Printable version  Printable version
Uitgaande v/d genade ...
    De strijd die u niet ...
    De weg naar Verhe...
    Genade en Wet
    Abraham vond gena...
    Ethiek en Genade
    Genade revolutie
    Gods plezier
    Goed genoeg!
    Nieuw denken v/e ...
    Volksdictator: Ethiek
    Werelds denken vo...
Bijbelcommentaren
De komst van de Heer
Geschiedenis en Tijd
Herstel van alle dingen
Het geestelijke leven
Het Koninkrijk van God
Israel en Juda
Overig

Genade en de wet

Van Paulus wordt ten onrechte gedacht dat hij onderwees dat God de wet weggedaan heeft toen Jezus de straf voor de zonde van de wereld betaalde. Paulus protesteerde tegen die gedachte in onderstaand vers. Rom 3:31 zegt,

31 Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet! In tegendeel, wij bevestigen de wet.

De wet is wat het Oude en Nieuwe Verbond gemeenschappelijk hebben, want de wet is nooit buiten werking gezet.

Niet meer onder de wet
Jezus stierf om ons weg te halen van onder de wet. Wat betekent dat? ‘Onder de wet zijn’ betekent onder goddelijke oordeel staan vanwege zonde. 1Joh 3:4 zegt ‘zonde is wetteloosheid´ en Paulus zegt ´allen hebben gezondigd´ (Rom 3:23). Zodoende is de hele wereld ´strafwaardig voor God’ vanwege de zonde en is ´onder de wet´ (Rom 3:19).

Om onder de wet te zijn betekent dat nog niet afgerekend is met iemands zonde op de manier dat God verlangt. Zodoende heeft de wet een zaak tegen zulke mensen. Maar toen Jezus stierf aan het kruis werd er aan de eis van de wet voldaan.

Het resultaat is dat onder het Nieuwe Verbond zij, die het bloed van Jezus toepassen op hun hart, onder de genade mogen leven en nooit meer onder de wet zullen komen. Rom 8:1 zegt,

1 Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.

De wet van de offergave
Omdat Jezus stierf als een offer voor zonde, onderwijst de wet van de offergave ons de fundamentele principes van redding.

In Lev 17:1-7 zien we dat een offer volgens een twee-staps proces verliep. Ten eerste moest het offer gedood worden. Ten tweede moest het bloed van het offer toegepast worden op het altaar. Beide stappen waren nodig. De wet zegt dat een persoon afgesneden moest worden van zijn volk, als stap twee niet gedaan werd. Met andere woorden, het geofferde dier zou dan gewoon nog een dood dier zijn en het burgerschap in het Koninkrijk zou verloren gaan voor degene die het offer had gebracht.

De dood van Christus aan het kruis was de eerste stap. Zijn bloed toepassen op het altaar van ons hart is de tweede stap. De dood van Christus aan het kruis vervulde de belofte van God en had niets van doen met de wil van de mens. De tweede stap, die ondersgeschikt is aan de eerte stap en toch net zo noodzakelijk als de eerste, betreft de wil van de mens, want het toont instemming met God en maakt het toepasbaar voor ons als individuen. Het is ons ‘ Amen’ op Gods belofte (2Cor 1:20).

Met andere woorden, niemand wordt ‘gered’ los van het toepassen van het bloed van Christus op zijn hart. De dood van het offer kan in zichzelf niemand redden.

Kortom, onder het Nieuwe Verbond verandert het offer van Christus de wettige positie van hen, die wel het bloed van Christus toepassen op hun hart. De wet ziet dat aan de eis voldaan is en zij zijn niet meer strafwaardig voor God en staan zodoende niet meer ‘ onder de wet’, ze zijn volgens de voorwaarden van het Nieuwe Verbond ‘onder de genade’ gekomen.

Het ´onder de genade´ staan in het Nieuwe Verbond is een veel betere positie dan het was onder het Oude Verbond. In de tijd van het Oude Verbond kon het bloed van dieren de zonde niet wegnemen en kwam men dus telkens wanneer men de wet overtrad ook weer ´onder de wet´ de staan. Daarom was het in die tijd nodig om iedere keer opnieuw een offergave te brengen en het bloed ervan toe te passen op het altaar.

Het Nieuwe Verbond is een beter verbond, omdat het op betere voorwaarden berust (Heb 8:6). We zijn nu niet meer afhankelijk van ons eigen kunnen (of falen), maar van God die zegt, ‘Ik zal het doen’ .

Eenmaal ‘onder de genade’ in het Nieuwe Verbond is er geen weg terug meer om ‘onder de wet’ te kunnen staan. Immers ‘onder de wet’ staan betekent strafwaardig zijn voor God en in het Nieuwe Verbond is de strafeis van de wet eens en voor altijd betaald door het volmaakte offer van Jezus Christus.

De wet en de christen
Vrij zijn van de vervolging door de wet geeft daarentegen niemand een excuus om door te mogen gaan in zonde (wetteloosheid). Door dat te doen, zegt Paulus, verachten we de genade die ons gegeven is. Rom 6:1 zegt,

Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet!

Genade is de wettige status van hen wiens straf betaald is. Zij vrezen de wet niet langer, want de wet heeft geen zaak meer tegen hen. De wet is er voor de wettelozen, zegt Paulus in 1Tim 1:8-9,

8 Wij weten dat de wet goed is, indien iemand haar wettig toepast, 9 wel wetend dat de wet niet gesteld is voor de rechtvaardige, maar voor de wettelozen en tuchtelozen, voor de goddelozen en zondaars, voor de onverlaten en onheiligen, ...

De wet is gemaakt voor de ´wettelozen´ en voor de ´zondaars´, zodat niemand een excuus heeft, maar iedereen strafwaardig wordt voor God. Dit is het ‘wettig’ toepassen van de wet op hen, die onder de wet staan.

Hoe moet de wet dan ‘wettig’ toegepast worden op hen die wel onder de genade staan, maar geloven dat ze kunnen zondigen opdat de genade toeneme? Ook zijn zij wetteloos, want zonde is wetteloosheid (1Joh 3:4).

Het is duidelijk dat God zijn kinderen disciplineert voor slecht gedrag (Heb 12:5-8). Daarom kunnen christenen verwachten dat ze gedisciplineerd worden – niet voor de goede dingen die ze doen, maar voor hun wetteloos gedrag. Dit betekent niet dat ze hun redding verliezen, maar veeleer dat God hen behandelt als onvolwassen kinderen die nog geen gehoorzaamheid geleerd hebben.

Met andere woorden, zij die ‘onder de genade zijn’ worden toch gedisciplineerd als ze zondigen. Dat ze onder de genade zijn pleit hen niet vrij van de wet. Ook ‘onder de genade’ is de wet nog steeds de goddelijke maatstaf die Gods kinderen moeten bereiken, want de wet is een weerspiegeling van Gods karakter en die verandert nooit.

Dat is het wettig toepassen van de wet: het strafwaardig maken van de wereld voor God, waardoor zij ‘onder de wet’ komen te staan en het is de maatstaf voor opvoeding van Gods kinderen, die ‘onder de genade’ staan. De wet is hetzelfde, de toepassing en het resultaat ervan verschilt voor beide groepen.

De noodzaak tot een Nieuw Verbond
Toen God het Oude Verbond aan Israel gaf, wist Mozes voor zichzelf al dat Israel niet in staat zou zijn aan de eisen ervan te voldoen. Mozes wist zelfs al dat Israel na zijn dood ‘zeer verderfelijk handelen zou en zou afwijken van de weg die ik u geboden heb’ (Deut 31:29). Hij wist dat het Oude Verbond niet zou slagen om iemand van hen gerechtigheid te brengen. Omdat allen gezondigd hebben, kon niemand wegkomen van onder de wet, zelfs Mozes niet, wiens zonde hem belemmerde het Beloofde Land binnen te gaan.

Als zelfs Mozes het Beloofde Land niet kon binnengaan, welke hoop kan het Oude Verbond dan aan een ieder van ons geven? Het is onmogelijk voor een mens de straf voor zijn eigen zonde te betalen. De schuld is te groot. Sommigen zouden misschien in de buurt komen van het betalen van de schuld voor al hun zonden tegen hun naaste, maar wat als het gaat over de zonden tegen God in iemands denkwereld? Bestaat er iemand die werkelijk al zijn ‘gedachten gevangen genomen heeft en onder de gehoorzaamheid aan Christus gebracht heeft?’ Op hoeveel van die gedachten staat de doodstraf?

Dit is waarom er een nieuw verbond nodig is. Omdat geen mens, door zijn eigen werken, kan staan voor de goddelijke rechtbank en kan beweren onschuldig te zijn. De wet heeft een zaak tegen iedereen. Gelukkig heeft Jezus de straf voor zonde betaald en heeft Hij een ander verbond geintroduceerd, waardoor we blijvende genade mogen verkrijgen van de goddelijke rechtbank.

Genade is een wettelijke term. Als men een geschil voor de rechtbank bracht, moest de rechter bepalen wie schuldig was en wie gerechtvaardigd. De gerechtvaardigde ontving genade. De rechtbank sprak ten gunste van hem. Genade betekent dat de rechtbank geen aanleiding vond om hem een straf op te leggen. De andere persoon in het geschil werd schuldig bevonden. Hij werd daarop ‘onder de wet’ geplaatst totdat volledig herstel betaald was aan het slachtoffer.

Geboden en Beloften
We zeiden al dat het Oude en Nieuwe Verbond beide de wet gebruiken, maar op verschillende manieren. Het Oude Verbond gaf de wet aan de mens op stenen tafelen. Het Nieuwe Verbond schrijft de wet in het hart van mensen (Heb 8:10).

In beide gevallen is de wet effectief van toepassing. Onder het Oude Verbond wordt de wet toegepast door een externe tuchtmeester, die de wet bekrachtigt op zondaren, die tegen God rebelleren. Onder het Nieuwe Verbond, wordt de wet in onze harten geschreven door de interne actie van de Heilige Geest, opdat onze natuur verandert, ons denken wordt vernieuwd en wij gelijkvormig worden aan het beeld van Jezus Christus.

Het Oude Verbond disciplineert het vlees. Het Nieuwe Verbond verandert het hart.

Onder het Oude Verbond is de wet een serie geboden die men moet gehoorzamen. En als men daarin slaagt heeft de wet geen zaak tegen hen. Het probleem is dat nog niemand er in geslaagd is om volledig gehoorzaam te zijn aan de wet door zijn eigen werken. Zodoende kan de wet in algemene zin niemand genade verlenen.

Onder het Nieuwe Verbond is de wet daarentegen een serie beloften. ‘Gij zult niet stelen’ is Gods belofte. Het profeteert daarom over de dag dat we niet langer zullen stelen. ‘Gij zult niet begeren’ is een profetie dat er een dag komt dat we niet langer zullen begeren. Onder het Nieuwe Verbond belooft God de Heilige Geest te zenden om in ons te wonen, om de wet in ons hart te schrijven, zodat we niet zullen stelen of begeren.

Het Oude Verbond probeert de mens te dwingen om rechtvaardig te handelen jegens God en zijn naaste, door te dreigen met straf. Het faalt omdat het niet afrekent met het oorspronkelijke hartsprobleem. Het beveelt slechts de rebellerende natuur van de mens om te doen wat het niet wil doen. Het Nieuwe Verbond, daarentegen, verandert onze harten van binnenuit, zodat we ons gewillig en blijmoedig conformeren aan de godelijke natuur (zoals uitgedrukt in de wet).

Er worden ons zodoende twee wegen naar rechtvaardigheid gepresenteerd. De een is de weg naar rechtvaardig gedrag, welke tot stand komt door het vlees te disciplineren. De ander is de weg naar het van nature rechtvaardig zijn, wat de Heilige Geest doet in ons hart. Geen van beide verbonden stelt de wet buiten werking, elk wijst een andere weg naar het ultieme doel van vrede en gemeenschap hebben met God.

Zal de weg van externe discipline dat doel bereiken? Nee. Alleen het werk van de Heilige Geest kan de wet in ons hart schrijven.

Wie is veranwoordelijk om dit tot stand te brengen?
Het Oude Verbond was gebaseerd op de eed van de mens aan God. Exodus 19:8 zegt,

8 En het gehele volk antwoordde eenparig: Alles wat de Here gesproken heeft zullen wij doen.

Op grond van deze eed verklaarde God dat Israel uit alle volken Zijn eigendom was (Exodus 19:5). Verder verklaarde Hij dat zij een Koninkrijk van priesters en een heilige natie zouden zijn (Exodus 19:6). Door in te stemmen met dit verbond maakte God hen Zijn volk.

Daarop volgend spendeerde Israel onder Mozes veertig jaar in de woestijn. Tegen het einde daarvan werd Israel naar de vlakten van Moab geleid om zich voor te bereiden de Jordaan over te steken naar het Beloofde Land. Op dat moment maakte God een tweede verbond met hen, vergelijkbaar met de vebonden die God eerder al gemaakt had met Noach, Abraham , Izaak en Jakob. Deut 29:1 zegt,

1 Dit zijn de woorden van het verbond dat de Here Mozes geboden had met de Israelieten te sluiten in het land van Moab, naast het verbond dat hij met hen bij Horeb gesloten had.

Dit tweede verbond was niet zoals het eerste verbond bij Horeb. Terwijl het Horeb-verbond gemaakt was door de eed van de mens aan God, was het tweede gebaseerd op Gods eed aan de mens. Deut 29:10-13 zegt,

10 Allen staat gij heden voor het aangezicht van de Here, uw God … 12 om toe te treden tot het verbond van de Here, uw God, en tot Zijn eed welke de Here, uw God, heden met u sluit, 13 opdat Hij u heden als Zijn volk bevestige en u tot een God zij, zoals Hij u toegezegd heeft, en uw vaderen Abraham, Izaak en Jakob gezworen heeft.

Dit verbond bracht Israel ´tot Zijn eed´, niet tot hun eigen eed, maar ‘zoals Hij gezworen had aan hun vaderen, aan Abraham, Izaak en Jakob’. Dit tweede verbond volgde om die reden het patroon van de verbonden die vele eeuwen vooraf gegaan waren aan het Horeb-verbond. Gods verbond met Abraham, Izaak en Jakob waren niet op basis van een bevel, maar op basis van een belofte. In het geval van het Abrahamitische verbond bracht God Abraham in slaap (Genesis 15:12) om ons te laten zien dat dit Gods belofte was (eed) aan Abraham en dat dit niet gebaseerd was op Abrahams belofte van gehoorzaamheid aan God.

Dus het tweede verbond dat in Moab gemaakt werd, was Gods eed aan Israel, en door dit verbond bracht Hij Israel in het Beloofde Land. Jozua werd toen aangesteld om Israel het Beloofde Land binnen te brengen, want hij was het type van Christus (Yeshua), de middelaar van een Nieuw Verbond.

Ook al bleef het Oude Verbond, in algemene zin, van kracht tot Christus deze verving door het Nieuwe Verbond, het tweede verbond in Deuteronomium 29 profeteerde dat het niet mogelijk is om het Koninkrijk te beerven los van het Nieuwe Verbond en zijn Middelaar, Jezus Christus.

Zo kun je dus zeggen dat het Nieuwe Verbond eigenlijk al eerder dan het Oude Verbond werd gevestigd. Duidelijk was het al gegeven aan Noach in Genesis 9:8-10,

8 En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: 9 Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw nageslacht, en met alle levende wezen die bij u zijn...

God definieert Zijn verbond op vele manieren. In vers 16 ´mijn eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op de aarde is´. Vers 17 sluit af,

17 En God zeide tot Noach: Dit is het teken van het verbond dat ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft.

Geen mens en geen schepsel op de aarde hoefde een eed te zweren om dit verbond te sluiten. God zelf vestigde het op basis van Zijn belofte. Paulus beschrijft dit Nieuwe Verbod in 2Cor 1:20,

20 Ja, want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons.

God belooft (door een eed) en de mens antwoord met niets meer dan ‘Amen’. Alles wat wij kunnen doen is het eens zijn met God, want zulke beloften zijn niet gebaseerd op de beloften van de mens, noch op de bekwaamheid van de mens om het goede te doen.

De reikwijdte van deze beloften omvatten de hele wereld, zoals we zien in het verbond met Noach. In Mozes’ tijd, toen God zijn eed zwoer, werd de belofte niet alleen aan Israel en haar leiders gedaan, maar ook aan ‘de vreemdeling in uw legerplaats’ (Deut 29:11). Ook dezen werden Gods volk, samen met Israel. In feite reikte de scope van dit verbond nog verder, want in Deut 29:14-15 staat,

14 Niet met u alleen sluit Ik dit verbond en deze eed, 15 maar zowel met ieder, die zich hier bij ons bevindt en heden staat voor het aangezicht van de Here, onze God,als met ieder, die heden hier niet bij ons is.

Op die dag waren er, in de ultieme zin, slechts twee soorten mensen daar met wie God Zijn eed deed: Zij die aanwezig waren en zij die niet aanwezig waren.

Dat betreft iedereen. De scope van dat verbond, toen, was hetzelfde als die van het verbond dat aan Noach was gegeven, met de hele aarde. Verder vertelt Mozes ons in vers 13 dat dit een eed was opdat Hij ´u vandaag als zijn volk bevestige en u tot een God zij.’ God zwoer een eed om al die aanwezig waren en die niet aanwezig waren tot Zijn volk te maken en om hun God te zijn.

Met andere woorden, het Nieuwe Verbond reikt uit ver voorbij de etnische Israelieten. Het omvatte ‘de vreemdeling’ in Israel en buiten Israel. Allen zullen Gods volk zijn, hoewel niet allen op dezelfde tijd. De mensen worden pas werkelijk Gods volk, zegt Paulus, als ze Amen zeggen op de beloften van God.

Het belangrijkste kenmerk van het Nieuwe Verbond is het feit dat het Gods eed is en belofte aan de hele aarde. Het succes van het Nieuwe Verbond is niet gebaseerd op de wil van de mens, ook niet op hun bekwaamheid om hun eigen beloften waar te kunnen maken, zoals we zien dat dat het geval is bij het Oude Verbond. Nee, het Nieuwe verbond is volledig gebaseerd op Gods bekwaamheid om te vervullen wat Hij belooft heeft. Ik heb het volste vertrouwen dat Hij kan doen wat Hij de hele aarde beloofd heeft.

De ervaring van ‘Gered worden’
Veel christenen lijden nodeloos onder het Oude Verbond, denkend dat hun redding gebaseerd is op hun eed aan God, in plaats van Gods eed aan hen. Iedere keer dat ze zondigen, worden ze overweldigd door schuld en denken ze dat ze hun redding verloren hebben. Veel van zulke mensen kunnen daar niet mee omgaan, dus sluiten ze het buiten, ze blokkeren hun denkwereld. Sommigen bereiken zelfs het punt dat ze zonde en onvolmaaktheid niet langer herkennen. Omdat ze niet kunnen omgaan met hun schuld, vluchten ze in ontkenning. Dit helpt hen om het leven door te komen, maar het lost het probleem niet op, noch geeft het hen begrip van het goddelijke plan.

De oplossing is om te rusten in Zijn woord. Zijn woord vertelt ons over de beloften van God, die gebaseerd zijn op Zijn wil, niet de wil van de mens. Geloof in Zijn belofte van redding is wat God zoekt. Hij zoekt ons Amen, wat onze instemming aangeeft, zodat we het bloed van Jezus kunnen toepassen op ons hart, volgens de wet van de offergave (Lev 17:1-7).

Ik heb ontdekt dat sommige gelovigen op een heel natuurlijke manier leven volgens het Nieuwe Verbond, zonder zelfs te begrijpen wat dat verbond inhoudt. Ze kunnen Gods beloften accepteren en worden niet gehinderd door schuld. Zij trekken hun redding niet in twijfel, zelfs niet wanneer ze tekort schieten aan de heerlijkheid van God. Ik prijs God voor zulke mensen, maar ik was er niet één van. Het duurde jaren totdat ik in staat was om een plaats van rust en vrede binnen te gaan.

Wanneer mensen ‘gered worden’ , wordt gezegd dat ze en keuze maken om Christus te volgen. Ze ‘geven hun hart’ aan Christus en vragen Hem om hun Heer en Redder te worden en om ‘in hun hart te komen’. Al deze dingen kunnen een plek hebben, mits men dit doet op basis van het Nieuwe Verbond. Om welke reden dan ook doen velen dit daarentegen door het Oude Verbond. Wat elk persoon doet is niet altijd direct aan het begin al duidelijk, maar de resultaten worden naar verloop van tijd zeer helder.

Als een person met schuldgevoelens en angst blijft zitten, is dat omdat hij zijn redding gebaseerd heeft op zijn eigen eed en zijn eigen kunnen om zijn eed gestand te doen. Als een persoon werkelijk losbreekt van schuld en angst, is dat omdat hij zijn redding baseert op de beloften van God en op het werk van Christus aan het kruis, en niet op zijn eigen eed, niet zijn eigen wil en niet op zijn eigen keuze om Christus te volgen.

Iemand wordt niet gered door zijn keuze voor Christus. Iemands zondaarsgebed is niet doorslaggevend, wanneer het uitingen zijn van geloof in het kunnen van de mens. Wanneer iemand daarentegen ‘zijn hart geeft’ aan Christus als uiting van Zijn geloof in Christus´ bekwaamheid, dan zal het resulteren in bevrijding, vrede en een nieuw gevonden blijdschap.

Wanneer een persoon zegt, “Ik ben gered omdat ik Jezus heb geaccepteerd als mijn persoonlijke Redder,” kan dit verschillende dingen betekenen voor verschillende mensen. Als de persoon bedoelt te zeggen dat zijn redding gebaseerd is op zijn eigen wil en zijn eigen keuze of eed om Jezus te volgen, is hij een gelovige van het Oude Verbond. Maar als hij bedoelt dat hij in overeenstemming is gekomen met de beloften van God, dan heeft hij vaste grond gevonden.