar tien dagen heen om te bidden en liep een klooster binnen. De bisschop kwam naar me toe en omhelsde me. Iedereen weet dat je de bisschop niet aan mag raken, maar hij behandelde me als zijn gelijke. In Egypte werd ik met eer en respect behandeld en dat is ook de gunst van God. Ik verwachtte dat niet en heb er ook niet om gevraagd, maar als dat gebeurt glimlach ik en zeg: “Heer, u bent zo goed!” En God zegt tegen mij: “Jij bent mijn vriend. Je staat in mijn gunst, omdat je je rechtmatige plek weet en je identiteit in mij kent. Je leeft in de volheid van wat ik heb volbracht op Golgotha.” Ik weet dat God daar blij mee is!

We kunnen Gods gunst in ieder onderdeel van ons leven ervaren. Betekent dit dat we nooit problemen of uitdagingen hebben? Zeker niet, die hebben we allemaal. Soms word ik wakker en check mijn bankrekening. Dan zie ik dat ik er maar een paar dollar op staat! Omdat ik echter weet dat Gods gunst om mijn leven is, word ik daar niet zenuwachtig van. Ik hoef niet te gaan wanhopen of smeken: “Jezus, geef ons geld, we moeten onze rekeningen betalen.” Nee, ik ben daar heel ontspannen onder. Het is geen probleem, want ik weet dat God goed voor me zorgt. Het komt altijd goed. Als je weet dat je in de gunst van God staat, heb je geloof. Gunst bouwt je geloof op en geloof leidt tot resultaten. God reageert namelijk altijd op geloof.

“Wij zijn het met je eens”

Gunst is een van de grootste zegeningen sinds ik weet dat ik rechtvaardig ben. Ook voor jou zal dit zo uitwerken. Toen ik laatst in Israël was om voor regen te bidden, stond ik in de Jordaan terwijl ik het woord van God proclameerde. Als een profeet strekte ik mijn handen uit naar God en bad voor een regentijd van drie jaar. Toen ik me daarna omdraaide, zag ik zeven prachtige eenden op rij staan, die me aankeken alsof ze wilden zeggen: “Wij zijn het met je eens, amen!” Ze stonden daar alsof ze daartoe opdracht hadden gekregen, wachtten vijf minuten en liepen toen weg in een keurige rij achter elkaar. Zelfs dieren voelen zich tot ons aangetrokken als we in rechtvaardigheid leven.

Sommige mensen die dit boek lezen zeggen misschien: “Broeder, je kunt niet altijd gunst hebben, je hebt ook te maken met vijanden.” Dat klopt, maar zelfs mijn vijanden kunnen vrede met me hebben nu het tussen God en mij in orde is. Zo kan ik op een jeugdbende aflopen, terwijl ik weet dat ze niet veel goeds van plan zijn. Omdat ik een oudere man ben, zullen ze me normaal gesproken niet gauw aanspreken. Maar ik kan te midden van die groep jongelui halthouden en vragen: “Hé, hoe gaat het met jullie, waar komen jullie vandaan?” En al snel zouden we in gesprek raken. “Waarom loop je mank?”, vroeg ik laatst aan een van die jongens. Ik zag hem een beetje trekken met zijn linkerbeen. “Oh, ik had jaren geleden een schotwond”, zei hij. “Heb je pijn?”, vroeg ik “Ja, nogal”, zei de jongen. “Kan ik voor je bidden?”, vroeg ik. “Natuurlijk, bid voor me!” De hele bende kwam om ons heen staan terwijl ik voor de jongen bad. Ineens was ik hun vriend.\

Nu groeten ze me als ze me zien: “Hé, Colorado!” Ik kan dus te midden van mijn vijanden lopen, ze voor me winnen en ze bedienen. Ik ben niet bang, want ik weet dat ik omgeven ben door engelen die me beschermen. Het is een geweldige ervaring om die vrede met God te hebben.

Hoofdstuk 8 - Leven in het bovennatuurlijke

Het besef dat we gerechtvaardigd zijn, is het fundament waarop ons geloof kan groeien. Als we weten dat we rechtvaardig zijn door Christus Jezus, stappen we in de aanwezigheid van de Vader met geloof, zonder vragen of strijd in ons denken. Geloof is alleen een probleem voor mensen die hun rechten en privileges in Christus niet kennen. Rechtvaardigheid gaf me het vertrouwen om geloof te hebben zoals ik niet eerder had. Ik geloof God nu voor alles.

God handelt op geloof. Hij antwoordt niet als we hem vanuit angst benaderen. Dat wordt duidelijk als hij zegt: “Vraag en je zult ontvangen. Geloof dat je het ontvangen hebt en je zult het hebben.” Twijfel brengt ons daar niet. Misschien zeg jij nu: “Mijn gebeden zijn niet beantwoord, ik heb niet ontvangen wat ik gevraagd heb. Ben ik soms niet goed genoeg?” Nee, ik zeg niet dat je niet goed genoeg bent. Ik wil alleen maar zeggen dat er meer is! God reageert op mensen die zichzelf helemaal aan hem hebben overgegeven en rechtvaardigheid brengt je op dat punt van overgave.

Alles is mogelijk

De Bijbel zegt dat we op zieken de handen zullen leggen en zij zullen genezen worden. Ik geloof dat! Het staat immers in het woord van God. Als ik mijn handen op zieken leg, zullen ze genezen. Ik hoef mensen na het gebed niet te vragen: “Hoe voel je je?” Ik hoef niet te controleren of ze genezen zijn, ik geloof het gewoon. Als mensen nadat ik voor hen gebeden heb naar me toe komen en zeggen: “Ik ben niet genezen”, dan zeg ik: “OK, dan bidden we nog een keer, laten we dit nogmaals aanpakken.” En dan vraag ik aan God: “Heer, waar heb ik u gemist? Wat moet ik zeggen? Laat me de dingen zeggen die u wilt dat ik zeg en laat me de gebeden bidden die u me ingeeft. Laat me tegen elk ongeloof en elke angst opkomen.”

Vraag ik dan nooit: “Bent u genezen?” Jawel, als de Heer dat tegen me zegt, en alleen om hun geloof op te bouwen. Als ze het wonder zien, laat ik ze onmiddellijk voor een andere zieke bidden, want ze hebben nu een groot geloof. Ze geloven God voor alles!

Het is geen issue of mensen genezen zijn of niet. Dat is niet mijn zaak. Mijn taak is niet om uit te leggen waarom ze niet genezen zijn, want daarvoor zou ik religieus moeten worden. Ik zou excuses moeten zoeken voor God, maar dat doe ik niet. Ik hoef God niet te verklaren, ik moet handelen op zijn woord en niet twijfelen.

Verontschuldigingen zaaien twijfel. Ik ga dan ook geen dingen zeggen als: de persoon had niet genoeg geloof, ik had niet genoeg geloof, we hebben niet het goede gebed gebeden, het was niet Gods tijd, enzovoort. Ik moet gewoon bij het woord van God blijven en verbonden met de Heilige Geest blijven, zodat ik kan bidden wat Jezus bad. Hij zei: “Ik moet doen wat de Vader me zegt te doen.”

Dat is ook de opdracht voor jou en mij. Het is niet aan mij om uit te leggen wat God aan het doen is. Het is geestelijk niet correct om dingen weg te redeneren, dus ik weiger dat te doen. Dat zou me in het natuurlijke brengen en we moeten in het bovennatuurlijke zijn. Rechtvaardigheid brengt ons op de plek waar we steeds meer gebeden beantwoord zullen zien. Ik wil je aanmoedigen: durf te bidden. Jakobus 5:16 zegt: “Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, omdat er kracht aan verleend wordt.” Met andere woorden, het gebed van een rechtvaardige heeft Gods aandacht!

Zekerheid

Misschien denk jij nu wel: wat een arrogante man. Laat me iets duidelijk maken. Als wij onze identiteit zoeken in rechtvaardigheid, geeft dat ons zekerheid. We hebben de zekerheid dat God onze hemelse, maar ook onze aardse vader is. We hebben de zekerheid dat God een roeping voor ons heeft. We hebben de zekerheid dat God onze gebeden hoort en beantwoordt.

Ik ontmoette eens een zakenman in het vliegtuig, waarschijnlijk een wetenschapper want hij had een heleboel vragen. Ik sprak met hem over rechtvaardigheid en hij zei: “Interessant, dit heb ik nog nooit gehoord, maar het klinkt logisch en ik ga het onderzoeken.” Toen vroeg hij: “Als u naar Washington DC gaat om te bidden, hoe weet u dan dat God uw gebeden beantwoordt?” Ik zei: “Dat hoef ik niet te vragen. Ik hoef alleen maar te bidden. Af en toe schrijf ik mijn gebeden op in mijn gebedsschrift. Ik schrijf er een datum bij, wat ik gebeden heb en wat het antwoord van God was.” “Hoeveel onbeantwoorde gebeden heb je?”, vroeg hij. “Geen een”, zei ik. Hij was stil. Daarna moest hij even een glas wijn of zo bestellen en toen hij dat op had, richtte hij zich weer tot mij: “Geen enkel onbeantwoord gebed?” “Nee”, zei ik en vervolgde: “Luister! Ik ben nog verbaasder dan jij! Maar als we onze gebeden opschrijven, zien we pas hoeveel gebeden God beantwoordt. Ons geloof wordt zekerheid. We rekenen op God.”

Zekerheid is iets wat iedereen nodig heeft in zijn leven. Daarom weet ik dat het belangrijk is dat dit boek er komt: omdat het mensen zekerheid zal geven. Als je zekerheid hebt, wil dat nog niet zeggen dat je arrogant bent. In mijn wandel met God en in mijn zakelijke bezigheden ga ik niet om met ‘losers’ of negatieve mensen. Ik zorg altijd dat ik in de buurt ben van positieve, zelfverzekerde mensen die weten wat ze willen, die hun identiteit hebben gevonden in Christus en een winnersmentaliteit hebben. Ieder mens wil omgaan met mensen die succesvol zijn, zekerheid hebben, betrouwbaar zijn en karakter hebben. Als je met die mensen omgaat, weet je dat je de waarheid hoort en dat je geïnspireerd en bemoedigd wordt in plaats van in de put gepraat. Die mensen geloven in je en willen er voor je zijn. Ieder succesvol mens heeft ooit iemand gehad - waarschijnlijk al in zijn jeugd - die in hem geloofde. Omdat er iemand was die vertrouwen in ze had, zijn ze de persoon die ze nu zijn. Jezus gelooft in ons. Hij heeft zoveel vertrouwen in ons, dat hij voor ons gestorven is. Niet alleen om onze zonden te vergeven, maar om van ons nieuwe mensen te maken die zijn opdrachten in het Koninkrijk van God kunnen uitvoeren (Efeziërs 2:10).

We hebben het dus niet over arrogantie, maar over vertrouwen en zekerheid. Arrogantie zegt: kijk eens hoe belangrijk ik ben, het gaat om mij. Mensen met zekerheid en vertrouwen hoeven dat niet te zeggen. Ze hoeven zichzelf niet te bewijzen. Ze kunnen gewoon op de achtergrond aanwezig zijn en anderen naar voren schuiven, zonder dat ze zich zorgen hoeven te maken over wie de credits krijgt. Ze zijn altijd oprecht blij als anderen succes hebben, nog enthousiaster dan over hun eigen succes. Mijn vrouw zegt altijd: “To those who matter, it doesn’t matter. To those who don’t matter, it matters.”

Als we arrogante mensen ontmoeten, mogen we ze niet veroordelen, maar kunnen we voor ze bidden. Als ze van Jezus houden, zijn ze rechtvaardig. We zijn allemaal onderweg, dus we kunnen vertrouwen hebben dat ze er zullen komen. Onze liefde zou mensen altijd bij de Vader moeten brengen. Hij is de grondlegger en voltooier van ons geloof. Het is God die de credits krijgt van onze overwinningen.

Open voor nieuwe gezichtspunten

We beginnen meer open te staan, omdat we ons geloof niet meer hoeven te verdedigen. We moeten rechtvaardigheid laten zien en in praktijk brengen, zoals Romeinen 3:25-26 en 1 Johannes 3:10 beschrijven. Dat betekent dat er geen oordeel meer is. We kunnen onszelf of anderen niet meer veroordelen en ons ook niet meer laten veroordelen. Met een gerust hart kunnen we openstaan voor de ideeën en gedachten van andere christenen! Omdat we weten dat zij ook rechtvaardige mensen van God zijn, zijn we in staat om rechtvaardigheid in hen te zien. Sommige oude manieren van denken zijn heel negatief, maar die leggen we af en we nemen ons nieuwe geloofssysteem aan.

Onze houding naar anderen toe verandert dus. Er zijn mensen die tevreden zijn met het feit dat ze gered zijn en naar de hemel gaan. Die zeggen misschien: “Ik wil geen zieken genezen of doden opwekken, laat mij mijn eigen manier van geloven maar hebben. Ik ben gered en heb het eeuwige leven. Ik weet dat ik zondig, maar ik vraag iedere avond om vergeving.” Deze mensen staan niet open, maar zijn bang voor verandering.

Een christen zou een krachtig mens moeten zijn, maar veel christenen denken dat ze zondaars zijn. Als jij denkt dat je een zondaar bent, moet je je doctrine veranderen en geloven wat de Bijbel zegt, niet wat je van de kansel hoort. We zondigen nog wel, maar het is niet meer de focus van ons leven. We zijn Koninkrijksmensen en doen machtige dingen voor God.

Vanaf het moment dat we op deze manier gaan denken, ontvlamt er iets nieuws in ons. Misschien denk je nu wel dat dit ‘new age’ is. Inderdaad, het is iets nieuws. Het is geen belemmerend geloofssysteem meer, maar een opbouwend geloofssysteem dat je bevrijdt van de wet en je het bewijs geeft dat God leeft. Het daagt je oude geloofssysteem uit. Als je het niet begrijpt of niet wilt veranderen, beschouw je het misschien als new age en onbetrouwbaar. Keer op keer hoor ik dat van mensen die alles al hebben gezien: hypocrisie, gebed waarbij genezing uitbleef, een krachteloze kerk die geen waarde voor hen heeft. Maar wat de Bijbel over ons zegt, is echt.

Zodra je weet dat je de rechtvaardigheid van God bent, krijgt je christelijke leven zin. Dan gaat het niet langer over een theologie binnen vier muren. Het gaat om de liefde van de Vader, waardoor er een nieuwe wereld voor ons open gaat: het Koninkrijk van God op aarde, zoals in de hemel.

Geen angst meer voor mensen

We kunnen de machten der duisternis onbevreesd tegemoet treden, in de zekerheid dat geen pijl ons schild van gerechtigheid kan doorboren. We kunnen ‘de rechtvaardigheid doen’, zoals 1 Johannes 2:29 zegt. Een moedig gebedsleven, vrijmoedig handelen op Gods woord, dapper handen op de zieken leggen en onbevreesd demonen uitdrijven zijn ‘werken der rechtvaardigheid’. We eten dat we zijn zoals Jezus was in deze wereld. Daarom wandelen we zonder angst in de Geest en doen we wat hij ons zegt. Laat me je een verhaal vertellen om dit te illustreren.

Het is vlak voor Kerst en ik ben onderweg naar huis. In Philadelphia moet ik drie uur wachten tot ik mijn volgende vliegtuig kan nemen. Ik wandel dus wat door het luchthavengebouw als ik ineens een man aan een van de balies hoor schreeuwen. Nieuwsgierig loop ik er naartoe. Ik kan zien dat hij heel boos is. “Je hebt mijn vlucht gecanceld!”, schreeuwt de man tegen de baliemedewerkster. “Nu kom ik te laat voor het optreden van mijn dochter!” De stewardess doet haar uiterste best om de man zo goed mogelijk te helpen en boekt een nieuwe vlucht voor hem. Als ze hem het ticket overhandigt, geeft hij haar nog een flinke snauw. Ik zie aan de blik in haar ogen dat het haar raakt en dat ze deze keer diep gekwetst is. Dan hoor ik God tegen me zeggen: “Laat deze man hier niet mee wegkomen.”

Ik heb niet veel zin om deze boze man aan te spreken. Na een paar minuten stap ik toch op hem af en vraag: “Hoe maakt u het, meneer?” “Niet zo best”, zegt de man. Ik vertel hem dat ik een man van God ben en dat ik hem hoorde praten tegen de baliemedewerkster. “Ik geloof niet in God”, antwoordt hij. “Dat kan wel zijn, maar er zijn een paar dingen die ik graag met u wil delen”, zeg ik. “Ik merkte dat u een klacht had en ik wil u vertellen wat ik waarnam. Uw klacht was waarschijnlijk gegrond, daar wil ik verder niet op ingaan. De dame achter de balie was u erg behulpzaam. Ze droeg zorg voor wat u nodig had, maar nadat ze u geholpen had schreeuwde u nóg een keer tegen haar en toen heeft u haar pijn gedaan. Ik zag het aan haar gezicht. Maar hiermee heeft u zichzelf nog meer benadeeld.” “Welnee”, zegt de man. “Oh, jawel”, zeg ik. “Laat me het uitleggen. Uw naam en reputatie zijn met dit ticket verbonden en vanaf nu zullen ze zich u herinneren als een boze man. U heeft een heleboel negativiteit gezaaid en als u deze negatieve energie niet stopzet, zult u nog meer negativiteit aantrekken. Het zal niet goed voor u uitpakken als u uw excuses niet aanbiedt aan deze dame.” “In dat geval ga ik m’n verontschuldigingen aanbieden”, zegt de man en loopt terug naar de baliemedewerkster.

Als hij weer bij me terug is, feliciteer ik hem, terwijl ik zeg: “Je hebt het goede gedaan en het tij gekeerd. Nu zul je weer positieve dingen aantrekken, alhoewel het even duurt voor alle negativiteit om je heen verdwenen is.” Terwijl hij naar me luistert kijkt hij intussen naar het scherm. Dan begint hij te lachen. “Ik weet wat je bedoelt”, zegt hij, “Mijn vlucht is zojuist weer gecanceld! En ik kan er niet eens boos om worden, want je zegt het en het gebeurt direct voor mijn ogen.” Hij loopt terug naar de balie en de baliemedewerkster boekt opnieuw een ticket voor hem. Dit keer geeft ze hem een eersteklas vlucht.

Knuffel

De man loopt weg en ik wandel naar de baliemedewerkster toe om haar te bemoedigen. “Ik ben een man van gebed en ik heb gezien hoe je een boze klant hebt geholpen. Ik heb geen geweldige woorden van bemoediging voor je. Het enige wat God me gezegd heeft is dat ik je een dikke knuffel moet geven en dat Jezus van je houdt.” “Kom hier en geef me een dikke knuffel”, zegt ze. Ik sla mijn armen om haar heen en ze begint te huilen. Ze huilt al haar pijn en bitterheid weg. Daarna zegt ze: “Laat me je ticket eens zien.” Ze werpt een blik op mijn ticket en scheurt het doormidden. Dan overhandigt ze me een nieuw ticket - voor een eersteklas stoel!

Ik had een goede vlucht naar huis. Dit is de gunst van God. Maar dit had ik allemaal niet meegemaakt als ik niet met de Heilige Geest had gewandeld. Ik hou ervan om in de Geest te wandelen, omdat alles dan goed uitpakt. Deze man wilde op tijd zijn voor de uitvoering van zijn dochter, maar God had een beter plan voor hem. Hij wilde aan deze man laten zien dat hij leeft. Dit moest allemaal gebeuren, zodat deze man gestimuleerd zou worden om God te geloven. Als ik had gezegd: “Heer, ik ben bang voor die man, ik ga niet naar hem toe”, zou er niets gebeurd zijn. Maar als we luisteren naar de Heer, dan vinden er altijd goddelijke ontmoetingen plaats. We hoeven alleen maar met onze geestelijke oren te luisteren en te doen wat hij tegen ons zegt.

We zijn geliefd

Hoe kunnen we deze opwindende avonturen met God meemaken? Die gebeuren als je weet dat God de Vader naar je kijkt zonder enige veroordeling, zonde of schuld, maar je ziet als zijn prachtige, eigen schepping. Wanneer we onszelf zien vanuit Gods perspectief, zijn we nooit meer dezelfde. Niemand kan ons meer intimideren, omdat we bij de Koning der Koningen zijn geweest, de eeuwige, almachtige God, de schepper; en we zijn door hem geliefd. We hebben in zijn armen gelegen. We weten hoe Gods liefde voelt en we kennen hem.

Niemand is als God de Vader

Eerlijk gezegd is er niets belangrijkers dan dit. Niets en niemand is te vergelijken met God de Vader. Ja, mijn vrouw is de belangrijkste persoon ter wereld; mijn kinderen en kleinkinderen zijn allemaal erg belangrijk; maar niemand haalt het bij God de Vader. Hij houdt van iedereen. Hij heeft geen speciale lievelingetjes, maar heeft zijn ogen op ieder mens gericht. Hij vindt het niet belangrijk naar welke kerk we gaan of hoeveel uur we bidden. Wat echt indruk op hem maakt, is als we het volbrachte werk van Jezus in zijn volle omvang accepteren en onze rechtvaardige identiteit aannemen. Dat doet God groot plezier. Want dan kunnen we ook uitgaan en doen wat hij ons zegt te doen.

Verlost van het verleden

Lang nadat ik gered was bleef ik last houden van een diepe, innerlijke woede en gevoelens van depressiviteit. Vaak werd ik al boos wakker. Dan haatte ik iedereen, vooral mezelf. Mijn huisarts had me naar een therapeut gestuurd, die me de opdracht gaf om mijn verhaal op te schrijven. Dat bracht me heel veel innerlijke genezing, maar toch bleef die diepe, innerlijke, onbewuste pijn van binnen aanwezig. Niemand wist ervan, want ik kon het aan de buitenkant goed verbergen. Door het incident met Lars, die ik in een aanval van blinde woede neersloeg - waar ik je al over vertelde - ontdekte ik dat die pijn nog levensgroot in mijn binnenste aanwezig was. Maar toen de boodschap dat ik rechtvaardig was in mijn hart landde, was de pijn en ook mijn diep verborgen woede verdwenen. Waar het gebleven is, weet ik niet, maar het was er niet meer. Het verleden was voorbij.

Ik kan het niet uitleggen, misschien kunnen theologen dat; maar als je ontdekt wie je bent in Christus, is er iets in je wat zegt: het verleden doet er niet meer toe. Ik richt me nu op het heden en op mijn toekomst. Het is belangrijk dat ik het werk en de wil van de Vader doe. Daar heb ik me volledig aan toegewijd.

Geen schuld en veroordeling meer

Als je rechtvaardig bent, kan niemand je controleren of manipuleren door middel van schuld en veroordeling. Romeinen 8:1 zegt: “Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.” Sinds ik weet dat ik rechtvaardig ben, heb ik vrede met mezelf. Ik hoef mezelf niet meer te bekritiseren of naar beneden te halen, ik ben nu goed genoeg. Ik veroordeel mezelf niet, want ik ben een rechtvaardige man van God. Ik kan niet veroordelen wat God heeft gemaakt, of wat God heeft veranderd, en dat doe ik ook niet. Ben ik dan volmaakt? Nee, ik weet dat ik dat niet ben. Ik werk aan bepaalde dingen en weet dat ik dat kan, want ik heb de vrede van God in mij en ik ben hem welgevallig. Dat maakt mijn leven vederlicht.

Satan is de aanklager. Hij komt naar ons toe en zegt: “Denk aan je verleden, weet je nog wat jij gedaan hebt, weet je nog hoe slecht de mensen jou behandeld hebben, weet je nog hoe je moeder je in elkaar sloeg en je afgewezen heeft, herinner je je nog hoe je Lars hebt willen doden, weet je nog…” Dan is mijn antwoord: “Nee, daar denk ik niet meer aan, want jij hebt geen gezag over mij. Je kunt geen schuld meer op me leggen, want het verleden is voorbij.”

Een van de grootste openbaringen is dat we een nieuwe schepping zijn. Alle oude dingen zijn voorbij gegaan en het nieuwe is gekomen. Ik ben geen product van mijn verleden, ik ben het product van de toekomst die op me wacht omdat ik gerechtvaardigd ben. Het verleden heeft geen invloed meer op mij en bepaalt niet meer wie ik ben.

Als ik naar de littekens op mijn lichaam kijk, zie ik dat ze er nog zijn. Maar nu zijn het tekenen van liefde voor mij, want ik ben door de pijn heen gegaan. Ik ben een strijder en dit zijn markeringen van de strijd. Ik heb de pijn van afwijzing en misbruik overwonnen, die op kwam zetten als ik aan mijn verleden dacht. Omdat ik voor honderd procent een nieuw mens ben geworden, in mijn ziel, mijn geest en mijn lichaam. Dus als ik aan het verleden denk, kan ik me verheugen, want het verleden is voorbij en ik ben helemaal nieuw.

Spelen met Jezus

Ik herinner me een verhaal van een vriendin van mij. Zij en haar man woonden een dienst bij in een kerk in Toronto. Gedurende de gebedstijd lag ze op de grond en Jezus kwam naar haar toe. In een visioen zat ze samen met Jezus aan tafel. Hij rolde een knikker naar haar toe en zij rolde hem terug. Toen pakte hij een bal en rolde die naar haar toe. Daarna haalde hij een ander spelletje tevoorschijn. “Hou je van spelletjes?”, vroeg Jezus haar. “O, ja!”, zei ze. Ze hadden samen plezier. Ze giechelden en schaterden en speelden allerlei spelletjes aan tafel.

Een van de zere plekken uit haar verleden was dat haar vader nooit met haar speelde. Aan tafel werden er geen spelletjes gespeeld, daar werd je gecorrigeerd. Dit was de plek waar haar vader tegen haar zei dat ze niet goed genoeg was. Nu nam Jezus al die pijn van haar weg, door aan tafel met haar te spelen. Echt iets voor Jezus om dat te doen. Echt iets voor de Vader om ons op de plek waar de pijn zit, te ontmoeten. Dat deed God ook met mij en ik ben hem daar dankbaar voor.

Ziende het onzienlijke

Rechtvaardigheid maakt ons geestelijk gevoeliger. Een paar jaar geleden heb ik God gevraagd: “Heer, ik wil het onzichtbare zien.” Nu was dat een verkeerd gebed van mij. De Heer opende mijn ogen en ik zag allerlei verschrikkelijke dingen die mijn hart braken. Ik kon het niet aan en had spijt dat ik dit aan God had gevraagd. Zo leerde ik een belangrijke les. Als je ogen opengaan voor het onzichtbare, zie je niet alleen de goede dingen, maar ook de slechte. Mijn gebed had moeten zijn: “Heer, laat me zien wat u wilt dat ik zie.”

Daarna begon ik het hart van mensen te zien. Ik begon Gods rechtvaardigheid in andere christenen te zien. Dat was geweldig, want ik kon ze niet meer veroordelen. Voordat ik de waarheid van rechtvaardigheid begreep, had ik toch vaak een zeker oordeel: OK, jullie zijn christenen, ik vraag me af waar jullie staan op een schaal van 1 tot 10. Krijgen jullie een 0 of een 5? Ik weet niet waarom ik zo naar ze keek. Het maakte niet uit en het was verkeerd. Maar toen ik ging zien dat we allemaal even rechtvaardig zijn als we geloven in Jezus en zijn verlossingswerk, was mijn oordeel verdwenen. Rechtvaardigheid geeft ons immers allemaal een 10.

Ik begon ook pijn te zien in mensenharten. Pijn door ziekte en gebieden die genezing nodig hadden. Ik werd heel gevoelig voor de mensen om me heen. Ik kon over hen profeteren en voor hen bidden om hen te bemoedigen, en dat bouwde hun geloof op. Door mij profetische woorden te geven voor mensen, opende God de deuren van Nederland voor mij.

Engelen

Ik wil nu niet te geestelijk overkomen, maar ik begon ook silhouetten en kleuren te zien en dacht: dat zouden wel eens engelen kunnen zijn! Dus ik vroeg de Heer om mijn ogen te openen zodat ik engelen zou zien. Uiteindelijk was ik in staat om zo nu en dan engelen te zien. Wat een prachtige ervaring is dat! Engelen zijn overal en we kunnen ze zien, als we onze natuurlijke ogen sluiten en in de Geest gaan zien.

Dit is een van de resultaten van rechtvaardigheid: we wandelen minder vaak in het vlees en worden gevoeliger voor de bovennatuurlijke wereld om ons heen. Ik begon gevoeliger te worden voor Gods stem, zodat ik wist wat mijn opdracht was en dat is heel belangrijk voor mij. Toen God zei: “Ga naar Washington DC”, ging ik. Ik wist dat ik erheen ging om te bidden en en dacht eerst: dat kan ik toch ook thuis doen? Maar God wilde dat mijn voeten op de ‘grond’ zouden zijn. Hij wilde dat ik in de stad was om de geestelijke atmosfeer van de stad te proeven, zodat ik zou weten wat ik moest bidden.

God zegent de rechtvaardige

De eerste keer dat ik naar Israël ging, had ik een ticket maar ik wist niet waar ik zou logeren. Ik wist alleen dat ik zou landen op Tel Aviv. Ik wist ook wat ik daar ging doen: bidden. Maar ik had geen geld om ergens te verblijven. Ik had budget voor hooguit twee nachten in een hotel. Er was geen weg terug meer, want ik zat al in het vliegtuig.

Mijn vrouw had me bij het vliegveld afgezet en toen ze na een half uur weer thuis was, ging de telefoon. Het was een Israëlische man die ik een paar maanden eerder ontmoet had tijdens een gebedsbijeenkomst in Washington DC. Hij was weer terug in Jeruzalem en vroeg: “Waar is Harry?” Roberta zei: “Hij zit in het vliegtuig en is onderweg naar Israël.” “Als je hem spreekt, vraag dan of hij dit nummer belt, dan komen wij hem ophalen. Hij kan bij ons logeren en wij kunnen hem begeleiden naar de plaatsen die hij wil bezoeken.” Terwijl ik al meer dan tien kilometer hoog in de lucht was, zorgde God intussen voor mij. Ik moest hem eerst gehoorzamen, om vervolgens te ontdekken dat hij het allemaal al voor me geregeld had.

Hoofdstuk 9 - Laat het maar regenen

Als we in de waarheid van rechtvaardigheid stappen, beginnen we te leven in geloof. Met andere woorden, we beginnen te leven in het bovennatuurlijke. Ik leerde dat door klein te beginnen en zo mijn geloof op te bouwen. Laat me een voorbeeld geven hoe ik leerde bidden voor regen, of om het te laten stoppen met regenen.

Ik was in Montana met een groep jagers. Er kwam een grote, donkere regenwolk aanzetten. Ik wilde niet dat het ging regenen, want natte kleigrond bemoeilijkt het wandelen en autorijden. Dus ik begon te bidden dat de wolk zou stoppen. De wolk stopte inderdaad en kwam niet langer onze kant opzetten. In plaats daarvan boog hij af naar rechts. Mijn jachtvriend kwam naar me toe en zei: “Zag jij die wolk deze kant opkomen?” “Ja”, zei ik, “en toen draaide hij weg.” “Heb jij daar toevallig iets mee te maken?”, vroeg hij. Ik vertelde hem dat ik aan het oefenen was.

Heilige regen

Zo ontdekte ik dat God mijn gebeden honoreerde als ik in de naam van Jezus wolken of regen stopte. Ik begon te oefenen op kleine wolken en daardoor groeide mijn geloof om regen te kunnen bedwingen. David in de Bijbel deed het ook zo. Hij begon met een leeuw en een beer en zo ontwikkelde hij voldoende geloof om de reus Goliath te kunnen verslaan.

In Kansas had het al drie jaar niet geregend. Een senator uit Kansas, die ik tijdens mijn gebedswandelingen in Washington DC had ontmoet, sprak in een radioprogramma de boeren toe dat er maatregelen genomen zouden worden tegen de droogte. Na de uitzending vertelde ik hem dat ik naar Kansas kon gaan om voor regen te bidden. Hij zei: “Nou, dan ziet het ernaar uit dat je naar Kansas gaat!” Toen ik aankwam, kreeg ik hulp van een groep voorbidders. Na de derde dag van gebed begon het tijdens een aanbiddingsdienst te regenen!

Drie jaar later belde de senator me op. Hij zei: “We hebben nu al drie jaar de hoogste opbrengst aan maïs en tarwe met het hoogst mogelijke eiwitgehalte en de meeste voedingsstoffen. Het was niet zomaar regen, Harry, het was een heilige regen en die kwam van God.” Bidden voor regen geeft niet alleen regen. Gods zegen komt mee voor de mensen en het land. Dat was ook het geval in de dagen van Elia. In die tijd zegende God het land met regen en vervloekte hij het land met droogte.

Dit alles kunnen we alleen maar meemaken doordat Jezus ons gerechtvaardigd heeft. De Bijbel zegt dat we ook moeten leven als rechtvaardigen, oftewel onze rechtvaardigheid moeten laten blijken door onze daden. Hoe doe je dat? Daar zal ik in het tweede deel van dit boek verder op in gaan. Laten we het er nu even op houden dat je op elk gebied klein begint. Je begint te bidden voor andere mensen. Ik zag bijvoorbeeld een keer dat iemand hoofdpijn had. Ik liep naar hem toe en vroeg: “Meneer, ik voel dat u vaak hoofdpijn heeft, klopt dat?” “Ja”, zei hij, “ik heb verschrikkelijke hoofdpijn.” Ik vertelde hem dat God me dat liet zien en dat hij me ook verteld had dat ik voor hem moest bidden, zodat God hem kon genezen.

Ook op het gebied van profetie begon ik met iets kleins en bouwde zo mijn geloof op. In onze kerk hadden we profetische mensen die voor andere mensen baden en over hen profeteerden. Ik begon op te schrijven wat ik dacht dat God tegen deze mensen wilde zeggen en hoorde dan deze profetische bidders hetzelfde bidden! Dat bouwde mijn geloof op en ook mijn zelfvertrouwen, omdat ik wist dat mijn geestelijke oren afgestemd waren op God, die mij liet weten wat er in hun leven speelde.

Na een poos zo geoefend te hebben, begon ik ook zelf te profeteren. Ik kreeg wel eens een naam in mijn gedachten en vroeg dan: “Heet jij Bill en woon je in Montana?” Ik luisterde naar God en vroeg dan of het waar was. Door de bevestigingen die ik kreeg, werd ik gesterkt in mijn geloof. Ik begon erop te vertrouwen dat het waar was wat ik zei. Terwijl ik bad wat mensen nodig hadden, ontwikkelde ik onderscheid. Zo werd ik klaargemaakt voor de opdrachten die God me later

zou geven.

Mijn regenopdracht in Israël

Ik ben nu vijf keer in Israël geweest. De laatste keer had God me opgedragen om te bidden voor een regentijd van drie jaar. De Heer had me beelden laten zien van vier plaatsen waar ik moest zijn. De eerste plek die ik bezocht was een grot boven Haifa. Haifa is een havenstad en badplaats in Noord-Israël, op het noordelijkste gedeelte van het Karmelgebergte en aan de Middellandse Zee. Het is de derde grote stad van Israël, na Jeruzalem en Tel Aviv, en de belangrijkste (haven) stad in het noorden van het land. Halverwege de berg bevindt zich de grot waar Elia voor regen heeft gebeden. Vlakbij de grot is een katholieke kerk. Hoewel ik verwacht had dat er een team voor me klaar zou staan om met me mee te bidden, was de kerk leeg toen ik aankwam. Ik begon in mijn eentje te bidden. Plotseling kwamen er drie bussen vol toeristen aanrijden en ik dacht: wat moet ik nu doen? De Heer zei tegen me: “Bid!”, dus ik bleef daar staan, in de grot waar Elia ook had gestaan, met mijn handen in de lucht geheven. Als een echte profeet proclameerde ik het woord van God en zei: “Ik ben een profeet van de Heer en ben gekomen om voor regen te bidden. Bid met me mee!” Degenen die Engels verstonden, vielen op hun knieën neer en begonnen te bidden als goede katholieken. Ik bad voor een regentijd van drie jaar, zoals Elia deed. Daarna bleef ik nog een poosje, omdat ik voelde dat ik nog niet klaar was hier.

Toen ontmoette ik Paul. Hij was een gepensioneerde leraar op gebedsreis, die alle katholieke kerken in het land bezocht. Ik vertelde hem dat ik graag naar het altaar wilde dat een stuk hoger gelegen was dan de grot, maar hij zei: “Oh, daar kun je niet komen.” Net op het moment dat hij deze woorden uitsprak, kwam de priester van de kerk naar beneden. Hij kende Paul kennelijk. Paul richtte zich tot de priester en zei: “Deze priester - waarmee hij mij bedoelde – wil naar boven om bij het altaar te bidden.” De hogepriester zei: “Hij mag overal heengaan, waar hij maar wil.” Hij keek me aan en ik was me ervan bewust dat ik eenvoudige priesterkleding droeg. Toch nam hij me mee naar boven, naar het altaar en de gebedsruimte. Ik wist dat dit de plek was waar ik moest bidden. Niemand zou me zien, maar mijn stem zou uit de ruimte komen en door de hele kerk schallen, die inmiddels volgelopen was met mensen.

Precies dezelfde woorden

Zo stond ik bij het altaar te bidden als een profeet, waarbij ik het woord van God sprak: “Heer, u beloofde dat er regen zou komen en dat uw vrede zou komen. U laat uw liefde zien en zegent het land. U wekt uw volk op om u lief te hebben, omdat u hen liefheeft.” Ik bad wat de Heer me ingaf en dat was een lang gebed. Toen ik opkeek zag ik Paul op zijn knieën liggen. Hij huilde. Nadat ik ‘amen’ had gezegd, sloeg Paul zijn armen om me heen. Zijn tranen maakten mijn schouders nat. Ik voelde de aanwezigheid van Jezus. Paul zei: “Vijf weken lang ben ik al onderweg om te bidden. Sommige gebeden die God me gaf heb ik opgeschreven. Jij hebt precies dezelfde woorden gebruikt die ik deze vijf weken heb opgeschreven.” Hij was zo gezegend dat ik zijn gebeden had gebeden. “Je hebt dit duidelijk van God gehoord”, zei hij. We hadden een prachtige tijd met elkaar.

De volgende plek waar ik naartoe moest, was de plaats waar Elia op het Karmelgebergte vuur van de hemel had gebeden. Weer ging ik naar een katholieke kerk en bad op het balkon. Dit keer gaf God me een team van vier mensen. Hij had me voordat ik naar Israël vertrok al laten weten dat ik overal waar ik zou bidden met een team van andere mensen zou zijn.

Daarna zei God: “Ga bidden in het meer van Galilea.” Ik kon me niet herinneren waar we het water in zouden kunnen gaan, maar een van de teamleden wist waar we moesten zijn. We deden onze schoenen uit en liepen het meer in. Intussen kwam er een groep toeristen op ons afgelopen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik een dame het meer inlopen, net zoals wij deden. Plotseling voelde ik een wind achter me. Het was de Heilige Geest die onder mijn schouderbladen bleef rusten. Het was alsof engelen me omhoog tilden. Mijn adem stokte in mijn keel.

Toen ik klaar was met bidden draaide ik me om. Ik vroeg mijn gastvrouw om even met de dame te gaan praten. Ze bleek Russische te zijn en ze zei tegen mijn gastvrouw: “We zagen hem en konden niet anders dan hem het water in volgen. Hij had een gloed om zich heen. Ik wilde dichterbij komen, maar dat kon niet. Zelfs nu kan ik niet bij hem in de buurt komen.”

De vierde plek waar ik moest zijn, was de plek waar de Jordaan het meer van Galilea instroomt. Het water van de rivier was een beetje vuil omdat het die nacht ervoor geonweerd en geregend had. Het regent altijd op de derde dag als ik bid! De vorige dag had God door een profetie gezegd: “Laat er bliksem en regen komen!” Die avond begon het te donderen en te regenen. De vrienden waar ik logeerde zeiden: “Dat moet van God komen, want het onweert hier bijna nooit. En als het gebeurt, dan duurt het nooit zo lang als nu.”

Het was lastig om de rivier in te gaan vanwege de hoge waterstand en de modder, maar ik stapte er toch in. Drie mensen gingen met me mee. We waren nu op een plek waar nooit toeristen komen, dus we zouden hier met zijn vieren blijven. Ik begon te bidden en de hemel opende zich. Ik bad voor een driejarige regentijd. Terwijl ik aan het bidden was, kwamen er zeven eenden aanwaggelen. Ze bleven aan de oever staan. Ik strekte mijn handen uit naar de hemel en de eenden keken toe. Toen ik me na het gebed omdraaide, liepen ze keurig op rij weg. Het was wonderlijk dat deze zeven eenden als het ware met me mee baden. God zou het meer van Galilea vol laten stromen met water.

Eindelijk vrij van wat mensen willen

Voordat ik besefte dat ik rechtvaardig was, wilde ik mensen behagen. Ik was uit op hun goedkeuring. Ik wilde graag uitgenodigd worden om op grote conferenties te spreken. Nu hoef ik mezelf niet meer te bewijzen en ben ik vrij van wat mensen van me verwachten, zoals blijkt uit het volgende verhaal.

Toen ik in Israël was voor mijn eerste ‘regenopdracht’ (in 2003), kwam er een man naar me toe die me naar de beek bracht waar David eeuwen geleden zijn stenen uitgehaald had om Goliath te verslaan. Ik pakte een steen uit het water en wreef hem schoon. Het was een mooie, gladde, zwarte steen gemaakt van lavaglas. Dit materiaal was vroeger onder de indianen felbegeerd vanwege de vlijmscherpe snijkanten. Ze maakten er speerpunten en messen van. Ik realiseerde me dat David waarschijnlijk deze steensoort gebruikt heeft om Goliath te doden. Nu is het echt iets voor een man om een steen in zijn zak te bewaren; iedere man vindt dat leuk. Ook ik stopte een steen in mijn zak om hem mee naar huis te kunnen nemen.

Kort na mijn bezoek aan Israël werd ik uitgenodigd voor een nationale gebedsbijeenkomst met dertig andere kerkleiders. De steen droeg ik nog steeds in mijn zak. Op een gegeven moment sprak God tot me. Hij zei: “Haal de steen uit je broekzak en geef hem aan die voorganger die daar in de deuropening zit, met zijn rug naar jou toegekeerd. Vertel hem dat deze steen uit de beek komt waar David Goliath gedood heeft en zeg tegen hem dat hij met deze steen zijn eigen reuzen moet

doden.” Ik zei: “OK Heer, ik zal een van de stenen uit mijn koffer halen”, maar de Heer vertelde me liefdevol dat ik de steen moest geven die in mijn broekzak zat. Ik had niet veel zin om mijn lievelingssteen aan een vreemde weg te geven, maar toch liep ik gehoorzaam op de man af en gaf hem mijn beste steen.

Zodra ik gezegd had wat God me had opgedragen, liet hij zich huilend op de knieën zakken. Ik liep weg, nog steeds een beetje ongelukkig dat ik mijn mooie steen moest missen. Een tijdje later stond de man op het podium om te vertellen wat er met hem gebeurd was. Hij zei dat hij erg ontmoedigd was geraakt en op het punt stond om alles op te geven: zijn gemeente, zijn gezin en zijn bediening. Hij zei, wijzend naar mij: “Toen kwam die profeet naar me toe en zei dat ik mijn ‘reuzen’ moest doden.” Daarop nodigde hij me uit om naar voren te komen om voor hem te bidden. Ik liep het podium op, bad voor hem en profeteerde over hem en daarna mocht ik nog voor andere voorgangers die aanwezig waren bidden. Het gaf me het gevoel dat ik echt iemand was. Diverse voorgangers vroegen me of ik een keer in hun kerk wilde komen spreken. Met zo’n tien uitnodigingen op zak verliet ik tevreden de gebedsbijeenkomst.

Tijdens mijn terugvlucht naar huis kwam Jezus naast me zitten. “Hoe gaat het met je?”, vroeg hij. Ik zei: “Geweldig Heer, ik heb tien uitnodigingen gekregen om te komen spreken.” Jezus antwoordde:

“Ik dacht dat ik jouw opdrachtgever was en dat ik mocht bepalen waar je heen zou gaan.” Beschaamd gaf ik toe: “U heeft gelijk, Heer. Naar welke van deze kerken wilt u me sturen?” “Naar geen enkele”, zei Jezus.

Thuisgekomen belde ik alle afspraken af. Ik legde de voorgangers uit wat er gebeurd was en bood mijn excuses aan. Toen zei Jezus tegen me dat ik de voorganger moest bellen aan wie ik mijn steen had gegeven. Ik belde hem op en we stelden een nieuwe datum vast waarop ik in zijn kerk zou spreken.

Na mijn spreekbeurt is zijn hele kerk veranderd. Deze voorganger is nu een van de ‘generaals’ van de gebedsbeweging in Massachusetts. Hij loopt voorop in de boodschap van rechtvaardigheid. Bovenal is hij een geweldige voorganger met een geweldig, succesvol gezin.

Wat ik je nu verteld heb, illustreert voor mij hoe je als rechtvaardige leeft. Rechtvaardigheid maakt je vrij van wat mensen van je willen. Je kunt niet meer gecontroleerd of gemanipuleerd worden door de eisen van anderen. Als je in je ware identiteit wandelt, ben je vrij in je tijd. Dit verhaal laat zien dat we van God moeten horen wat zijn wil voor ons is. Soms horen we iets van een mens en denken we dat hij door God gestuurd is, maar dat is niet altijd zo. Je moet tijd in gebed doorbrengen om van God te kunnen horen.

Als je eenmaal verslaafd bent geraakt aan de stem van de Heilige Geest, is er niets wat die plaats kan innemen. Ik móet weten dat de Heer het gezegd heeft; dat het de Heer is die me de opdracht heeft gegeven. Hij hoeft me niet alle details van tevoren te vertellen. Soms zegt hij alleen maar dat ik moet gaan en moet bidden, waarna hij een heel land voor me opent.

Voordat ik de openbaring had dat we gerechtvaardigd zijn, was bidden een vorm van werken voor mij in plaats van een uiting van liefde. Maar toen ik wist dat God de Vader een welbehagen in mij heeft en zijn armen om me heen wil slaan om van me te houden, werd bidden heel gemakkelijk. Ik wil gewoon ieder woord horen dat hij voor me heeft! Sommige mensen zeggen: “Ik kan niet wachten tot ik in de hemel ben”, maar ik raak opgewonden als ik de hemel op aarde zie komen. Ik wil nu al genieten van de liefde van de Vader, niet pas wanneer ik in de hemel kom.

Opgelucht

Eigenlijk was ik opgelucht toen Jezus tegen me zei dat ik mijn afspraken moest afzeggen. Als Jezus erbij is, met al zijn engelen, gebeuren er machtige dingen. Ik realiseerde me echter dat Jezus die spreekbeurten niet bevestigde en dat ik er in mijn eentje voor zou staan. Ik zou daar dan ook geen enkele vrucht hebben kunnen dragen. Ik ben er helemaal niet op uit om alleen te gaan, integendeel: dat zou zelfs gênant zijn, want er zou niets gebeuren. Dit was een goede les voor mij en voortaan zou ik wachten totdat Jezus zelf tot me zou spreken. Hij heeft me sindsdien op veel interessante plaatsen gebracht. God weet echt wat hij doet! Ik geniet van het avontuur om met hem op reis te gaan.

Deel 2 - Rechtvaardigheid in praktijk

Hoofdstuk 10 - Vernieuw je denken

In het tweede deel van dit boek wil ik met je stilstaan bij de praktijk: hoe kom je door rechtvaardigheid tot een koninklijke levensstijl? Laten we even herhalen wat we tot nu toe ontdekt hebben.

We zijn de rechtvaardigheid van God door Christus Jezus. We zijn een nieuwe schepping geworden. God woont in ons. Er zijn geen hindernissen, er is geen angst; er is alleen geloof. We hebben geen toestemming nodig om te leven, te bewegen of succesvol te zijn. Het gaat dus niet om wat we nodig hebben of wat we hebben, maar om wie we zijn.

De kern is: God gelooft in ons. Als we weten dat hij in ons gelooft, dan zijn we vrij om in zijn armen te rusten en zijn liefde toe te laten. Dit is de bron waar al het andere uit voortkomt. Als je weet dat God zijn hand op je had, nog voordat je geboren was, is alles goed. Al je pijn is dan verdwenen. Vanaf dat moment ben je in staat om met zekerheid en vertrouwen te leven, ook al leef je midden in een onzekere wereld. Want je weet dat God zelf en zijn engelen om je heen zijn en dat je alles kunt doen wat God tegen je zegt. We wandelen in geloof en zekerheid, want hij is de Koning der koningen en de Heer der heren. Als we dat weten en echt beginnen te geloven, dan komen we vooruit!

Laten we nog een keer doornemen hoe je kunt leven vanuit je rechtvaardige identiteit. Dit is wat ik gedaan heb om deze waarheid in mijn leven te versterken. Ik geef je graag nog wat praktische tips.

1. Bekeer je van een leven van religie

Ik zag in dat mijn leven een mengeling was van genade en wet. Daardoor leefde ik niet in de volle waarheid van het kruis. Ik vroeg de Heer om mij te laten zien dat ik echt rechtvaardig was voor God, door Christus. Dat ik niet alleen rechtvaardig was verklaard door God, maar dat mijn hele wezen, mijn hele kern, nu daadwerkelijk rechtvaardig was gemaakt. Ik wilde dat deze waarheid diep in mijn hart zou landen.

Tot die tijd dacht ik stiekem nog altijd dat God net deed of hij al mijn fouten niet meer zag en dat ik in mijn diepste kern nog altijd verdorven was. Nu weet ik dat God mij van binnen werkelijk zo puur, rechtvaardig en goed heeft gemaakt als Jezus. Ik bekeerde me dan ook van mijn geloof in een religieuze leugen en het aannemen van valse nederigheid en dat ik niet ten volle had geloofd in de waarheid van Gods woord.

2. Onderzoek de Bijbel en vertrouw het woord van God

Begin de Bijbel te lezen met mensen die hetzelfde geloven als jij. Het kan een lang proces zijn, maar de honger naar God zal je inzicht en openbaring geven. Vertrouw op het woord van God. Je bent een nieuwe schepping. Het oude is voorbij gegaan, het nieuwe is gekomen; dus, verander! Kom rigoureus in actie. Verander je zelfbeeld. Als je Gods woord gaat geloven, zal je geloofssysteem veranderen en gaat er een hele nieuwe wereld voor je open. Je zult meer bevrediging en voldoening hebben en meer vreugde in je leven ervaren. Duik erin, pak deze waarheid en ontwikkel je verder in het besef dat je rechtvaardig bent.

3. Geef je kerk of je verleden niet de schuld

Respecteer de mensen die betrokken zijn (geweest) bij jouw proces. Beschuldig ze niet. Soms duurt het jaren voordat iemand de waarheid ontdekt, maar prijs God dat je het hebt begrepen! Geniet van dit proces van ontdekken en zeg niet: “Had ik dit maar meteen gezien toen ik gered werd.” Ga de hele weg en geniet van de reis.

Trek je - als dat nodig is - een poosje terug. Zelf nam ik afstand van mijn kerk en sociale leven, omdat ik mijn emoties rust moest gunnen. Wij verkochten zelfs ons huis en verhuisden naar een andere plek. Dat waren grondige maatregelen om te veranderen.

4. Besef dat er nog steeds lessen te leren zijn

Rechtvaardigheid is niet alles, het is de deur waardoor je het Koninkrijk van God binnenkomt. Eigenlijk begint het avontuur met God dan pas. In Handelingen 5 lezen we dat mensen genazen, alleen al doordat de schaduw van Petrus op hen viel. Ik geloof dat God ons daar brengt: dat we de dingen gaan doen die Jezus deed en meer dan dat (Johannes 14:12).

De Bijbel zegt dat we als rechtvaardigen leven in geloof. Met andere woorden, we moeten onze rechtvaardigheid in praktijk brengen. Betekent dit dat we dagelijks ons best doen om rechtvaardig te zijn en aan onze tekortkomingen moeten werken? Nee, we hoeven alleen maar te wandelen in de Geest, van God te houden en van de mensen om ons heen. We wandelen in liefde, zoals Jezus deed.

Eigenlijk is daar niets aan toe te voegen. Zo leven we uit rechtvaardigheid. Toch is het mijn ervaring dat je geduld nodig hebt om zover te komen. Ons denken moet veranderen en dat is niet iets wat van de ene op de andere dag gebeurt. Soms moeten we laten varen wat we in het verleden hebben gedacht en geleerd. Het kostte mij twee jaar om alle schuld en veroordeling kwijt te raken, waar ik tot die tijd mee geleefd had. Ik sta nu dagelijks stil bij het feit dat ik rechtvaardig ben, want ik wil mijn gedachten niet laten besmetten door mijn oude manier van denken; oude gewoontes en doctrines, die soms weer de kop op steken.

Hoe kunnen we steeds meer beseffen dat we rechtvaardig zijn?

Belijd dagelijks dat je de rechtvaardigheid bent van God door Christus Jezus. Op een dag dat ik dat deed, brak er iets in mij. Het bracht me tot volledige overgave aan God. Ik ben altijd voorzichtig met wat ik zeg, want als ik iets zeg, gebeurt het ook; of het nu iets goeds is of iets slechts. Voor mij waren deze woorden: “Ik ben de rechtvaardigheid van God door Christus Jezus” dan ook niet zomaar religieuze woorden. Het was wie ik echt was, in mijn diepste kern. Ik ervoer het als een geestelijke doorbraak in mijn leven, waarin ik me volledig kon overgeven aan God.

Zeg het hardop!

Waarom is het zo belangrijk om hardop uit te spreken wat we willen? Laat me dit vertellen aan de hand van een voorbeeld uit mijn eigen leven. Ik was achttien jaar en onderweg naar de disco, waar ik mijn zaterdagavonden doorbracht. Ik moest daarvoor een eind lopen over een landweggetje. Op een van die avonden liep ik daar en keek om de een of andere reden omhoog. Daarbij riep ik zo hard als ik kon, want er was toch niemand in de buurt die mij zou kunnen horen: “Ik wil drie dingen in mijn leven. Ik wil een vrouw die van me houdt en me respecteert. Ik wil kinderen die me gehoorzamen en die hun vader en moeder respecteren. En het derde wat ik wil is dat ik miljonair word!”

Ik liep door, me niet realiserend dat ik aan het profeteren was. In feite zette ik in beweging wat ik nu heb: ik heb drie kinderen die mij en mijn vrouw eren en respecteren. Ik heb een geweldige vrouw, met wie ik nu 45 jaar getrouwd ben. En omdat ik hen heb, ben ik rijker dan een miljonair. Ik heb voldoening, goede vrienden, reis over de hele wereld, word gerespecteerd door kerkleiders, koningen en presidenten; ik heb twee eredoctoraten ontvangen, een master life coach certificaat en een PhD in Humanities. Wat kan een mens zich nog meer wensen?

Als je hardop en met emotie uitspreekt wat de Bijbel over je zegt, gebeurt er iets met je. Er zijn geen beperkingen meer. Je bent Gods speciale kind; je kunt alles door Christus, als hij je leven leidt. Je kunt de kracht van de levende God op aarde laten zien. Als je deze dingen uitspreekt, gaan ze via je oren naar je hersenen. Je hersenen herkennen je stem en geloven het. Waar je gedachten naartoe gaan en wat je gelooft, dat is wat er gaat gebeuren. Je zult de dingen hebben die je hebt gezegd. Dit is niet wat ik zeg, dit zegt de Bijbel: “Geloof dat je hebt ontvangen wat je hebt gevraagd en je zult het hebben.” “U geschiede naar uw geloof.”( zie onder meer Mattheus 7:7, Mattheus 8:13, Marcus 11:24 en 1 Johannes 5:14-15).

Je wordt wat je denkt

Als iemand de persoon wordt naar aanleiding van wat hij denkt over zichzelf (Spreuken 23:7 zegt: “As a man thinketh in his heart, so he is - KJV” - Letterlijk vertaald: “Zoals iemand denkt, zo is hij”. In de Nederlandse vertaling wordt dit iets anders omschreven), dan betekent dit dat je kunt veranderen als je je denken verandert. Heel veel trainingen voor persoonlijke ontwikkeling zijn op dit principe gebaseerd. Het populaire boek ‘The secret’ is ook gebaseerd op dit principe: Wat je zegt en gelooft, dat komt naar je toe; is het positief, dan trek je positiviteit aan en is het negatief, dan trek je negativiteit aan. Waar je je gedachten op focust, is wat je begint te zien in je leven. Hoewel het boek het label ‘new age’ heeft gekregen, is het in feite gebaseerd op het principe in Spreuken 23:7.

We denken aan dingen die we willen, maar ook aan dingen die we niet willen. Als een jonge vrouw, die niet van haar vader houdt, met een man trouwt omdat hij niet zoals haar vader is, dan zal ze uiteindelijk tot de ontdekking komen dat haar man precies haar vader is geworden! Waar ze in haar gedachten mee bezig was - dat ze geen man wilde zoals haar vader was - is werkelijkheid geworden.

Als we over onze pijn praten, zijn we als een magneet die nog meer pijn aantrekt. Het tegenovergestelde is ook waar: als we vrij zijn van ons verleden (dat wil zeggen dat ons verleden niet langer bepaalt of van invloed is op wie wij zijn), dan hebben we de gedachten van Jezus en mediteren we over zijn woorden. Waar denk jij aan, gedurende de dag? Wat denk jij over jezelf? Je wordt waar je over mediteert. Het is dus een goed idee om te mediteren over wat de Bijbel zegt over wie we zijn. Paulus raadt ons aan (Filippenzen 4:8): “Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.”

Christus is het fundament

Het principe ‘je wordt wat je denkt’ is een geweldig principe. Toch heb ik er een kanttekening bij. Je kunt denken, schrijven, hardop zeggen wat je wilt, maar als je niet bij jezelf begint en eerst je ware identiteit in Christus aanneemt, zul je waarschijnlijk niet krijgen wat je wilt. Dit principe hanteren zonder je identiteit in hem levert maar gedeeltelijk resultaat op. Want als je je leven niet op Christus bouwt, bouw je op zand. Je kunt de juiste dingen zeggen en de juiste dingen doen, maar als Christus je fundament niet is, stort je leven uiteindelijk in elkaar.

Daarom kunnen wereldse boeken over succesvol zijn alleen maar gedeeltelijk leiden tot succes. Mensen die God niet kennen, kunnen denken dat ze de weg naar succes hebben gevonden en ze zullen ook vast en zeker goede dingen in hun leven aantrekken, want zo werken Gods principes. Mijn vrouw kent een zakenman die tienden geeft. Hij houdt niet van God en wil God niet dienen, maar hij betaalt zijn tienden omdat hij de waarheid heeft ontdekt van het principe van ‘geven’ en weet dat hij ontvangt als hij eerst geeft. Echter, als de bron van succes niet Jezus Christus is, dan schieten ook deze boeken uiteindelijk tekort.

Ik ontmoet regelmatig succesvolle mensen die Jezus niet dienen. Ze zijn rijk en beroemd, maar hun huwelijken zijn mislukt. Hun kinderen zijn rebels geworden. Ze hebben weinig echte vrienden en kennen geen vrede in hun hart. Dat noem ik geen ‘succes’. Ik spreek pas van succes wanneer elk gebied in je leven in balans is.

Ik geloof dat elke positieve input mensen bij God kan brengen. Sommigen van ons planten zaad, anderen geven water, weer anderen mogen oogsten. Door mijn gesprekken met mensen in boekenwinkels, restaurants en op luchthavens, mag ik Gods liefde zaaien in mensenlevens en hen dichter bij God brengen. Als mensen naar me luisteren en me bezig zien, krijgen ze meer honger naar God. Ik hoor veel getuigenissen terug van mensen die zeggen: “Bedankt voor je gebed. Bedankt voor de tijd die je met me hebt doorgebracht. Je hebt me dichter bij God gebracht.”

God gebruikt zijn liefde om mensen dichter naar zich toe te trekken. Wanneer wij ons hart verharden en tegen God zeggen: “Ik wil mijn eigen leven leiden en ga nu mijn eigen weg, laat me met rust”, dan zal God ons met rust laten. We zijn overgeleverd aan onze eigen mislukkingen, hebzucht, egoïsme en boosheid. Als we maar genoeg fouten maken, brengt dat ons uiteindelijk op het punt dat we zeggen: “Ik kan niet zonder de hulp van God leven, ik heb Gods liefde en richting nodig.” We roepen hem aan en vragen hem onze Heer en redder te zijn. Dan komt God, redt ons en helpt ons. In plaats van dat hij zegt: “Je hebt me afgewezen, zoek het zelf maar uit, ik help je niet”, komt hij met zijn genade en liefde naar ons toe. Veel mensen kunnen die genade van God bijna niet begrijpen, want zelf hebben ze niet zoveel genade. God zegt dat zijn genade oneindig is en eeuwig. Dat geeft ons een blik op zijn persoonlijkheid en zijn wegen, en de diepte van zijn liefde.

Ik denk dat veel mensen niet kunnen begrijpen hoe het kan dat God hen rechtvaardig noemt, met het leven dat zij hebben geleid! Voor mij is het absoluut een bovennatuurlijk wonder van God dat ik rechtvaardig ben en nu dit boek kan schrijven. Als je kijkt naar mijn leven en hoe ik ben opgegroeid, was daar helemaal niets in te vinden dat mij rechtvaardig had kunnen maken zonder Christus. De Bijbel noemt onze eigen rechtvaardigheid ‘vuile kleren’. Zonder Christus kunnen we niks tot stand brengen. We kunnen alleen rechtvaardig worden door te geloven in het volledige werk van het kruis, waar Christus onze zondige natuur heeft weggenomen en Gods DNA in ons heeft geplant.

Geen excuses meer

De openbaring van rechtvaardigheid is een van de meest fundamentele waarheden in het woord van God. Dit is wat in veel geloofssystemen ontbreekt. Als we zeggen dat mensen zullen genezen en het gebeurt niet, dan weten we daar niet mee om te gaan. Dus bedenken we excuses voor God, waarom hij onze gebeden niet beantwoord heeft. Er zal wel iets niet goed zijn in ons leven, of in het leven van de persoon voor wie we hebben gebeden. Maar als we weten dat we rechtvaardig zijn, hoeven we helemaal geen excuses meer te maken.

Als er storm opsteekt in ons leven en er beproevingen komen, dan hebben we ondanks alles wat er gebeurt zekerheid. Want we zijn rechtvaardigen! De storm kan ons niet omblazen; we blijven met zekerheid staan, ook al blaast de wind recht in ons gezicht. Ik weet dat ik de Jordaan doorga en dat ik aan de overkant kom; ik weet dat ik zal slagen in de opvoeding van mijn kinderen; ik weet dat ik moeilijke dingen kan doen, omdat ik zekerheid heb. Die zekerheid is gelegen in mijn nieuwe identiteit in Christus.

Alleen God kan van ons een nieuwe schepping maken en hij heeft dat gedaan toen Jezus zijn leven voor ons gaf. Dit is het fundament waarop wij ons leven kunnen bouwen. Als je deze waarheid in je hart laat landen - dus niet alleen met je verstand begrijpt - merk je dat er iets emotioneels met je gebeurt. Er wordt iets in je wakker gemaakt, waardoor je zegt: “Nu heb ik het, ik heb het begrepen.” Ik heb mensen letterlijk in de lucht zien springen toen ze dit pakten. Vanaf dat moment kun je met emotie en de juiste vibraties zeggen: “Ik ben de rechtvaardigheid van God door Christus Jezus, halleluja!”

Zeg het met mij, waarbij je steeds een ander woord benadrukt:

Ik ben rechtvaardig voor God door Christus Jezus

Ik ben rechtvaardig voor God door Christus Jezus

Ik ben rechtvaardig voor God door Christus Jezus

Ik ben rechtvaardig voor God door Christus Jezus

Ik ben rechtvaardig voor God door Christus Jezus

Ik ben rechtvaardig voor God door Christus Jezus

Ik ben rechtvaardig voor God door Christus Jezus

Ik ben rechtvaardig voor God door Christus Jezus

Lees, schrijf en spreek de waarheid over jezelf. Zo wordt je denken vernieuwd. Zeg het met gevoel! Je zult een vrijheid gaan ervaren als nooit tevoren.

Hoofdstuk 11 - Het Koninkrijk van God

Het volledige werk van God is volbracht door Jezus Christus. Door de deur van rechtvaardigheid kom je binnen in het Koninkrijk van God. Je bent vrij van de wet en van alle religieuze wetten en regels die door mensen zijn bedacht en opgelegd. Als je eenmaal van die vrijheid hebt geproefd, heeft niemand meer macht over je. Je bent in staat om doden op te wekken, zieken te genezen, gebonden mensen te bevrijden en je hebt macht over de natuur. Je kunt God geloven voor alles!

Zolang je kijkt naar zonde en het negatieve in je leven, en naar het negatieve in de levens van anderen, leef je vanuit een beperkend geloofssysteem (‘limiting belief system’). Als je namelijk blijft focussen op zonde, veroordeling en schuld, dan produceer je nog meer van hetzelfde, want waar je aandacht naar uitgaat, dat trek je aan.

Zolang je aandacht uit blijft gaan naar zonde en pijn en negatieve ervaringen, blijf je dit soort vragen stellen: “Zal ik ooit over de pijn heenkomen? Waarom beantwoordt God mijn gebeden niet? Waarom lijkt God zo ver weg? Waarom moet dit mij weer overkomen?” Maar als je in de waarheid van rechtvaardigheid gaat leven, dan is het afgelopen met die negatieve gedachtenwereld. Die vragen spelen dan niet langer een rol in je leven, want je aandacht gaat uit naar wie je bent als nieuwe schepping in Christus en je begint ook zo te leven. Jezus zei: “Het is volbracht.” Wanneer we Jezus vragen om ons te vergeven, zijn we dan vergeven vanaf het moment van onze conceptie tot de dag van vandaag? Ja! Hij heeft ons vergeven. Hij heeft zelfs de zonden vergeven die we nog zullen begaan. Anders had hij immers niet kunnen zeggen: “Het is volbracht.” Jezus’ bloed heeft ons schoon gewassen van alle zonden en onreinheid en ongerechtigheid. Onder het oude verbond werden de zonden jaarlijks in herinnering gebracht, maar door zijn leven, dood en opstanding heeft Jezus ons geweten gereinigd van zondebesef. Laten we dat zo houden en niet meer stilstaan bij onze zonden.

Ik hou van de geur van schone lakens, loop graag door pas gevallen sneeuw, geniet van een frisse lentelucht of een koele zeebries. Net als God. Toen God zijn Zoon zond, was dat zijn ultieme offer. Jezus waste ons en nam door zijn bloed onze zonden weg. Nu ziet God ons door het bloed van Jezus als hij naar ons kijkt. Hij maakte ons tot nieuwe mensen: een koninklijk geslacht. We zijn inwoners van zijn Koninkrijk geworden.

Kijk dus naar jezelf zoals God je ziet. Geloof in jezelf zoals God in je gelooft. Het wonderlijke van het leven met het besef dat je een rechtvaardige bent is dat je geest open en zo gevoelig wordt. Bij iedere zonde, groot of klein, weet je direct: “Sorry Heer, dat was verkeerd, wilt u me helpen?” En dan is het klaar en wandel je weer verder. Er bestaan zeker generationele zwakheden, maar in de geest is het verleden als een damp - het is er niet meer. Als er generatiegeesten actief zijn, spreek dan op grond van het bloed van Jezus uit dat dit nu afgelopen is. Reken er eens en voorgoed mee af en blijf er niet eeuwig mee bezig. Dat is de reden dat we ons bewust moeten zijn van onze identiteit en de daarmee gepaard gaande autoriteit die we bezitten in Christus Jezus.

Het Koninkrijk van God op aarde

Ooit vroeg ik God of hij me het Koninkrijk van God op aarde wilde laten zien. Hij bracht me naar Egypte. Daar zag ik mensen die leefden zoals God dat voor ons bedoeld heeft als Koninklijk priesterschap.

De eerste keer dat ik naar Egypte ging, had God me de missie gegeven om in de woestijn bij Alexandrië te bidden. In de woestijn bevindt zich het klooster van St. Mina. Toen ik daar de Paasmis bijwoonde, vroeg ik aan God: “Heer, u zou me uw Koninkrijk laten zien in Egypte. Open mijn geestelijke ogen, opdat ik zie.”

Ik keek rond naar de prachtige beelden in de kerk. Er waren mozaïeken en beelden van hout, marmer, ivoor en steen die allemaal het evangelie uitbeeldden. Ik keek naar de koepel boven me, waar Jezus op de troon zat, zijn handen naar ons uitgestrekt. Ik zag de houtsneden van oude profeten en afbeeldingen van al lang gestorven bisschoppen. Is dit het Koninkrijk?, dacht ik. Gods antwoord was ‘nee’.

Ik hoorde verhalen over koptische bisschoppen, priesters uit het verleden en de Desert Fathers: priesters die jaren in grotten hebben gewoond om te bidden, te vasten en God te zoeken. Ik keek naar het prachtig vormgegeven, hoog ommuurde klooster, dat een veilige plek bood om in gebed God te zoeken. De priesters van het klooster namen me mee voor een rondleiding. We liepen langs de boerderijen en ik ontdekte dat de gemeenschap hier volledig in eigen behoeften kon voorzien. Ze hadden hun eigen visvijvers, boomgaarden en een pluimveehouderij waar ik duizenden kuikentjes zag rondlopen. De priesters lieten me zien hoe de koeien gemolken werden. Er was zo veel te zien. Dit was het bewijs voor mij: deze mensen hadden de buitenwereld niet nodig. Dit is het Koninkrijk van God, dacht ik. We zouden een stuk grond moeten kopen om daar als christengemeenschap te kunnen leven. Alles wat we nodig hadden zouden we zelf kunnen produceren en we zouden zelfs een hoge muur om ons bezit kunnen bouwen, zodat we gescheiden van de wereld zouden kunnen leven in het Koninkrijk van God. Maar onmiddellijk dacht ik: dat zou in de Verenigde Staten nooit werken. Het verwarde me een beetje: wat wilde God me nou laten zien?

Twee jaar later kreeg ik opnieuw gelegenheid om het klooster te bezoeken. Weer werd ik heel gastvrij ontvangen. Ik nam deel aan de Paasviering. Onder de mis vroeg ik God opnieuw om mij zijn Koninkrijk op aarde te laten zien. Ik hoorde de stem van God, die tot mij sprak: “Open je ogen en kijk om je heen. Het is hier, recht voor je.” Ik antwoordde: “Ik zie alleen maar vogeltjes vliegen, die heel mooi tsjilpen. Is het Koninkrijk dan gelegen in vogels die rondom de kerk vliegen? Is het gelegen in de bijbelteksten die tijdens de mis worden gelezen? Heer, help me om het te zien.” Weer sprak God: “Open je ogen, het is recht voor je.”

Terwijl ik zo met God in gesprek was, kwamen de monniken en priesters de kerk binnen. Ze begroetten iedere aanwezige, niemand werd overgeslagen. Ook ik kreeg een begroeting en dacht: dit is zeker een ritueel dat erbij hoort. Maar iets in de manier waarop ze bezig waren trof me. Het was heel oprecht. Ik zag echte liefde in hun ogen. Sommige priesters waren vreemdelingen, maar ze werden ontvangen en geaccepteerd als vrienden. Ik keek oplettend toe hoe ze elkaar begroetten en op dat moment werden mijn ogen geopend. Het ging om de onderlinge relaties. Hier hielden de mensen van elkaar, zoals God van ons houdt.

Verbondsrelatie

Ik zag de onderlinge eenheid en liefde en de verbondsrelatie die ze met elkaar hadden, zoals David met Jonathan had in de Bijbel. Daarom wist ik dat deze koptische priesters voor elkaar zouden sterven, als het moest. Ze waren hier niet alleen om de Heer te dienen, maar ook elkaar. Ze dienden elkaar door voor elkaar te bidden, elkaar te bemoedigen, elkaar te beschermen en van elkaar te genieten in de vreugde van de Heilige Geest. Die onderlinge eenheid was de reden dat ze zo’n grote gemeenschap hadden kunnen bouwen. Deze koptische priesters waren in staat om duizenden mensen te voeden, medische zorg te geven en banen te verschaffen, ongeacht hun geloof of cultuur. Mijn ogen waren geopend. Het Koninkrijk van God is niet gelegen in bezit of schoonheid of positie, het gaat om de onderlinge relaties. Het is onmogelijk om open relaties te hebben als je naar positie of bezit streeft. Maar wanneer je je identiteit in Christus hebt, ben je niet meer bezig met het oordelen van jezelf of je naaste. Je bent in staat om van iedereen te houden, ongeacht wie ze zijn, wat ze geloven of waar ze vandaan komen.

Dit is wat Jezus ons probeerde te vertellen toen hij zijn discipelen onderwees over het Koninkrijk van God. Zijn boodschap ging over relaties. De reden dat God de mens heeft geschapen, is omdat hij een relatie met ons wilde. Dus het Koninkrijk van God op aarde wordt zichtbaar als we van elkaar gaan houden zoals Christus van ons houdt.

Maak je verleden productief

Zelfs vanmorgen nog dacht ik: Waarom heb ik deze openbaringen ontvangen en zijn er nog zoveel christenen die met een besef van zonde leven en niet weten wie ze zijn in Christus? Toen realiseerde ik me dat God mijn leven gespaard heeft met een doel. Hij had een bestemming voor mij. Daarom bleef ik in leven nadat ik door een ratelslang gebeten was, nadat ik met mijn auto van een rots gereden was, nadat ik een ernstige voedselvergiftiging had opgelopen en nadat ik bijna verpletterd was tussen twee schepen; zelfs na mijn bijna doodervaring bracht God me terug naar dit leven.

God heeft voor ons allemaal een bestemming. We zijn geen fouten op aarde, we zijn hier omdat hij ons uitgekozen heeft. God kende ons al voordat we geboren werden. Alles wat ik meegemaakt heb, kan God in mijn leven ten goede gebruiken. Ik weet nu hoe ik moet bidden voor vrouwen die misbruikt en verkracht zijn.

Iedere persoon in Christus kan in vrijheid leven. Niet alleen vrij van zonde, maar ook vrij van pijn. We zijn vrij om te leven in het hier en nu. Niet in het verleden, maar op weg naar de toekomst. Ik ben geen Coffman meer, ik ben de gerechtigheid van God in Christus. Ik ben geen vleselijk mens, ik ben een nieuwe schepping: geen product van het verleden, maar het resultaat van de reddende genade van Jezus Christus. Ik leef niet meer in het natuurlijke, maar in het bovennatuurlijke; dat is mijn normale leven geworden. Wat een opwindend avontuur!

Hoofdstuk 12 - Kan ik nu doen wat ik wil?

Rechtvaardigheid is geen excuus voor wetteloosheid. Het vervangt ons karakter niet en het vlakt Gods principes ook niet uit. Als we beseffen dat we rechtvaardig zijn, zijn we vrij van de wet. Maar dat betekent niet dat we kunnen doen wat we willen.

Toch is de vrijheid die sommige christenen zich toe-eigenen beangstigend. Sommige geboren leiders hebben een groot ego en bezitten (nog) niet het karakter om zo’n verantwoordelijke bediening aan te kunnen. God heeft hen bovenmate begiftigd, maar ze misbruiken het feit dat ze gerechtvaardigd zijn om te zeggen: ik kan alles doen wat ik wil. Dit kan een enorme valkuil zijn, die hen een slechte reputatie oplevert.

Natuurlijk leidt de rechtvaardigheidsboodschap - behalve tot veel zegeningen - ook tot uitspattingen. Dat gebeurt altijd als de waarheid de kerk binnenkomt. Als je beseft dat je rechtvaardig bent, word je enorm vrij! Maar dat betekent niet dat je de principes van Gods woord nu kunt verloochenen. Rechtvaardigheid vervangt Gods principes niet, het is geen korte weg die je eventjes kunt nemen. Als je dat doet, moet je weer helemaal terug en opnieuw beginnen.

Mensen die misbruik van hun vrijheid maken, denken dat ze nu alles kunnen doen wat ze willen, omdat ze geen zondaars meer zijn. Maar rechtvaardigheid betekent juist dat je niet kunt doen wat je maar wilt. Je kunt eenvoudigweg niet meer zondigen, dat kun je niet maken tegenover God! Je staat nu recht voor God, in vrijgesproken staat, en dat betekent dat je nu wandelt in integriteit, met een goed karakter. Je gedraagt jezelf en je bent een voorbeeld voor anderen. Je betaalt je schulden en rekeningen en je bent een man of vrouw van je woord: wat je belooft, dat doe je ook. Rechtvaardigheid brengt je bij het hart van God. Het brengt je dichter bij hem en het staat niet toe dat je je nog langer door je vlees laat regeren. God zal nooit zijn principes weerspreken. Je vader en moeder eren is bijvoorbeeld zo’n principe. Je eert hen en geeft hen respect. Je tienden geven is ook een principe. Misschien zeg je: dat is iets uit het Oude Testament, ik hoef geen tienden meer te geven. Het is waar dat het in het Oude Testament staat, maar het principe blijft overeind en is een opdracht van God. Als God zegt dat je moet geven wat je kunt aan wie hij je ook maar aanwijst, dan moet je dat doen. God nodigt ons uit om hem te beproeven en hij belooft: “Geef en je zult ontvangen.” Hoe meer je geeft, hoe meer zegen en gunst je aankunt.

Het gaat ook om manieren. God wil dat we ons wijs gedragen. Als je volgens Gods principes leeft, zul je het karakter van Jezus en de hartsgesteldheid van God de Vader ontwikkelen. Zo zul je werkelijk de voorrechten genieten van een leven als rechtvaardige.

Ezechiël 18:24: “Maar wanneer een rechtvaardige zich afkeert van zijn rechtvaardige wandel en onrecht doet, naar al de gruwelen handelt, die de goddeloze bedrijft – zal hij dan leven? Met geen van zijn rechtvaardige daden zal rekening gehouden worden. Om de ontrouw die hij gepleegd, en om de zonde die hij bedreven heeft, daarom zal hij sterven.”

Dit bijbelvers laat zien dat het ernstige gevolgen heeft als je je afkeert van een rechtvaardige wandel. Als ik mensen die de waarheid kennen in zonde zie leven, maakt me dat een beetje boos. Immers, zodra je de boodschap dat je rechtvaardig bent begrijpt, komt er een enorme hoeveelheid genade mee, zoals je nooit eerder hebt ervaren.

Toen mijn kinderen naar de middelbare school gingen en hun eigen leven begonnen te ontdekken, deden ze wel eens domme dingen. Toch heb ik altijd het vertrouwen gehad dat het goed zou komen, omdat Roberta en ik goed zaad in hen hadden geplant: het zaad van rechtvaardigheid. Je blijft in je kinderen geloven, wat ze ook doen. God blijft immers ook in ons geloven.

Mijn dochter Stacia zei eens tegen mij: “Pap, ik vind het zo moeilijk om niet te zondigen. Zoals jij het uitlegt, betekent het dat ik niet meer kan zondigen. Toch doe ik dat nog wel eens en ik zie het andere christenen ook doen.” Stacia had wel gelijk. Ik weet dat we allemaal nog wel eens zondigen, maar waar het om gaat is dat dit voor God geen enkel probleem meer is. Als we zondigen, ontdekken we dat er nog iets is waar we in kunnen veranderen. We kunnen hieraan gaan werken en zorgen dat we het kwijtraken. Niet onze eigen pogingen, maar genade is de kracht die ons daarbij helpt. Veel christenen strijden of vasten om zonden te overwinnen, maar je kunt zonde niet overwinnen door te proberen heiliger en beter te worden door je gedrag te veranderen. Dan zou namelijk wilskracht de drijvende kracht in je leven zijn. Zodra je tot geloof in Christus bent gekomen, wordt genade de drijvende kracht van je leven. Je raakt je zonden vanzelf kwijt zodra Gods genade in je leven gaat heersen (Romeinen 5:20-21). Als je vol bent van zijn genade, is er voor zonde geen plaats meer.

Als je bijvoorbeeld moeite hebt om de waarheid te spreken, zul je jezelf er misschien op betrappen dat je overdrijft. Sommige mensen vertellen hun verhalen met wat meer sensatie, omdat ze graag belangrijk willen zijn. Een vriend van mij, die voorganger is, vertelde de mensen in zijn kerk dat ik voor de president had gebeden. “Wacht even”, zei ik, “Dat heb ik nooit gezegd!”

Inmiddels heb ik wel voor de president gebeden, in mijn stille tijd, maar dat heb ik hem nooit verteld en ik wil ook niet dat hij dat weet. Het maakt namelijk helemaal niet uit of ik voor de president bid of voor mijn buren. “Zeg eens, voor wie heb je nog meer gebeden?”, vroeg mijn vriend. “Nee”, zei ik, “Dat doe ik niet. Ik wil niet dat jij mensen iets vertelt over wat ik doe in Washington DC. God stuurt me op geheime missies en ik wil niet dat je dit gebruikt om te laten zien hoe belangrijk ik ben. Ik wil dat God alle eer krijgt en niet ikzelf.”

Voordat ik begreep dat ik rechtvaardig was, was ik vaak bezig met mezelf en het behagen van andere mensen. Uiteraard zul je daar nooit volledig in slagen. Je zult nooit door iedereen geaccepteerd worden, nooit in staat zijn om iedereen te behagen en er zullen altijd mensen zijn die jou niet begrijpen. Kortom, een mission impossible! Het zou je ook niet gelukkig maken, want je zou altijd bezig zijn om jezelf te bewijzen en je identiteit te vinden in prestaties. Maar als je inziet dat je rechtvaardig bent, hoef je niet verder te zoeken. Dan heb je je ware identiteit gevonden.

Hoe kijken we naar mensen die niet in Jezus geloven?

Die vraag stelde ik mezelf toen ik in 2002 in Japan was, waar ik door diverse kerken was uitgenodigd om over rechtvaardigheid te spreken. Ik zat buiten op het terras van een van de vele Starbucks-cafés die Tokyo rijk is en dronk koffie met de man die al deze kerken in Japan heeft opgericht. We zaten te praten over rechtvaardigheid. Intussen had ik een prachtig uitzicht op een grote massa mensen, waar geen eind aan leek te komen. Ze kwamen als een waterval het metrostation uitstromen, op weg naar hun werk. Terwijl ik naar deze mooie Japanse mensen zat te kijken, begon God tot me te spreken. “Kijk eens naar deze mensen”, zei hij. Ik keek naar de waterval, zoals ik al deed. “Nee, kijk naar ze”, zei God. Ik keek nu aandachtig naar hun gezichten. God zei: “Kijk naar ze zoals ik naar ze kijk. Wat zie je?” Weer keek ik en dit keer werd ik getroffen door een diepe bewogenheid. Ik begon te huilen en viel op mijn knieën. Als ik huil, is dat nooit zachtjes. Mijn hart brak, omdat ik het bewogen hart van God voelde.

Terwijl de tranen uit mijn ogen stroomden, haalde God mij uit de natuurlijke wereld en tilde mij op boven deze mensenstroom. Terwijl ik daar zweefde, zei God: “Kijk naar hun harten, wat zie je?” en ik zag rechtvaardigheid in hen. “Hoe kan dit?”, vroeg ik fluisterend aan de Heer. “Zo zie ik deze mensen nu. Ik zie ze als de rechtvaardige mensen die ze zullen worden.” Toen vertelde hij me wat mijn opdracht was. Hij wilde dat ik naar naties zou gaan om kerkleiders en regeringsleiders te bedienen, zodat ze hun mensen de boodschap van rechtvaardigheid konden onderwijzen. Dat was wat hij me vroeg te doen.

God gaf me die dag een openbaring die boven mijn verstand uitging: dat ik mensen moest gaan zien als ‘rechtvaardigen in wording’. Vraag me niet waar dit in de Bijbel staat, want ik zou het je niet kunnen vertellen. Het enige wat ik weet is dat ik deze mensen zag en Gods bewogenheid over hen voelde. Opnieuw werd mijn hart geraakt voor de verlorenen. Ik zag ze als de mensen die ze zouden worden, als ze Jezus zouden aannemen: rechtvaardige mensen van God. Daardoor wist ik dat ze de liefde van God moesten horen.

Ik weet nog goed dat God me veertig jaar geleden een profetisch woord gaf over Japan. Hij zei dat de Japanners gewonnen zouden worden door tekenen en wonderen. Nadat ik gered was, wilde ik graag naar de basis in Japan. Ik vertelde mijn kapitein in het marinekorps: “Ik wil naar Japan”. Ik wist niet waarom ik dat verlangen in mijn hart had gekregen.

Veertig jaar later ontmoette ik pastor Romey Abit bij een Oudejaarsavonddienst in de kerk. Een goede vriend stelde hem aan me voor. Pastor Romey vroeg wie ik was. Ik vertelde hem dat ik een man van gebed was. Na de dienst zei Romey dat God tegen hem gezegd had dat hij me mee moest nemen naar Japan. “Kun je morgen met me mee?”, vroeg hij gretig. Ik wist niet wie hij was en waar ik mezelf in zou begeven, dus ik zei: “Morgen niet, want ik wil naar de Nieuwjaarsdienst om het profetische woord voor het nieuwe jaar te horen.” “Mag ik je bellen als ik weer terug ben in Japan?”, vroeg hij. “Natuurlijk”, antwoordde ik, alhoewel ik niet geloofde dat hij me echt zou bellen.

Ik dacht er verder niet meer over na, maar op 5 januari belde hij me vanuit Japan. “We willen heel graag dat je komt”, zei hij. Ik vertelde hem dat ik een speciale boodschap had en dat ik niet wist of hij die wel wilde horen. Maar hij zei: “Dat hebben we juist nodig. Hoe snel kun je komen?” Ik zei tegen hem dat ik zou komen zodra ik een ticket had. Zo zat ik op 6 januari met een IPB-ticket in de eerste klas, op weg naar Japan. De stoel naast me was leeg.

Tijdens de vlucht kwam Jezus naast me zitten en zei: “Welkom in Japan! Weet je nog wat er veertig jaar geleden is gebeurd?” Ik zei dat ik dat niet meer wist. “Het is nu veertig jaar geleden sinds de dag dat je zei dat je naar Japan wilde en ik ben dat niet vergeten”, zei Jezus. Met tranen van dankbaarheid en vreugde dankte ik God dat hij het Japanse volk niet vergeten was. Wat een God dienen wij! Hij was het nooit vergeten! Maar ik moest toegerust zijn met de boodschap van rechtvaardigheid voordat ik kon gaan. Wat had God het prachtig voorbereid en geregisseerd.

Hoofdstuk 13 - Wil je echt avontuur?

Op een van die dagen tijdens mijn zoektocht naar openbaring werd ik door mijn zoon uitgedaagd. Ben zei tegen me: “Pap, schrijf jouw geloofsovertuigingen eens op. Je zult zien dat meer dan de helft van wat je gelooft, je beperkt.” Ik deed wat Ben zei en ontdekte dat hij gelijk had. Ik denk dat veel mensen een belemmerend geloofssysteem hebben. Toch blijven we eraan vasthouden, hoewel het ankers zijn die ons tegenhouden om verder te komen. Ze zorgen ervoor dat we op dezelfde plaats blijven liggen!

Stephen Covey geeft in zijn boek “De zeven eigenschappen van eff ectief leiderschap” de opdracht om vijf mensen te vinden - echtge noot, kinderen, buren, familie en collega’s - en hen vijf dingen te laten opschrijven die zij over jou zouden willen zeggen op je begrafenis. Dan ontdek je wat jouw leven werkelijk waard is. Ik vroeg mezelf af: als ik met mijn leven door zou gaan zoals ik nu leef en denk, wat zouden mensen bij mijn dood dan over mij zeggen? Ben ik tevreden met wat ik nu bereikt heb? Op welke gebieden zou ik mezelf kunnen verbeteren? En het allerbelangrijkst: wat zou ik willen dat God de Vader over mij zou zeggen als ik voor hem kom te staan?

Zo kwam ik erachter dat mijn leven niet was zoals ik het graag wilde. Ik was niet tevreden met mijn resultaten, als ik voor mensen gebeden had. Ik wist dat ik ergens iets miste en wilde daarin verandering zien.Als je niet tevreden bent met je leven, stel jezelf dan de volgende vragen:

·

Werkt datgene wat ik geloof voor mij?

·

Is mijn leven bevredigend of worstel ik met vragen die me aan het twijfelen brengen?

·

Leef ik nog vanuit pijn uit het verleden?

·

Op wie reageer ik sterk?

·

Ben ik tevreden met mijn geestelijke wandel met God?

Je moet van binnen vrede hebben. Heb je dat niet, dan ligt dat niet aan andere mensen, het ligt niet aan de kerk en het ligt ook niet aan God - het ligt aan wat jij gelooft. Als je bij jezelf een belemmerende overtuiging ontdekt, stel jezelf dan de volgende vragen:

Wie zal ik over 5 jaar zijn?

Ben ik dan nog dezelfde of ben ik veranderd?

Wat kost het me om te veranderen?

Wat is ervoor nodig dat ik de persoon word die God in me ziet, of de persoon die ik zou willen zijn?

Als je niet weet waarvoor je leeft en wat jouw bestemming is, dan leef je alleen om op een dag te sterven en naar de hemel te gaan. Maar we zijn gemaakt voor zoveel meer! Daarom is het belangrijk om in actie te komen en te veranderen, als je met deze vragen worstelt. De enige persoon die iets in jouw leven kan veranderen, ben je zelf. Hoe verander je? Begin met het veranderen van je houding. Dat kun je doen in een seconde. Kies ervoor: ik wil veranderen!

Ga niet om met negatieve mensen

In Alaska ging ik wel eens mee krabvissen. Misschien ken je de Discovery documentaireserie Deadliest Catch over de avonturen van krabvissers in de Beringstraat bij Alaska. Door de kou en woeste zee geldt het beroep als een van de dodelijkste beroepen ter wereld. Maar omdat het ook een lucratief beroep is, blijven de vissers deze risicovolle kunst beoefenen. De grote krabpotten die de vissers gebruiken hebben een brede opening, zodat de krabben gemakkelijk naar binnen kunnen komen. Ik heb me altijd afgevraagd waarom de krabben er niet uitlopen en ik heb het volgende ontdekt. Als ze van het lokaas beginnen te eten, lijken de krabben blij te zijn. Al gauw komen er meer krabben bij. Maar als het lokaas op is en een van de krabben van plan is om te vertrekken, lijken de andere krabben tegen hem te zeggen: “Nee, jij hoort hier” en proberen hem terug te duwen. Als de krab erin blijft volharden om weg te gaan, halen ze zijn poten eraf en als hij nog een vertrekpoging doet, wordt hij door de andere krabben doodgemaakt. De krabben blijven dus in de potten zitten, omdat het ze door de andere krabben niet gegund wordt om weer te vertrekken.

Datzelfde zie je bij mensen ook gebeuren. Als iemand zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt, proberen zijn vrienden hem zijn dromen af te nemen. Ze zullen hem proberen te vertellen hoe dom hij is. Mijn advies is om bij dit soort ‘vrienden’ uit de buurt te blijven. Stop ermee om met negatieve mensen om te gaan. Soms moet je ook in je vriendschappen rigoureuze maatregelen nemen. Voor ons was het nodig om tijdelijk met onze vrienden te breken om echt te kunnen veranderen. We hielden van onze vrienden en van hun gezelschap, maar we moesten ons volledig richten op God om van hem te kunnen horen. Wees niet bang voor een drastische verandering. God houdt ervan om ons te veranderen, van heerlijkheid naar heerlijkheid. Sluit je aan bij mensen die positief gezind zijn en breng tijd met hen door.

Hoe zorg je voor een blijvende verandering?

Leer van anderen. Kijk naar mensen die succesvol zijn. Ik heb geleerd hoe ik mijn kinderen op moest voeden door te kijken hoe andere vaders dat deden. Op een dag vertelde ik mijn dochters Stacia en Felicia dat ik niet wist hoe ik mijn gezin moest opvoeden. Ik was zelf niet goed opgevoed, had nooit een goed voorbeeld gehad en wist niet hoe ik een goede vader voor hen zou kunnen zijn. “We zullen dit samen moeten doen”, zei ik tegen mijn dochters. Ik gaf hen toestemming om het me te vertellen als ze het niet met me eens waren of als ik hen verkeerd behandeld had. Door met mijn kinderen samen te werken ontwikkelde ik mezelf tot een goede vader. Daarvoor geef ik alle eer aan God en aan mijn gezin.

Toen ik gered werd, had ik een groot probleem met vloeken. Daar moest ik mee stoppen. Ik zei tegen mijn mariniers dat ze 25 cent van me zouden krijgen als ze me op een vloek zouden betrappen. Zo leerde ik het vloeken snel af, al kostte het me een heleboel geld. Ik nam zelf de verantwoordelijkheid om iets aan mijn gevloek te doen en legde mezelf een boete op als ik het toch zou doen. Dat werkte.

We kunnen allemaal doelen voor ons leven stellen, maar als we onze identiteit niet in Christus hebben, zullen we nooit de motivatie hebben om onze doelen te bereiken. Mensen veranderen, of het nu ten goede is of ten kwade. Als je in je pijn blijft hangen, dan is de uitkomst: nog meer pijn. Om dat te doorbreken moet je in actie komen en hardop zeggen: ik wil dit niet meer, ik stop hier nu mee. Maak een lijst van dingen waar je vanaf nu ‘nee’ tegen zegt. Zeg ‘nee’ tegen schuld en pijn. Soms helpt het zogenoemde ‘Dickens principe’ je om een doorbraak te krijgen.

Het Dickens-principe

In de roman ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens wordt de hoofdpersoon Ebenezer Scrooge bezocht door drie geesten. Die geesten bezorgen hem zoveel pijn, dat Scrooge uiteindelijk tot inkeer komt. De eerste geest neemt Scrooge mee naar zijn verleden, zodat hij zelf ziet wat een bitter mens hij is geworden. De tweede geest neemt hem mee naar het heden om hem te laten zien dat hij er nu nog slechter afkomt: hij is een vrek geworden die mensen haat. De derde geest laat hem zien wat er van hem zal worden als hij zo doorgaat: iemand die door iedereen verlaten is en eenzaam sterft, ondanks al zijn materiële rijkdom. Scrooge realiseert zich dat zijn leven niks waard is. De druk wordt zo groot, dat hij wíl veranderen en daar ook meteen voor in actie komt. Daardoor wordt hij uiteindelijk een gelukkig mens.

Wat je dus moet zeggen, is: “Ik ga nu veranderen”. Niet: “Ik zou moeten veranderen” of “Ik wil veranderen”. Niet morgen, maar nu! Het sleutelwoord is hier ‘ik’. Als ik nu zelf niet het besluit neem om nu te veranderen, dan veranderen de negatieve omstandigheden mij wel en loopt het niet goed met me af.

Hoe snel kan iemand veranderen?

Het antwoord op deze vraag is: in een hartslag. Mijn verandering duurt net zo lang als het moment waarop ik de keuze maak om te veranderen. Die keuze maak ik in een tel.

Ben ik te oud om te veranderen?

Nee, je bent nooit te oud om te veranderen. Mijn grootouders waren al 65 toen ze hun leven aan Jezus gaven. Hun leven veranderde in een ogenblik. Mijn grootvader had last van woedeaanvallen. Toen ik vijf was, heeft hij mij in zo’n bui een keer bijna vermoord. Nadat hij Jezus had leren kennen, kreeg hij een zacht karakter. In de kerk nam hij wel eens plaats achter het traporgel, hoewel hij nooit had leren spelen. Maar als hij speelde, voelden de mensen Gods aanwezigheid en begonnen ze God te aanbidden. Een hele verandering ten opzichte van de man die hij vroeger was.

In coachingstrajecten worden we gevraagd om onze waarden en overtuigingen op te schrijven. Wat doen deze overtuigingen voor ons? In hoeverre, op een schaal van 1-10, zijn ze nuttig voor ons om verder te komen? Of helpen ze ons helemaal niet? Laten we ze in dat geval veranderen! Echter, dat heeft alleen effect als je ook je zelfbeeld verandert. Veel mensen beginnen bij hun doelen, maar een blijvende verandering begint bij je identiteit.

Kwestie van willen

Veranderen is nooit een kwestie van ‘kunnen’, het is een kwestie van ‘willen’. We moeten breken met onze oude denkpatronen die ons tegenhouden. Vroeger was ik gewend om tegen mezelf te zeggen: “Sukkel!” als ik iets verkeerd deed. Ik meende het niet, maar ik was er zo aan gewend geraakt, dat het een gewoonte was geworden om mezelf naar beneden te halen als ik een fout had gemaakt. Nu corrigeer ik mezelf en zeg: “Ik ben geen sukkel, ik ben de rechtvaardigheid van God in Christus Jezus.” Wanneer ik mezelf ‘sukkel’ hoor zeggen, weet ik dat het tijd is om het woord van God te pakken en te gaan bidden. Je moet dagelijks je rechtvaardigheid beseffen en versterken.

Hier is nog een ander voorbeeld. Misschien zeg je wel: “Ik ben dik, mijn vader is dik, het zit in onze genen.” Wel, dat is een leugen. Je kunt dit gedachtepatroon doorbreken door anders te gaan denken. Als je gewicht wilt verliezen, kun je je zenuwstelsel wakker schudden door een paar dagen niet te eten. Als je daarna weer gaat eten, kun je je eetgewoontes heel gemakkelijk veranderen. Wat zeg je tegen jezelf? Zeg je: “Ik eet gezond om energie te krijgen.” of: “Ik eet omdat ik dat gezellig vind, daarom heb ik wat overgewicht.”?

Praktijkoefening: mijn rechtvaardige lichaam

Misschien heb je last van overgewicht of diabetes en ben je ongelukkig met je lichaam. Dan kun je nu een statement maken en zeggen: “Ik ben rechtvaardig, ik heb Gods natuur in mij en hij blijft in mij.”

Er zijn christenen die zeggen: “Alleen mijn geest is rechtvaardig. God weet dat mijn geest rechtvaardig is, maar hij ziet me nog steeds zondigen.” Dit is nu net waar het verkeerde denken erin sluipt. Ik ken geen bijbelteksten die erop wijzen dat alleen mijn geest rechtvaardig is geworden. Jezus was rechtvaardig en we weten dat hij rechtvaardig was in geest, ziel en lichaam.

Veel mensen denken dat ze rechtvaardig zaad in zich hebben als hun hart goed is. Hun geest is gered, maar lichamelijk mankeert er van alles en ze hebben nog steeds last van slechte gedachten, dus moeten ze voortdurend om vergeving vragen. Ik daag je uit om te geloven dat het niet alleen je geest is die rechtvaardig is geworden. De Bijbel zegt dat ons denken vernieuwd wordt en ook ons lichaam is rechtvaardig. Dit gebeurt niet onmiddellijk, het is een groeiproces.

De bijbelse basis hiervoor is Romeinen 8:11: “En indien de Geest van hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.”

en Romeinen 6:11-14: “Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”

Volgens deze bijbelteksten zijn we in staat om ons lichaam te presenteren als een rechtvaardig instrument, omdat je liefde voor God hebt en een vreugde en vrede die je nooit eerder hebt ervaren. Je hebt een honger naar God als nooit tevoren, omdat je weet dat God de Vader in je gelooft. Dus je gedachten zijn helder. Je bent niet meer gefocust op zonde en op hoe slecht je bent. Zelfs in onzekerheden heb je zekerheid, omdat je weet dat het allemaal goed komt; je bent immers in de handen van God. Hij doet alle dingen medewerken ten goede (Romeinen 8:28).

God schaamt zich niet voor ons lichaam. Ons lichaam is namelijk de enige capaciteit waarin de volheid van God geopenbaard kan worden. De hemel kan God niet bevatten, de wetenschap kan God niet bevatten - God woonde in Jezus toen Jezus als mens op aarde leefde en dankzij Jezus woont God nu ook in ons. We hebben een schat in aarden vaten (2 Korintiërs 4:7). Habakuk profeteert dat de aarde vol zal zijn van de kennis van de heerlijkheid van God. De openbaring dat we

gerechtvaardigd zijn, is de sleutel die de heerlijkheid van God openbaart in het vlees. Jezus is het vleesgeworden woord. In hem woont de volheid van God lichamelijk en diezelfde volheid van God woont nu ook in ons lichaam. Hoe zou God in een zondig lichaam kunnen wonen? Daarom geloof ik dat ook ons lichaam rechtvaardig is.

Spiegeltijd

Iedere dag kijk ik in de spiegel en zeg tegen mezelf: “Jij bent de rechtvaardigheid van God, dus lichaam, dat kun je maar beter geloven!” Zelfs als mijn verstand zegt: “Kijk nou eens, je bent te dik.”, dan zeg ik toch: “OK, ik geloof dat mijn lichaam rechtvaardig is vanwege Christus en ik moet oefeningen gaan doen zodat ik wat lichaamsgewicht verlies.” Soms kan ik mijn eten niet onder controle houden, want als je reist eet je meer dan gewoonlijk omdat de mensen waar je logeert je willen verwennen. Het is niet gemakkelijk om dan ‘nee’ te zeggen, dus dan ontspan ik me en geniet ik van wat ik aangeboden krijg.

Ik hoorde een beroemde coach eens zeggen: “De meeste mensen in het Westen eten voor hun plezier, niet voor hun gezondheid. Ik eet om nieuwe energie op te doen en niet voor mijn plezier.” Ik was het niet helemaal met hem eens. Jezus at met mensen omdat hij ze wilde bedienen. Ze aten samen, genoten van elkaars vriendschap en hadden zo een goede tijd met elkaar. Er was wel een balans, want ze deden dat alleen op de Sabbat. Als ze iedere dag zo gezellig hadden gegeten, was dat waarschijnlijk niet goed voor de gezondheid geweest. Ik probeer nu wat gezonder te eten. Als je weet dat je rechtvaardig bent, motiveert het je om een gezond lichaam te hebben en je lichaam als een welgevallig instrument in dienst van God te stellen. Ook al ben ik er nog niet, ik ben op weg naar een gezondere levensstijl. Een mooie exercitie, want ik doe het in de vreugde van de Heer en in het vertrouwen en de vrijheid die mijn nieuwe identiteit me geeft.

Hoe schud je je zenuwstelsel wakker?

Toen ik nog rookte, wist ik wel dat dit schadelijk was voor mijn lichaam. Na mijn bekering vroeg ik aan de voorganger of hij voor me wilde bidden. Hij sprak toen de volgende woorden: “Als Harry weer een sigaret opsteekt, laat het hem dan heel slecht smaken.” De volgende dag stak ik uit gewoonte een sigaret op en die smaakte verschrikkelijk. Dat was zo’n schok voor me dat ik sinds die dag nooit meer heb gerookt. Als jij wilt stoppen met roken en je zenuwstelsel wil wakker schudden, ga dan naar een ziekenhuis en bekijk de röntgenfoto’s van mensen met longkanker. Of ga naar de longafdeling en kijk naar de patiënten die aan een zuurstoftank liggen, omdat ze moeite hebben met ademhalen. Je wilt niet de schok krijgen dat je bij de dokter komt en dat hij tegen je zegt: “Je hebt longkanker en hooguit nog een halfjaar te leven”, zoals een vriend van mij laatst overkwam. Dan is het namelijk te laat om je zenuwstelsel wakker te schudden. Zeg tegen jezelf: “Ik moet nu veranderen!” Ik heb je al verteld dat het goed is om op te schrijven wat je niet meer wilt. Nu geef ik je een nieuwe opdracht: schrijf twee keer zoveel dingen op die je wel wilt. Hoe zal het zijn om vrij te zijn van al die zaken die je niet langer toelaat in je leven? Wat een ruimte zal er komen voor de dingen die je wél wilt!

Vier het!

Geef jezelf een beloning als je veranderd bent. Vier je verandering. Ik vind het altijd geweldig om mensen ten goede te zien veranderen, dus ik vier het met je mee.

Wees dankbaar

Dankbaarheid is erg belangrijk. Ik pak mijn schrift en schrijf op waar ik dankbaar voor ben:

Vader, dank u voor het leven dat u me hebt gegeven.

Ik ben zo dankbaar dat u mijn lichaam gemaakt heeft om perfect in harmonie te zijn.

Dank u voor de overvloed die rechtvaardigheid iedere dag in mijn leven brengt.

Dank u dat ik uw hart voel, dat mij roept om anderen lief te hebben. Ik ben dankbaar voor mijn vernieuwde gedachten.

Dank u voor de wijsheid die u me geeft door uw woord.

Ik ben diep dankbaar voor de vrede van God.

Ik voel me zo dankbaar dat u met mij bent bij iedere stap die ik zet. Ik ben ongelooflijk dankbaar voor de nieuwe vrienden en nieuwe mensen die u in mijn leven brengt. Het is wonderlijk om te zien hoe u mij leidt in situaties en gebeurtenissen die me vreugde geven. Ik ben dankbaar dat alles moeiteloos en gemakkelijk naar me toe komt. U geeft me kracht van binnen die groter is dan de wereld mij kan geven.

Ik ben dankbaar dat u tot mij spreekt en me dromen en visioenen geeft, die ook werkelijkheid worden.

Dank u dat u mij in staat stelt om van mensen te houden zonder culturele beperkingen.

Dank u dat ik zonder beperkingen kan denken en dat u onbegrensde mogelijkheden voor mij heeft.

Ik ben dankbaar dat de Heilige Geest me nieuwe, creatieve ideeën geeft.

Ik dank u dat ik kan lachen en iedere dag stromen van vreugde in mijn leven ervaar.

Dank u dat ik geen last meer heb van depressieve en negatieve gedachten.

Ik ben dankbaar dat iedere cel in mijn lichaam vernieuwd wordt door de rechtvaardige geest die in mijn lichaam woont.

Dank u dat u in mijn dagelijkse noden en behoeften voorziet. Ik ben ook dankbaar voor de kleine dingen in mijn leven.

Soms kan ik nauwelijks geloven dat ik zo’n geweldig gezin heb gekregen. De vrouw die God me gaf is de liefde van mijn leven. Ze is niet alleen mijn vrouw, maar ook mijn beste vriend en maatje. Hij heeft me ook de liefde van mijn kinderen gegeven. Ik geniet van wie ze zijn, hun gelach, hun verhalen over de dingen die ze vroeger deden en die wij niet wisten. De vreugde van mijn leven zijn mijn kleinkinderen, van wie ik enorm veel houd. Ook geniet ik ervan om met mijn schoonzoons om te gaan.

Hoofdstuk 14 - De voorrechten van rechtvaardigheid

Wat zijn de positieve gevolgen van rechtvaardigheid voor ons leven? In het eerste deel van dit boek heb ik verschillende positieve resultaten beschreven, die voortkwamen uit het besef dat ik rechtvaardig ben. Ik was daardoor bijvoorbeeld in staat om de onvoorwaardelijke liefde van de Vader te ontvangen, te leven in de gunst van God en te leven zonder schuld en veroordeling. Aan de hand van voorbeelden uit mijn eigen leven heb ik laten zien hoe deze gevolgen van rechtvaardigheid in mijn leven zichtbaar werden. In dit hoofdstuk wil ik je graag een volledig overzicht geven van wat rechtvaardigheid allemaal voor goeds uitwerkt in ons leven, tezamen met de bijbelse fundering. Zo kun je zelf mediteren over deze positieve uitwerkingen en ze ook in jouw leven werkelijkheid zien worden. Het is belangrijk dat je je voorrechten en privileges kent als rechtvaardige.

Rechtvaardigheid is wie we zijn in Christus. We kunnen niet rechtvaardiger worden dan we al zijn, maar we kunnen wel groeien in het besef dat we gerechtvaardigd zijn, door het dagelijks praktiseren en onderschrijven ervan. Als ik een zoon ben, kan ik niet meer ‘zoon’ worden dan ik al ben, maar ik kan wel beter leren begrijpen wat het inhoudt om een zoon te zijn. Genade is de kracht die mij helpt om te groeien in nog meer genade. Wanneer we de rechten en privileges van een rechtvaardige beter leren kennen, helpt dat ons om ons meer bewust te zijn van wat rechtvaardigheid inhoudt. Deze rechten en privileges noem ik de ‘voorrechten van de rechtvaardige’. Ik ben er een heleboel tegengekomen toen ik de Bijbel erop na sloeg.

Als we rechtvaardig worden, is dit het gevolg:

1.

We hebben vrede met God (Romeinen 5:1).

2.

We hebben toegang tot zijn genade (Romeinen 5:2).

3.

We prijzen ons gelukkig (Romeinen 5:2). Rechtvaardigheid geeft ons een onuitsprekelijke vreugde omdat we nu op basis van gelijkwaardigheid vriendschappelijk kunnen omgaan met God de Vader.

4.

We zijn zonen en dochters van God, erfgenamen van God samen met Christus (Romeinen 8:14; 17).

5.

We geven alles over aan God, omdat we weten hoe God naar ons kijkt en in ons gelooft. We zijn ‘slaven’ van God geworden, in volledige overgave aan onze meester. We behoren hem toe, die opgewekt is uit de dood (Romeinen 7:4).

6.

Er is geen zelfveroordeling meer (Romeinen 8:1) en geen schuld. We zijn vrij om te geloven in onze nieuwe schepping. We kunnen zekerheid hebben over wie we zijn.

7.

Er is ook geen veroordeling meer van andere mensen. In plaats daarvan bouwen we anderen op. We zien rechtvaardigheid in andere christenen, ongeacht naar welke kerk ze gaan of in welke leer zij geloven, zolang ze Jezus in hun hart hebben als hun Heer en verlosser. “Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.” (2 Korintiërs 5:17).

8.

We zullen in staat zijn om gezonde relaties met anderen aan te gaan, omdat we weten dat we goed genoeg zijn. Er is niemand is die ons kan intimideren. We zijn volmaakt in hem. Hij zal ons nooit verlaten (Psalm 37:25).

9.

De liefde van God is in ons hart uitgegoten door de Heilige Geest, die ons gegeven is (Romeinen 5:5). We houden van God en van onze naaste.

10.

De autoriteit die God aan de mens gegeven heeft vanaf het begin - dat de mens zou heersen over de schepping, Genesis 1:28 – is hersteld: zij, die de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen, zullen leven en als koningen heersen door Jezus Christus (Romeinen 5:17).

11.

Rechtvaardigheid drijft alle zonde uit (1Johannes 3:7-9: Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren). We zijn niet langer slaven van de zonde (Romeinen 6:6).

12.

Omdat we vrij zijn van de zonde en in dienst van God staan, oogsten we toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven (Romeinen 6:22).

13.

We krijgen nieuwe liefde om te bidden en een nieuwe honger naar het woord van God. De Heilige Geest bidt in ons. We weten niet wat we zullen bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen (Romeinen 8:26).

14.

We bidden niet meer vanuit een nood, maar we bidden in de Geest. De Geest weet immers wat we nodig hebben, nog vóór we het hem vragen (Mattheus 6:8).

15.

We zullen onze gebeden steeds vaker beantwoord zien. God hoort het gebed van de rechtvaardigen (Spreuken 15:29), het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet (Jakobus 5:16).

16.

Ons geloof zal groeien. Als we in hem geloven, weten we dat we hem niet om iets hoeven te vragen maar dat we mogen verklaren dat in onze behoeften voorzien is door geloof (Markus 11:24).

17.

Rechtvaardigheid heeft aantrekkingskracht op de goede dingen van het leven. Het zet de gunst van God over ons vrij (Handelingen 2:47 en Psalm 5:13).

18.

Rechtvaardigheid verhoogt een volk (Spreuken 14:34). De inhoud van dit boek kan een heel land genezen door de mensen te wijzen op hun ware identiteit. Wanneer ze zich realiseren dat ze de gerechtigheid van God zijn door Christus Jezus, zullen ze de geesteskracht en zalving hebben om het hele land te verhogen.

19.

Rechtvaardigheid opent onze geestelijke ogen voor de onzichtbare werkelijkheid (1 Korintiërs 2:9-15).

20.

We zullen toenemen in sterkte en wijsheid. Jezus is voor ons geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing (1 Korintiërs 1:30).

21.

We hebben geen angst meer voor mensen, want we zijn volmaakt in liefde en de volmaakte liefde drijft alle angst uit (1 Johannes 4:18).

22.

Ons verstand is helder. Onze gedachten worden niet meer beneveld door schuldgevoelens en verwarring. We kunnen onze focus richten op wat echt belangrijk is (1 Timotheus 1:7).

23.

Depressie en pijn uit het verleden verdwijnen uit ons leven. Het oude is voorbij gegaan, het nieuwe is gekomen (2 Korintiërs 5:17).

24.

We leven in de opstandingskracht van de Heilige Geest. We zijn stil en luisteren naar God. Dan bidden we de gebeden die Jezus ook bad en doen we wat hij zegt. Zo leven we in overwinning (Handelingen 1:8; Psalm 23:2).

25.

Goddeloze mensen kunnen niet heersen over de rechtvaardigen (Spreuken 14:19: Slechte mensen moeten buigen voor goede), maar de rechtvaardigen zullen heersen over de slechte mensen. Vandaag de dag zijn veel christenen krachteloos omdat ze denken dat ze door hun zonden niet goed genoeg zijn. Zo laten ze zich overheersen.

26.

Als we beseffen dat we rechtvaardig zijn, zijn we vervuld en tevreden (Mattheus 5:6). Alles komt in lijn met wie we zijn in Christus. We hebben de innerlijke kracht om Gods opdrachten uit te voeren. Rechtvaardigheid is de sleutel voor een leven dat voldoening geeft.

27.

Rechtvaardigheid opent de deur naar het Koninkrijk van God (Mattheus 6:33). Door onze ware identiteit kunnen we wandelen en werken in zijn Koninkrijk. We mogen ook voor andere mensen dienaren van rechtvaardigheid zijn (2 Korintiërs 11:15), oftewel: we brengen de boodschap van rechtvaardigheid. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid (Efeziërs 5:9).

28.

Ons leven laat de vrucht van de Geest zien: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid en geloof (Galaten 5:22). Er is geen wet waardoor deze eigenschappen kunnen worden nagestreefd, ze kunnen alleen maar worden voortgebracht door de Heilige Geest die in ons woont nu we rechtvaardig zijn geworden.

29.

Het besef van rechtvaardigheid maakt ons meer bewust van de ware bovennatuurlijke persoonlijkheid van God, die zichtbaar wordt door de gaven van de Geest: wijsheid, kennis, geloof, genezing, wonderen, profetie, onderscheid van geesten, verschillende talen van de Heilige Geest en hun interpretatie (1Korintiërs 12:9-10). Je ontvangt de gezindheid van Christus (Filippenzen 2:5).

30.

Romeinen 6:13 zegt dat we een rechtvaardig lichaam hebben: “Bied je lichaam aan hem aan als een instrument van de gerechtigheid”.

31.

Als we beseffen dat we de rechtvaardigheid van God zijn, valt alles daarbij in het niet. God krijgt de eerste plaats in ons leven (Mattheus 6:33-34).

32.

Als we rechtvaardig zijn, speelt tijd geen overheersende rol meer. In de eeuwigheid is er geen tijd, dus de tijd kan geen claims meer op je leggen; jij hebt de volledige controle over je tijd.

33.

Rechtvaardigheid neemt onze behoefte aan goedkeuring van mensen weg. We zijn niet meer bezig met wat mensen van ons verwachten of zullen denken. Onze focus is Jezus en onze relatie met God de Vader. Dit gebeurt vanzelf wanneer we door God als rechtvaardigen zijn aangenomen. Mensen zullen vrede met ons willen maken (Mattheus 6:33; Spreuken 16:7; Romeinen 8:10).

34.

Rechtvaardigheid geeft ons zekerheid en vertrouwen (Psalm 36:6-7).

35.

Rechtvaardigheid bouwt zelfvertrouwen en geloof in eigen kunnen. Door geloof hebben we vrijelijk toegang tot God (Efeziërs 3:12).

36.

Een rechtvaardige heeft de houding van een succesvol mens die in overwinning leeft. Je hebt een nieuw niveau van autoriteit gekregen om te heersen op de plek waar je bent gesteld, of dat nu in het zakenleven is of in de politiek, in onderwijs, kunst of in de kerk.

37.

Het besef dat we rechtvaardig zijn leidt ertoe dat we open zullen staan voor nieuwe businessmogelijkheden. Onze creativiteit neemt toe in ieder gebied van ons werk en leven en dat zal ons voorspoedig maken (Spreuken 8:21).

38.

Rechtvaardigheid brengt ons op een heilige plek van aanbidding. Soms kunnen we muziek uit de hemel horen: een nieuw geluid dat niet lijkt op aardse muziek. Dit pure geluid brengt mensen op de knieën en brengt genezing (Psalm 51:14; Psalm 50:6).

39.

Rechtvaardigheid helpt ons om goed voor onszelf te zorgen, want we zijn Gods tempel. Dus we zorgen voor lichaamsbeweging, gezond eten en drinken zodat we in goede conditie blijven om een lang leven te hebben als Gods dienaren (1 Korintiërs 6:19-20).

40.

We zullen groeien in genade en dankbaarheid (Openbaring 7:12)

Zaak van geloof

Zoals we hebben gezien, is het allemaal een kwestie van geloof. Paulus zegt dat we niet langer moeten leven als onwetenden, maar dat we moeten leven in de waarheid en dat is Jezus Christus. Hij moedigt ons aan om de oude mens af te leggen en vernieuwd te worden in ons denken; om de nieuwe mens aan te doen, die geschapen is in ware heiligheid en gerechtigheid naar het beeld van God (Efeziërs 4:17-24). Zodra je je rechtvaardige identiteit hebt aangenomen, neem dan ook alle voorrechten die je erbij krijgt en maak ze je eigen in je dagelijkse leven!

Hoofdstuk 15 - De vrucht van rechtvaardigheid

In het vorige hoofdstuk heb ik besproken wat de voorrechten zijn van iemand die rechtvaardig is en hoe je die voorrechten in je eigen leven tot uiting ziet komen. Nu wil ik antwoord geven op de vraag: wat werkt onze rechtvaardigheid uit in de levens van onze naasten? De Bijbel spreekt over de ‘vrucht van gerechtigheid’. Voor wie is die vrucht bedoeld? Voor de mensen om ons heen, zodat ook zij voordeel kunnen genieten van het feit dat we rechtvaardig zijn. We dragen vrucht, omdat we de natuur van God hebben en de Heilige Geest in ons woont. We dragen vrucht, omdat Jezus de wijnstok is en wij de ranken zijn.

De vrucht van de Geest, zoals beschreven in Galaten 5:22, is de vrucht van onze redding. We zijn in staat om lief te hebben, blij te zijn, geduldig te zijn, vriendelijk te zijn, goed te zijn, geloof te hebben, nederig te zijn en onszelf te beheersen, omdat we wandelen in de Geest. We hoeven deze vrucht niet door eigen inspanning te produceren; we hoeven alleen maar in hem te blijven en dan dragen we automatisch vrucht.

De Bijbel heeft het ook over de ‘werken der gerechtigheid’. Efeziërs 2:10 zegt: “Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.” Deze goede werken zijn allemaal van tevoren gepland door de Vader. We hoeven niet te werken vanuit onze eigen kracht. Er wordt van ons niets verwacht wat we niet kunnen. De Bijbel zegt dat we alles kunnen door Christus, die ons kracht geeft.

Als we willen weten wat God voor ons heeft bedacht en voorbereid, dan kunnen we kijken naar het leven van Jezus. Wat zijn de ‘werken van gerechtigheid’ in het leven van Jezus? Hij deed volledig de wil van de Vader. Hij deed alleen wat hij de Vader zag doen. Hij sprak de woorden die de Vader hem ingaf. Hij genas de zieken, voedde de menigte, wierp demonen uit, at met zondaars en deed wonderen. In alles wat hij deed liet hij de liefde van de Vader zien.

Wat zijn de ‘werken van gerechtigheid’ in ons leven? Wij zullen dezelfde dingen doen die Jezus deed, en grotere werken nog dan deze, als we in hem geloven. We kunnen andere mensen tot zegen zijn. We kunnen van hen houden, hen helpen, hen genezen, bevrijden, onderwijzen, trainen, coachen en helpen groeien in een intieme relatie met de Vader, in genade en liefde. De Bijbel zegt dat we rechtvaardigheid bedienen (2 Korintiërs 3:9). De reden dat wij zo gezegend zijn, is om andere mensen te kunnen zegenen. Wij mogen het geheim van rechtvaardigheid doorvertellen aan mensen die de waarheid niet zien. Als ze dat geheim ontdekken, zullen ze veranderen van heerlijkheid naar heerlijkheid.

Alles is mogelijk!

Wij kunnen machtige dingen doen, omdat we onbevreesd tegenover demonen, ziekten en negatieve omstandigheden kunnen staan. Omdat de liefde van God in ons hart is uitgestort, is er geen plaats meer voor angst. “De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden (1 Johannes 4:18). Liefde is vol goedheid en zoekt zichzelf niet. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan. Ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze (1 Korintiërs 13). De liefde wordt in ons volmaakt naarmate we verder groeien in onze relatie met God. Als we in hem groeien, groeien we automatisch in liefde. We hebben de natuur van God gekregen, dus we zullen de dingen doen, die de natuur van God zou doen. Ons geloof zal groeien naar het niveau dat we wonderen kunnen verrichten. Alles is mogelijk voor wie gelooft!

Breng je geloof in praktijk

De laatste tien jaar hebben mijn vrouw en ik in geloof geleefd. Dat wil zeggen, we zijn afhankelijk van wat God ons geeft. Hij heeft al die jaren voor ons gezorgd. Bij iedere reis die ik maak, voorziet God in alles wat ik nodig heb. We hebben altijd genoeg om ook aan anderen te kunnen geven.

Ik heb er altijd van gedroomd om een huis op een heuvel te hebben. Op een dag reed ik door een dorp in de buurt en zag op twee mijl afstand van waar wij wonen een groot huis te koop staan - het stond op een heuvel. Vanaf deze plek is het uitzicht adembenemend. Je hebt goed zicht op maar liefst vijf beroemde bergen in Oregon en je hebt vanaf deze plek een prachtig uitzicht op het hele dal. We maakten meteen een afspraak met de makelaar om het huis van binnen te bezichtigen.

Het huis had alles wat we wilden en bood voldoende ruimte om gasten een logeerplek te kunnen geven; we zouden graag mensen ontvangen die rust of gebed nodig hebben en daarvoor bood dit huis voldoende mogelijkheden. We zouden er zelfs kleine groepen kunnen ontvangen voor een training. Het had bovendien een prachtige tuin en een grote schuur.

Roberta en ik hebben geloof voor ons huidige niveau van leven. Nu moesten we ons geloof naar een hoger niveau tillen, omdat we voor dit huis geen duizenden dollars nodig hebben, maar een paar miljoen. Ik geloof dat we geloofsuitdagingen nodig hebben om onze rechtmatige plaats in het Koninkrijk te kunnen demonstreren. Niet voor onszelf, maar zodat God zijn werk kan doen en daarvoor de eer kan ontvangen. Het landgoed staat nu al drie jaar te koop en ik geloof dat het niet verkocht zal worden, omdat het voor ons bestemd is. Op de juiste tijd zullen we erin kunnen trekken.

Ik heb gemerkt dat mensen van over de hele wereld ons willen zegenen, sinds we leven vanuit de openbaring van rechtvaardigheid. Ze willen ons altijd blij maken, omdat ze weten dat wij onvoorwaardelijk van hen houden en daarom willen ze ons weldoen. We houden niet van hen om wat ze hebben of vanwege de positie die ze innemen, maar omdat ze mensen zijn waar Jezus voor gestorven is. Zolang zij leven, hebben wij de gelegenheid om van ze te houden omdat het kruis van Jezus dat mogelijk heeft gemaakt.

Het is geweldig om contact te hebben en van hart tot hart te kunnen praten met mensen uit verschillende culturen, met verschillende talen en religies, zoals ik in Egypte heb ervaren. Mijn reizen naar Ethiopië, Nederland, Duitsland, Engeland, Afrika en Israël zijn allemaal voortgekomen uit die ene vraag: “Waar is God en waarom werkt mijn geloof niet?” Die vraag zette me aan tot actie om God met mijn hele hart, met al mijn kracht en heel mijn verstand te zoeken. Ik had mezelf ertoe gezet om antwoorden te vinden in Gods woord en te bidden in de Geest. Het is waar: als je God met je hele hart zoekt, komt er vrijheid, liefde, gunst en geloof naar je toe. God is werkelijk een beloner voor wie hem ernstig zoeken. Onuitsprekelijke vreugde vulde mij, zoals een oud lied zegt - en zelfs meer dan dat.

Ik weet niet wat ik je nog meer kan vertellen over het in praktijk brengen van je geloof. Wij hebben het grootste deel van ons vijfenveertig jarig huwelijk in geloof geleefd. God heeft ons nooit teleurgesteld of in de steek gelaten. Ik kan nog boeken vol schrijven over hoe God zijn trouw aan ons heeft bewezen. God is een overweldigende Vader, Schepper en Redder. Hij is echt en laat zichzelf iedere dag zien als de levende God, die ons gebruikt als zijn instrument, geschapen naar zijn beeld. Is dat niet opwindend? We zijn goed genoeg in Jezus Christus. Het is tijd om daar nu in te gaan leven!

Bijlage - Teksten voor meditatie

Tot slot geef ik je een lijst van bijbelteksten (NBG) over het thema rechtvaardigheid, bedoeld voor meditatie:

Psalm 37 :5-6 Vertrouw op hem, en hij zal het maken; hij zal uw gerechtigheid doen opgaan als het licht, en uw recht als de middag.

Psalm 85:14 Gerechtigheid zal voor hem uitgaan en zijn schreden richten op de weg.

Psalm 97:6 De hemelen verkondigen zijn gerechtigheid, en alle volken zien zijn heerlijkheid.

Psalm 98:2 De Here heeft zijn heil bekendgemaakt, zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen der volken.

Spreuken 14:34 Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek der natiën.

Spreuken 21:21 Wie gerechtigheid en liefde najaagt, vindt leven, gerechtigheid en eer.

Jesaja 32:17 En de vrucht der gerechtigheid zal vrede zijn, de uitwerking der gerechtigheid rust en veiligheid tot in eeuwigheid.

Jesaja 45:8 Druppelt, hemelen, van boven en laten de wolken gerechtigheid doen neerstromen; de aarde opene zich, opdat het heil ontluike en zij daarbij gerechtigheid doe uitspruiten; Ik, de Here, heb dit geschapen.

Jesaja 45:25 In de Here wordt het gehele nakroost van Israël gerechtvaardigd en zal het zich beroemen.

Jesaja 51:7 Hoort naar mij, gij die de gerechtigheid kent, gij volk, in welks hart mijn wet is. Vreest niet voor de smaad van stervelingen, wordt niet verschrikt vanwege hun beschimpingen.

Jesaja 54:14 Door gerechtigheid zult gij bevestigd worden. Weet u verre van onderdrukking, want gij hebt niet te vrezen, en van verschrikking, want zij zal tot u niet naderen.

Jesaja 58:8 Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten; uw gerechtigheid zal voor u uit gaan, de heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.

Jesaja 62:2 Volken zullen uw heil zien, alle koningen uw heerlijkheid en men zal u noemen met een nieuwe naam, die de mond des Heren zal bepalen;

Hosea 2:18-19 Ik zal u mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Here kennen.

Hosea 10:12 Zaait in gerechtigheid, oogst in liefde, ontgint u nieuw land. Dan is het tijd om de Here te vragen, totdat hij komt en voor u gerechtigheid laat regenen.

Mattheus 6:33 Maar zoekt eerst zijn Koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien

geschonken worden.

Handelingen 13:39 Ook van alles, waarvan gij niet gerechtvaardigd kondt worden door de wet

van Mozes, wordt ieder, die gelooft, gerechtvaardigd door hem.

Romeinen 1:17 Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven.

Romeinen 3:20 Daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.

Romeinen 3:21-22 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid.

Romeinen 3:24 en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.

Romeinen 3:25-26 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden – om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat hijzelf rechtvaardig is, ook als hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.

Romeinen 3:28 Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet.

Romeinen 5:1 Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus.

Romeinen 5:9 Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door hem behouden worden van de toorn.

Romeinen 5:17 Want, indien door de overtreding van de ene de dood als koning is gaan heersen door die ene, veel meer zullen zij, die de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en als koningen heersen door de ene, Jezus Christus.

Romeinen 5:21 Opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Here.

Romeinen 6:19 Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging.

Romeinen 8:1 Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.

Romeinen 8:30 En die hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft hij ook geroepen; en die hij geroepen heeft, dezen heeft hij ook gerechtvaardigd; en die hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft hij ook verheerlijkt.

Romeinen 10:3 Want onbekend met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen.

Romeinen 14:17 Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest.

1 Korintiërs 1:30 Maar uit hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing.

1 Korintiërs 4:4 Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; hij, die mij beoordeelt is de Here.

1 Korintiërs 6:11 En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God.

2 Korintiërs 3:9 Want indien de bediening, die veroordeling brengt, heerlijkheid was, veel meer is de bediening, die rechtvaardigheid brengt, overvloedig in heerlijkheid.

2 Korintiërs 5:21 Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in hem.

Galaten 2:21 Ik ontneem aan de genade Gods haar kracht niet; want indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs gestorven.

Galaten 3:21 Is de wet dan in strijd met de beloften [Gods]? Volstrekt niet! Want indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit een wet de gerechtigheid voortgekomen zijn.

Galaten 5:4-7 Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. Wij immers verwachten door de Geest uit het geloof de gerechtigheid, waarop wij hopen. Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende.

Efeziërs 6:14 Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid.

Filippenzen 1:11 vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God.

1 Timotëus 6:11 Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid.

2 Timotëus 4:8 voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad.

Jakobus 3:18 Maar gerechtigheid is een vrucht, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten.

2 Petrus 1:4 Door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.

1 Johannes 2:29 Als gij weet, dat hij rechtvaardig is, erkent dan ook, dat een ieder, die de rechtvaardigheid doet, uit hem geboren is.

1 Johannes 3:7 Kinderkens, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, gelijk hij rechtvaardig is;

1 Johannes 3:10 Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar: een ieder, die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet liefheeft.

Teksten over vernieuwing van je denken

Romeinen 12:2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Efeziërs 4:23 Dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

Filippenzen 4: 8-9 Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat; wat u geleerd en overgeleverd is, wat gij van mij gehoord en gezien hebt, breng dat in toepassing en de God des vredes zal met u zijn.

Colossenzen 3:1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

Nawoord - Eindelijk goed genoeg

Mijn vader belde me op het moment dat ik in een diepe persoonlijke crisis zat. Ik had de contacten met mijn familie verbroken en wilde niets meer te maken hebben met de kerk. Het patroon van steeds weer vergeving vragen en daarna toch weer in dezelfde zonde vervallen, was ik meer dan zat. Ik wilde me niet eeuwig een ellendige zondaar voelen, maar al mijn tekortkomingen en fouten hadden een wig tussen mij en God gedreven. God was mijlenver weg.

Ik zei niet veel tijdens ons telefoongesprek. Mijn vader vroeg hoe het met me ging en ik zei, meer uit gewoonte, ‘goed’, maar in werkelijkheid was het alsof de hel in mij was losgebroken. Ik moest mezelf dwingen om naar hem te luisteren, maar had het liefst de hoorn erop gegooid. Toen deed mijn vader iets vreemds. Hij vroeg me om vergeving voor het feit dat hij mij had opgevoed met de wet.

Ik begreep niet waarom ik hem daarvoor zou moeten vergeven. Mijn ouders hadden toch gedaan wat ze dachten dat goed was? “Ben je bereid om wat bijbelteksten op te slaan die je moeder en mij veranderd hebben?”, vroeg hij daarna. Hij zei erbij dat ik die teksten met een open houding moest lezen, zonder cynisme. Ik hoorde liefde, leven en vrijheid in zijn stem; hij was werkelijk veranderd. Ik zei tegen mijn vader dat ik hem vergaf.

Na ons telefoongesprek opende ik mijn bijbel en zocht de verzen op die mijn vader had genoemd. Ik kon mijn ogen niet geloven. Hadden deze woorden hier altijd gestaan? Zo ja, waarom was er op de zondagsschool, in mijn jeugdgroep, ja, zelfs op de bijbelschool niemand geweest om mij op deze teksten te wijzen? Waarom ben ik altijd om de oren geslagen met zondebesef, dat me al die jaren gebonden heeft gehouden?

Die dag leerde ik wie ik werkelijk was: een nieuw mens, gerechtvaardigd en heel. Niet omdat ik eindeloze lijstjes met do’s en don’ts had afgewerkt en zo mezelf hiervoor gekwalificeerd had; ik was een nieuw mens door de woorden van leven die mijn vader gesproken had en die ik nu ook zwart op wit in de Bijbel zag staan.

Ik denk niet dat ik dit had ontdekt als mijn vader me die dag niet gebeld had. Ik heb een nieuwe identiteit gekregen. Wie ik ben, is niet meer gebaseerd op angst of de wet, maar op de zekerheid dat God van me houdt. Ik ben dankbaar voor het offer van Jezus, die me heel heeft gemaakt en me oneindig veel mogelijkheden heeft gegeven. Ik was al jaren gered, sinds ik op vijfjarige leeftijd mijn leven aan Jezus heb gegeven. Maar voor het eerst in mijn leven voelde ik me nu veilig en goed genoeg. Ik was voorgoed vrij van de macht van zonde, die mij jarenlang in zijn greep heeft gehouden.

Ik weet zeker dat de waarheid over wie je werkelijk bent, ook jou zal vrijmaken. Is het niet geweldig dat we kunnen rusten in de armen van de Vader? We zijn goed genoeg!

dr. Benjamin Coffman

Dit boek bestellen:

U kunt dit boek bestellen door € 14,95 over te maken op rekeningnummer 1531.21.394 t.n.v. PAR CC onder vermelding van ‘goed genoeg’ plus de naam en het adres waar het boek naartoe moet. Wij sturen het boek toe zodra de betaling binnen is. We brengen geen verzendkosten in rekening. Voor bestellingen van 10 of meer exemplaren gelden kortingsregelingen. Informeer daarover door middel van een e-mail naar jolandebijl@hotmail.com.

Andere publicaties van PAR CC:

Jolande Bijl: Bron van levend water

Boekje over de bron Jezus Christus, geschreven voor mensen die geïnteresseerd zijn in het bovennatuurlijke.

32 pagina’s.

Dik Bijl: Aan de slag met Het Nieuwe Werken

Het Nieuwe Werken is een visie om werken effectiever, efficiënter maar ook plezieriger te maken voor zowel de organisatie als de medewerker.

192 pagina’s. www.nieuw-werken.