Printable version  Printable version
Uitgaande v/d genade ...
Bijbelcommentaren
De komst van de Heer
Geschiedenis en Tijd
Herstel van alle dingen
Het geestelijke leven
    666
    Alsem en Uitwerp...
    Blij met Gods oor...
    Brood en wijn
    Crowned With Oil
    De drie dopen
    Door de woestijn ...
    Evening and Morning
    Feed My Sheep
    Gedenk de Sabbatd...
    Gedoopt in Christus
    Gemeenschap
    Gods stem horen
    Het erdeel van Jabez
    Het Woord Gods
    Job ed weg tot zoo...
    Latent power of th...
    Licht uit schaduwen
    Mozes ed weg tot ...
    Uw naam worde ge...
    Van oost naar west
    Vrijmaking vd geest
    Wetten van geeste...
    Witness Lee
Het Koninkrijk van God
Israel en Juda
Overig

666
en de naam van Jezus

Overgenomen van: In Geest en Waarheid

INLEIDING

De meeste mensen weten, dat 666 het getal van het beest is (Op.13:18). Het is "het getal van zijn naam", het getal van de naam van het beest (Op.13:17).

Minder bekend is, dat het getal 888 het getal van de naam van Jezus is. Het komt voor in het bijbelvers meteen achter de tekst met 666, maar het wordt alleen niet openlijk genoemd. Hoe het is verborgen in de tekst zal ik later uitleggen.

De schrift is geïnspireerd door God. Zonder de hulp van Zijn Geest verstaan wij de bijbel alleen maar met ons verstand en blijven we, wat geestelijke inhoud en betekenis betreft, in het duister.

Er wordt in de bijbel vaak over geheimenissen gesproken (b.v. 1Cor.15:51). Er staat ook: "Hier is wijsheid" (Op.13:18). "Wie oren heeft, die hore!" (b.v. Mat.11:15). En Jezus zei tegen Nicodémus, een geleerde: "U bent de leraar van Israël en dit begrijpt u niet?" (Joh.3:10). Zulke zinnen tonen aan, dat er iets verborgen is, wat we alleen door Gods Geest kunnen leren "zien". Ook de betekenis van het getal van het beest (666) en het getal van de naam van Jezus (888), is zo'n geheimenis.

BIJBELGETALLEN

Getallen in de bijbel hebben een betekenis. Enkele voorbeelden: zes duidt op het menselijke, zeven op goddelijke volmaaktheid, acht op opstandingsleven. Lang geleden schreef E.W. Bullinger een boek over dit onderwerp met als titel "Number in Scripture". De hoeveelheid voorbeelden die hij geeft over de consequente betekenis van bijbelgetallen is zeer overtuigend.

Naast de getallensymboliek kennen we ook de gematria. Daarbij gaat het om de getalswaarde van de Hebreeuwse en Griekse letters. Die talen hebben geen aparte symbolen voor getallen, zoals wij die kennen. In plaats daarvan worden de letters gebruikt. Wij gebruiken zo nog steeds Romeinse cijfers: I=een, IV=vier, V=vijf, VI=zes, C=honderd, M=duizend.

De letters van elk woord, zinsdeel, zin, of naam kunnen ook worden opgeteld. Zo krijgen wij de getalswaarde van het woord of van de naam. Veel van Jezus' namen hebben een waarde met acht als factor (8 is het getal van nieuw leven, van opstandingsleven). Enkele voorbeelden:

Iesous (=Jezus) : 888
Kurios (=Heer) : 800
Aletheia (=Waarheid) : 64 (8x8)
Soter (=Redder) : 1408 (8x8x22)
Christos (=Gezalfde) : 1480 (5x8x37)
Hodos (=Weg) : 344 (8x43).

In de bijbel zijn getallen en getalswaarden nooit toevallig. God heeft in alle bijbelgetallen, aantallen, jaartallen, leeftijden en getalswaarden een betekenis verborgen, ook dus in het getal van de naam van het beest (666) en in het getal van de naam van Jezus (888).

HET MERKTEKEN VAN HET BEEST

Het beest "maakt, dat aan allen, aan kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd en dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft" (Op.13:16-17).

Over deze teksten is veel gefantaseerd en gespeculeerd. Wat is het merkteken van het beest? Allerlei griezelverhalen doen de ronde. Er wordt zelfs aan een elektronisch creditcardmerkteken op de hand of op het voorhoofd gedacht. Elke koop- of verkoophandeling zou dan elektronisch via dat merkteken worden bijgehouden. Ik hoorde ook, dat de centrale computer, die dit alles moet bijhouden en controleren, gebouwd zou worden op grond van het getal 6, het getal van de mens. Dit laatste lijkt erg onwaarschijnlijk, want, zoals we weten zijn er 8 bits in een byte. Computersystemen zijn gebaseerd op de getallen 2, 4, 8, 16, 32, 64, 128, enz., niet op het getal 6.

Wie gelooft, dat het merkteken van het beest een elektronisch teken is op de voorhoofden van massa's mensen, komt wel overhoop te liggen met de erop volgende tekst: "En ik zag het Lam staan op de berg Sion en met Hem 144.000, op wier voorhoofden Zijn naam en de naam van de Vader geschreven stonden" (Op.14:1). Wordt dan (consequent doordenkend) ook de naam van Jezus (=888) en de naam van de Vader op een natuurlijke wijze op het voorhoofd van de 144.000 geschreven? Als een elektronisch merkteken? Nee toch? De bijbel is toch een geestelijk boek, dat spreekt van geestelijke realiteiten!

Het gaat hier dan ook niet om een uiterlijk teken op een hand of op een voorhoofd. Het gaat om de wijze van doen en denken. Wie het merkteken van het beest op zijn hand heeft, gaat doen wat het wil. Wie de naam van het beest op het voorhoofd laat schrijven, gaat denken als het beest. Men kan ook de naam van Jezus en die van de Vader op het voorhoofd laten schrijven, zoals bij de 144.000 eerstelingen. Zij denken als Jezus en als de Vader. En daar moet je naar streven, zegt Paulus: "Laat die gezindheid in u zijn, die ook in Christus Jezus was" (waar gezindheid staat, staat in het Grieks: phroneo=denkwijze, Fil.2:5).

DE GEZINDHEID VAN HET BEEST

Nebukadnezar was een koning, die Babel opbouwde tot ongekende hoogte. Hij was één van de machtigste mannen in de oude geschiedenis. Van hem lezen we, dat hem de gezindheid van een beest werd gegeven (Daniël 4).

Voordat dit gebeurde, had zijn werk met het getal van de mens (het "vlees") te maken gehad: "Nebukadnezar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig en de breedte zes el bedroeg; hij stelde het op in de vlakte Dura in het gewest Babel" (Dan.3:1).

En toen hij later trots en hoogmoedig zei: "Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een koninklijke woonplaats, door mijn grote macht en tot eer van mijn majesteit?", veranderde er in hem iets wezenlijks. De Heer zei door Daniël: "Zijn hart zal worden veranderd, zodat het niet meer een mensenhart is; een dierenhart zal hem worden gegeven; en zeven tijden zullen over hem voorbijgaan" (Dan.4:16).

En zo gebeurde het. Amper was Daniël uitgesproken, of "dat woord ging in vervulling. Hij werd uit de gemeenschap verstoten en at gras als de runderen. Door de dauw werd zijn lichaam bevochtigd, totdat zijn haar lang werd als de veren van arenden en zijn nagels als die van vogels" (Dan.4:33). Hij kreeg "een dierenhart". Hij ging er uit zien als een beest. Hij ging eten als een beest en zich gedragen als een beest.

Wat Nebukadnezar had gedacht en gedaan was niet nieuw. Eeuwen daarvoor hadden de eerste bouwers van Babel iets dergelijks gedaan. "Kom, laten wij voor onszelf een stad bouwen", zeiden ze, "met een toren, waarvan de top tot in de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken om niet over de hele aarde verstrooid te worden" (Gen.11). Ze hadden precies hetzelfde merkteken op hun voorhoofd (=denkwijze) als Nebukadnezar. Ook daar werd op aarde een woonplaats gebouwd, een stad. Ze gebruikten aarden bakstenen en menselijke kracht. Er kwam ook een toren in te staan om tot in de hemel te reiken. Zij werkten van "beneden" naar "boven". Zij werkten "in het vlees" met de bedoeling om "in de hemel" te eindigen. Het hoofdmotief was dus religieus. De bouw van de stad Babel wijst dan ook heen naar alle religieuze inspanningen en menselijke initiatieven om "in de geest" te komen. In Genesis 11 eindigde dit streven in een algehele spraakverwarring. Bij Nebukadnezar liep het uit op een verlaging tot het niveau van de dieren.

Ook wie heden ten dage in eigen kracht en op eigen initiatief religieus bezig is, "bouwt" met "bakstenen" aan een "stad", die "Babel" heet (=verwarring). Nadrukkelijk zegt God tot Zerubbabel (=in Babel gezaaid): "Niet door kracht of geweld, maar door Mijn Geest" (Zach.4:6). De Heilige Geest bouwt een andere stad, van levende stenen. Het is een "stad" die God ontwierp, met hemelse fundamenten, muren en poorten. De met "edelstenen" versierde fundamenten liggen te schitteren op de "berg Gods" (Op.21:19). Die stad daalt neer, uit de hemel, van God (Op.21:2). Maar Babels fundamenten liggen verborgen in de aarde en wat daar verrijst, komt letterlijk van de grond.

Wie is dus nu "in Babel"? Ieder die werkt met dezelfde intentie als de bouwers van Babel in Genesis 11 en als Nebukadnezar in Daniël 4. Het is een kwestie van denken. Het zit op het voorhoofd (Op.17:5). "Laten wij....." (Gen.11:3). Men gaat dan "klei" in "vaste vormen" persen en goed "bakken" tot "tichelstenen". Ieder moet hetzelfde denken en één zijn in de leer. Wie werkt met "klei" van menselijke ideeën, middelen en inspanningen, heeft als het ware het getal van de mens in zijn denken: zes.

"Zeven tijden" leefde Nebukadnezar als een beest, zonder "verstand", zonder hemelse waarden en normen. Hij had geen inzicht in Gods waarheid en Zijn wijsheid. Hij werd 666, uitermate vleselijk, dierlijk, totdat hij zijn ogen weer zou opslaan naar de hemel en het verstand in hem kon terugkeren (Dan.4:34a). Toen dat gebeurde zei hij: "Nu roem en verheerlijk ik de Koning des hemels, wiens werken allemaal waarachtig en wiens paden allemaal recht zijn" (Dan.4:37).

Wij moeten dus anders leren denken. Niet vanuit de mens, maar vanuit God. Niet met 666 op ons voorhoofd, maar met 888. Petrus kreeg een goddelijke openbaring, toen hij tot Jezus zei: "U bent de Christus, de zoon van de levende God" (Mat.16:16). "Jezus zei toen: Gezegend ben je, Simon Barjona, want vlees en bloed (=het menselijke) heeft je dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, die in de hemel is" (Mat.16:17). Meteen daarna gebeurde het tegendeel. Petrus gaf de Heer Jezus een menselijk advies om het kruis te ontlopen (Mat.16:21-23). Jezus "keerde Zich om en zei tot Petrus: "Ga achter Mij, satan; je zou Me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen" (Mat.16:23). Petrus' advies was 666, hoe goed hij het ook bedoeld had. Menselijke bedenksels ziet de Heer als satans (=tegenstanders). Ze moeten worden gebracht "als krijgsgevangenen onder de gehoorzaamheid aan Christus" (2Cor.10:5). Want "het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest" (Gal.5:17). Het is "vijandschap tegen God" (Rom.8:7).

KOPEN EN VERKOPEN

"Niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken (=de naam van het beest, of het getal van zijn naam) heeft" (Op.13:17).

Nu iets over de herkomst van het beest. Het komt op uit de aarde (Op.13:11). Wat betekent dat? Wat betekent "hemel, zee en aard"? Zij symboliseren niet firmament, oceaan of land, maar toestanden, waarin men kan verkeren, hier en nu.

De zee zijn de "natiën en menigten en volken en talen", die Christus nog niet kennen (Op.17:15). Zij zijn nog geestelijk dood (Op.20:13).

De hemel is Gods troon (Jes.66:1). "Dan zal men Jeruzalem noemen de troon van de Heer", "de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel van God" (Jer.3:17, Op.21:2). God troont er op de lofzangen van Zijn kinderen, die Hij heeft doen opstaan en een plaats heeft gegeven in de hemelse gewesten in Christus Jezus (Ps.22:4, Ef.2:6)).

De aarde is duidelijk onderscheiden van de zee, maar ook van de hemel. In de hemelse gewesten wandelt men in de Geest, op de aarde in het vlees. De hemel is het domein van het nieuwe leven in Christus. De aarde is het domein van het oude ik. Het hemelse Jeruzalem is de moeder van de gelovigen (Gal.4:26). Het aardse Babel is "de grote hoer" met haar "gruwelen der aarde". Met haar hebben "de koningen der aarde gehoereerd (Op.17:1,5). Zij, die op de aarde wonen, zijn dronken van de wijn van haar hoererij" (Op.17:2). Babylon is het rijk van het "vlees", waar het "beest uit de aarde" regeert. Dat rijk is ook 666: uitermate menselijk, aards en ongeestelijk.

We lezen, dat het aardse Babel een hoer wordt genoemd. Waarom? Een harmonische huwelijksrelatie tussen een man en zijn vrouw is een beeld van de éénheid van Christus met Zijn gemeente, van één "man" en één "vrouw" (Ef.5:22-33). Een hoer geeft haar lichaam aan wie wil betalen. Zij verkoopt zich. De bijbel noemt dat zonde. Babel hecht zich niet aan één Man. Ze geeft zich aan allerlei "mannen", voor geld.

Als iemand (of een instituut) het evangelie van de Heer Jezus misbruikt om er munt uit te slaan, is dat dezelfde zonde. Wie zich niet alleen aan God hecht, maar zich ook geeft aan andere "mannen", om er beter van te worden, wie erop uit is, op wat voor wijze ook, de begeerten van ziel en vlees te bevredigen buiten onze Man en Maker om, is bezig als een babylonische hoer. Dan worden gebedshuizen verkoophuizen (Mat.21:13, Joh.2:14-16). Het gaat dan om gewin. Om kopen en verkopen.

In de middeleeuwen ging de kerk zelfs zo ver, dat zonden konden worden afgekocht met geld. Maar ook nu nog wordt er op grote schaal handel gedreven met het evangelie. Predikers vragen spreekgeld. Pastorale medewerkers counselen tegen een geldelijk tarief. Om lid te zijn van een kerk moet er worden betaald. Voor zo goed als alle christelijke uitgaven wordt geld gevraagd. Voor het bijwonen van een conferentie van de één of andere evangelist met een sensationele bediening moet je soms van te voren betalen. Er wordt zelfs genezing aangeboden voor geld. "Zend mij uw liefdegave voor Gods werk, dan zal ik bidden voor uw genezing". Kopen en verkopen!

Op het zendingsveld wordt er uiteraard ook "gekocht en verkocht". Geestelijke leiders zijn er vaak rijker dan ze ooit hadden kunnen worden, als ze in hun gewone doen gebleven waren. Zij krijgen een inkomen van de zending. Zij hebben een goed huis, rijden op een fiets of op een motor en kunnen hun kinderen naar dure scholen sturen. Gewone gemeenteleden niet. Goedbedoelende kerken uit het westen geven geld voor de verbreiding van het evangelie en ondersteunen het "werk van God". Maar vaak moet veel van wat er op het zendingsveld gebeurt, in bladen en gebedsbrieven worden aangedikt om de geldtoevoer te behouden. Wie zo openlijk of op een meer subtiele wijze zichzelf zoekt te verrijken, is in Gods ogen overspelig. Het gaat dan om de positie, de reputatie, of het banksaldo.

Openbaring beschrijft de val van het aardse Babylon. "Van de wijn van haar hartstocht hebben alle volken gedronken, de koningen der aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden der aarde zijn rijk geworden van haar weelderigheid" (Op.18:3). Het hoofdstuk vervolgt met een beschrijving van de slechtheid van de koningen der "aarde", de geweldige rijkdom van haar kooplieden en hun groot verdriet over de val van het systeem. Babel is gevallen. Ze hebben nu niets meer te kopen en te verkopen om winst te maken.

Abraham was heel anders. Toen hij na de strijd tegen de koningen van het Oosten (die zijn neef Lot hadden ontvoerd) Melchizedek ontmoette, gaf hij hem van alles de tienden (Gen.14:18-20). Van de koning van Sodom (die ook door hem bevrijd was) weigerde hij iedere aardse beloning aan te nemen (Gen.14:1-24). Toen sprak de Heer opnieuw tot Abraham: "Vrees niet! Ik ben uw schild, uw loon zal zeer groot zijn" (Gen.15:1). Hij weigerde loon van Sodom. Hij zou loon van God ontvangen.

Gods weg is niet de weg van het vlees. Het is de weg van de Geest en Hij nodigt ons uit om die te gaan. "De Geest en de bruid zeggen: Kom! Laat wie dat hoort, zeggen: Kom! Wie dorst heeft, mag komen en wie wil, mag het water des levens drinken om niet" (Op.22:17). Iemand heeft eens gezegd: "De hemel geeft, de aarde verkoopt, de hel rooft". God en Zijn ware dienstknechten zullen altijd geven. "Om niet hebben jullie het ontvangen", zei Jezus, "geef het om niet" (Mat.10:8). Wie geleerd heeft om met Jezus te leven, zal de dingen van God nooit verkopen. Hij geeft aan wie wil ontvangen, zonder er iets voor te willen hebben.

DE GEZINDHEID VAN CHRISTUS

Direkt na 666 in Openbaring 13 vers 18 begint hoofdstuk 14, waarin Johannes het visioen van de 144.000 dienstknechten van God beschrijft (Op.14:1-5). Ze werden al eerder genoemd als de 12.000 uit de 12 stammen van Israël, die aan hun voorhoofd waren verzegeld (Op.7:1-8). Zij staan bij het Lam en dragen op hun voorhoofd Zijn naam en de naam van de Vader (Op.14:1). We zullen nu dat gedeelte, Openbaring 14:1-5, tekst voor tekst gaan doornemen.

"Ik zag het Lam staan op de berg Sion en met Hem 144.000 met op hun voorhoofden Zijn naam en de naam van Zijn Vader" (Op.14:1)

Wat een opvallend verschil met de tekst, die hieraan is vooraf gegaan! Daar wordt het denken van het beest uitgedrukt in een onpersoonlijk getal (666). Hier wordt de denkwijze Christus uitgedrukt in een naam: Jezus. Het is een naam met 8 (=nieuw leven) als factor en met 888 als getalswaarde. Wie overwint, ontvangt die nieuwe naam (Op.3:12). En wie hem heeft ontvangen, gaat "nieuw" denken (Op.22:4).

De 144.000 staan op de berg Sion. Wat betekent dat? "Berg" duidt in de bijbel op kracht. De 144.000 staan op de "berg Sion", op de kracht van de Geest Gods. "Eens zal de dag komen, dat de berg van de tempel van de Heer rotsvast zal staan, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen en zeggen: laten wij optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons de weg wijzen en wij zullen Zijn paden bewandelen" (Jes.2:2-3). Op aarde is de hoogste berg Mount Everest. In de geestelijke wereld is de hoogste berg de kracht van de heilige Geest.

Wie op de berg Sion staan, hebben Jezus' gezindheid (Ps.24:3-6). Zij zijn geheel vernieuwd in hun denken, van 666 tot 888. Zij kunnen met Hem regeren in gerechtigheid. "Zie, een koning (=Jezus) zal regeren in gerechtigheid en vorsten zullen heersen naar het recht; en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek, als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land" (Jes.32:1-2).

Nu iets over het getal 144.000. Velen vatten dit getal natuurlijk op (zoals bijvoorbeeld de Jehova's getuigen doen). Maar denkt u echt, dat er precies 144.000 mensen zullen staan op een aardse heuvel in het Midden-Oosten en dat die heuvel zal uitgroeien tot de hoogste berg ter wereld? Aardse begrippen zijn toch schaduwbeelden van geestelijke realiteiten! We moeten de bijbel toch niet als historisch feitenboek gebruiken. Dat leidt alleen maar tot allerlei verschillende zienswijzen. In de bijbel zouden we herkenning en bevestiging moeten vinden van de geestelijke realiteiten die God in ons bewerkt! Daar bereik je eenheid mee, de eenheid van de Geest (vgl. Ef4:3,13).

Nu dit: wat betekent het getal 144.000? De 144.000 zijn "verzegeld uit alle stammen van Israël", "12.000 uit 12 stammen" (Op.7:4). De Heer Jezus koos 12 discipelen. Het nieuwe Jeruzalem heeft 12 fundamenten en 12 poorten. Israël, de 12 discipelen en de stad Jeruzalem werden alle uitgekozen voor een bijzondere taak: om met God te regeren. Want, zegt Bullinger in "Number in Scripture", het getal 12 duidt op verkiezing tot goddelijke heerschappij. "Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en zit bij Mijn Vader op Zijn troon" (Op.3:21). De 144.000 hebben overwonnen. Zij hebben "zich niet met vrouwen bevlekt" (Op.14:4a). Zij hebben het Lam gevolgd, waar Hij ook heengaat (Op.14:4b). "In hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk" (Op.14:5). De waarheid heeft hen vrijgemaakt (Joh.8:32). En daarom konden ze worden gemaakt tot koningen en priesters. 144.000.

"En ik hoorde een stem uit de hemel als de stem van vele wateren en als de stem van zware donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, die op hun citers spelen" (Op.14:2).

De stem van de 144.000 eerstelingen heeft drie kenmerken. Allereerst klinkt hun stem als het geluid van veel water. Al in het oude testament lezen wij dat van Gods stem. "De heerlijkheid van de God van Israël was een geluid als het gedruis van vele wateren" (Ez.43:2).

Ook de stem van Christus "was als een geluid van vele wateren" (Op.1:15). En nu klinkt ook de stem van de 144.000 eerstelingen zo. Hun woord is dat van God en dat van Jezus. Op hun voorhoofd staan immers "Zijn naam en de naam van de Vader geschreven" (Op.14:1). Zij zijn gemaakt tot Hun mond (vgl. Jer.15:19).

Water betekent leven: zonder water is leven niet mogelijk. Veel water betekent leven in overvloed. Het water, dat Jezus geeft, is het leven in het Woord. De Heer zei: "Wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven" (Joh.4:14). "Ik ben gekomen opdat zij leven hebben in overvloed" (Joh.10:10). Zijn woorden waren allemaal woorden van geest en leven (Joh.6:63).

Dat water is in de 144.000 tot een fontein geworden. Stromen van levend water stromen uit hun binnenste (vgl. Joh.7:38). Hun woorden zijn nu ook een levendmakende watervloed. Hun stem brengt overal leven en overvloed. Tot op zekere hoogte is dit nu al waar voor wie in Jezus "geloven gelijk de Schrift zegt" (Joh.7:38). Maar er komt een tijd, dat dit waar zal worden in een mate die men nog nooit heeft gezien.

Ten tweede: hun stem is als het geluid van zware donder. Donder duidt op gezag, kracht, autoriteit. We lezen, dat Mozes tot God sprak en dat "God hem antwoordde in de donder" (Ex.9:19). Gods woord is levend en krachtig, vol gezag en autoriteit (Hebr.4:12). "Hij dondert met de stem van Zijn majesteit" (Job 37:4). Toen de Heer Jezus sprak over Zijn dood en bad: "Vader, verheerlijk Uw naam!", toen kwam er een stem uit de hemel die zei: Ik heb Hem verheerlijkt en Ik zal Hem nogmaals verheerlijken". De mensen die dat hoorden dachten, dat er een donderslag geweest was (Joh.12:28-29).

In Openbaring zag Johannes een troon in de hemel. "En die erop zat, was als een diamant en een sardius" (Op.4:3). "En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit" (Op.4:5). En ook op andere plaatsen lezen we van "stemmen en donderslagen" (Op.8:5, 10:3, 11:19, 16:18). Het is onvoorstelbaar, dat ook de stem van de 144.000 eerstelingen zal gaan klinken "als de stem van zware donder". Hun woord zal, net als dat van hun Heer, zijn met goddelijk en koninklijk gezag (vgl.Luc.4:32).

Ten derde: hun stem is als van citerspelers, die zitten te spelen. Hun boodschap klinkt als muziek in de oren.

Goede musici studeren jarenlang. Ze luisteren, oefenen jaren lang op hun instrument en musiceren met hun leraar. Beheersing van hun instrument vergt uiterste discipline.

De 144.000 eerstelingen maken zo'n intensief leerproces door. Ze leren naar de stem van God te luisteren, zonder terug te deinzen voor de consequenties (Jes.50:4-6). Ondanks tegenstand en verwerping blijven zij volhardend het Woord Gods en het geloof in Jezus bewaren (Jes.50:7-11, Op.14:12). Uiteindelijk brengen zij het levende en krachtige Woord Gods over op de juiste wijze: in geest en in waarheid. (Joh.7:46).

Een goed orkest valt op door de juiste balans van de spelers onderling. Niemand speelt uit de maat of vals. Niemand doet z'n best om op te vallen. Het gaat om de harmonische samenklank. Als ieder voor zich zelf zou spelen, zou niemand naar zo'n orkest willen luisteren.

Nu de 144.000 citerspelers. Zij vullen elkaar perfect aan. Ze hebben zóveel van de Heer ontvangen en zóveel van Hem geleerd, dat zij "allen de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben" (Ef.4:13). In allen is "de gezindheid, die ook in Christus Jezus was" (Fil.2:5). Zij zijn allen "één van zin en één van gevoelen", "één in liefdebetoon, één van ziel en één in streven" (1Cor.1:10,2:16, Fil.2:2). Zij zijn allemaal "door één Geest tot één lichaam gedoopt en met één Geest doordrenkt" (1Cor.12:13). Daarom klinkt hun "stem" zo rein en zuiver.

"En zij zongen een nieuw lied en niemand kon het leren dan de 144.000, de losgekochten van de aarde" (Op. 14:3).

Eerst dit: "oud" is aards, "nieuw" is hemels. Dus wat bezingen de 144.000 eerstelingen in hun nieuwe lied? Natuurlijk wat zij hebben ervaren van het nieuwe leven. Omdat zij geheel aan Hem gelijkvormig zijn geworden, hebben zij nieuw leren leven (vgl. Rom.12:1). Ze zijn losgekocht van de aarde.

De bijbel spreekt regelmatig over "hemel, zee en aard". Dat zijn drie sferen waarin een bestaand mens zich kan bevinden. De zee zijn "natiën, menigten, volken en talen", die Christus niet kennen: in haar zijn de geestelijk doden (Op.17:15, 20:13). Hij zei tegen Zijn eerste discipelen (die vissers waren): "Kom achter Mij en Ik zal jullie vissers van mensen maken" (Mat.4:19). Zij zouden mensen uit "de zee" "vissen".

Het boek Openbaring noemt mensen die in de hemelen wonen. "Verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen" (Op.12:12). Het gaat hier niet over mensen, die zijn overleden en naar de hemel zijn gegaan. Gij hemelen duidt op wie met Christus is in hemelse gewesten (Ef.2:6). Velen denken, dat de hemel iets is waar je later naar toe kunt gaan. De hemel is echter een geestelijke toestand hier en nu. Het is het koninkrijk van God, waarin wij reeds nu kunnen binnengaan (Joh.3:3-5). Trouwens, de bijbel gebruikt voor sterven in de zin van overlijden doorgaans andere woorden. Paulus spreekt van heengaan en met Christus zijn. Jezus spreekt van naar de Vader gaan. Nooit leest men van "naar de hemel gaan".

Alle nazaten van Adam, ook de 144.000, zijn van origine "van de aarde". Maar ze kunnen weer "van de hemel" worden. Hun domicilie kan veranderen. En als dat gebeurt, zijn ze nog wel in de wereld, maar niet meer van de wereld. Zij zijn met Christus opgewekt en hebben volhardend de dingen die boven zijn gezocht, waar Christus is (Col.3:1-2). Hun geest is niet alleen gered door het bloed van het Lam. Ook hun ziel is behouden, doordat zij hebben volhard tot het einde toe (Mat.10:22). Door Gods werk in hen zijn ze "losgekocht van de aarde". Vrij.

"Zij zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want ze zijn maagdelijk. Zij volgen het Lam, waar Hij ook heengaat. Zij zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam" (Op.14:4).

Wat betekent dat, zich met vrouwen bevlekken? Ik geloof stellig, dat het hier gaat om geestelijke onreinheid. In Openbaring lezen wij over twee vrouwen, met wie je je niet moet laten verontreinigen. Eerst gaat het om Izebel, die zegt, dat zij een profetes is, maar die Gods dienstknechten aanzet tot "hoererij" en "afgoderij" (Op.2:20). Later om een vrouw met "op haar voorhoofd een naam geschreven, een geheimenis: het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde" (Op.17:5).

De 144.000 hebben geleerd zich niet met dit soort "vrouwen" te bevlekken. Zij laten zich niet verleiden door Izebel, ook niet door de verlokkingen van Babel. Ze hebben Gods oproep gehoord en gehoorzaamd: "Ga uit van haar, opdat u geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen" (Op.18:4). Zij blijven het Lam volgen, waar Hij ook heengaat.

We weten, dat Jezus het Lam Gods is (Joh.1:29). Hij woonde als mens in de hemel (Joh.17:21). Op aarde had Hij geen plaats om zijn hoofd neer te leggen (Mat.8:20). Hij had geen deel aan de aardse "stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte" (Op.11:8). Hij bevlekte zich niet met het Babylon van Zijn tijd. Hij werd volkomen geleid door de Geest van God. Hij was geheel "van boven" (Joh.8:23). En de 144.000 volgen het Lam. Hij is voor hen de Weg, waar Hij ook heen gaat. Wat betekent dat? Welke weg ging Hij? Welke weg gaan de 144.000?

Op aarde ging Jezus van verwekking door het Woord van God tot geboorte uit een maagd, van kleuter tot kind, van kind tot jongeman, van jongeman tot volwassene. Zodra Hij goed en kwaad kon onderscheiden, wist "hij het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen" (Jes.7:15). Hij overwon in elke verleiding in Zijn menselijk bestaan en veroordeelde zo elke zonde in Zijn eigen leven (Rom.8:3). Nog nooit had iemand dat gekund. Steeds weer was er de wet, die het falen van de mens aantoonde. Maar Jezus heeft Zich door Zijn gehoorzaamheid aan Gods Geest volkomen aan de wet kunnen houden. Zo heeft Hij de wet vervuld. Als mens wandelde Hij volkomen als een ware Zoon van God (Rom.8:14). Hij gehoorzaamde de Vader in alles. En wie heeft dat geloofd? (Jes.53:1). "Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen" (Joh.1:11). "Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten" (Jes.53:3). Aldoor goot Hij Zijn ziel uit in de dood (Jes.53:12). Toen moest Hij ook nog lijden aan het kruis, waar Hij de dood tot in het uiterste ervoer (Luc.24:46). Uiteindelijk overwon Hij ook die laatste vijand en verrees Hij uit het graf om uitermate te worden verhoogd (Fil.2:9). Dat was de weg van het Lam.

Die weg gaan ook de 144.000. Ze slaan niets over. Ook zij worden verwekt uit onvergankelijk zaad, door het Woord van God (1Pet.1:23). Zij worden "in Christus een nieuwe schepping" (2Cor.5:17). Ook zij groeien op van kind tot geestelijk volwassene. Zij leren te wandelen "in nieuwheid des levens" (Rom.6:4). Ze hebben de waarheid lief, als "kinderen van het licht" (1Joh.1:6, Ef.5:8). Ieder van hen krijgt "deel aan de goddelijke natuur" en ontkomt aan het verderf, dat door de begeerte op "de aarde" heerst (2Pet.1:4). De eis van de wet wordt ook in hen vervuld, omdat zij niet wandelen naar het vlees, maar naar de Geest (Rom.8:3-4). Zij wandelen in "heiligheid en reinheid Gods" (2Cor.1:12). Ook zij leren gehoorzaamheid in wat zij moeten meemaken en lijden. Ook zij ondervinden verwerping en ervaren wat het is "aan Zijn dood gelijkvormig te worden" (Fil.3:11). In Babel worden zij gedood (Op.11:7-10). Maar dan zullen ze "een luide stem uit de hemel horen zeggen: Klim hierheen op!" Dan klimmen zij "naar de hemel op in de wolk" (Op.11:12). In de shekinah-wolk! Niet later, maar nu. Niet daar, maar hier. Niet met uiterlijk vertoon, maar in het verborgene. Zo worden ook zij verhoogd.

Jezus zegende duizenden mensen in de jaren van Zijn bediening. "Hem volgden vele scharen uit Galiléa en Decápolis en Jeruzalem en Judéa en het Overjordaanse" (Mat.4:25). Zijn 12 leerlingen waren de eersten, waarvan Hij zei: "Zoals de Vader Mij uitgezonden heeft, zo zend Ik jullie uit" (Joh.20:21). Zij traden in Zijn voetsporen. En ook de 144.000 zijn "gezondenen". Zij brengen een menigte bijeen uit alle volken en stammen en natiën en talen. Die schare is niet te tellen en komt te staan voor de troon en voor het Lam. Ze worden gekleed in witte gewaden en krijgen palmtakken in hun handen. Zij roemen en aanbidden God en het Lam op de troon en zingen: "Lof, majesteit en wijsheid, dank, eer en macht en kracht komen onze God toe tot in alle eeuwigheid! Amen" (Op.7:9-12).

"En in hun mond is geen leugen gevonden; ze zijn onberispelijk" (Op.14:5).

Het laatste kenmerk van de 144.000 is hun eerlijkheid en reinheid. Grote en kleine leugens, halve waarheden, leugentjes om bestwil omgeven ons overal: in de politiek, in het zakenleven, op ons werk, enz. Erger is het, als de leugen een kans krijgt in gezins-, familie- en kerkelijke relaties. De Heer Jezus zei, dat wij de bron ervan zouden moeten zoeken in ons eigen hart, in het "beest" in ons, in het "vlees" (Mat.15:19).

Jezus was anders. De Geest van de Heer was op Hem en regeerde over het "beest" (Luc.4:18). Die Geest zou op Hem blijven (Joh.1:33). Alles wat Hij deed of getuigde, was waar (Joh.8:14). Hij was Waarheid (Joh.14:6). In Hem woonde de Geest der Waarheid (Joh.16:13). Hij was een getrouwe en waarachtige getuige (Op.3:14).

Satan is de vader der leugen, de "slang" (Joh.8:44). Hij bespeelt ons "vlees" met z'n gevoel. Hij geeft een onwaar getuigenis over God en Zijn wil. Hij is, als "overste van deze wereld" de inspirator van het aardsgezinde geloof (Joh.8:30-59). Je mag wel in God geloven, maar niet Zijn weg gaan. Je mag wel religieus zijn, als je maar wel de weg van het "vlees" gaat. Jezus had daar alle macht over (Joh.17:2). Dat kregen ook de "twaalf": "Ik heb jullie macht gegeven om slangen te vertrappen" (Luc.10:19. Ook de 144.000 zijn getrouw en waarachtig. Zij blijken onberispelijk bewaard te zijn in de parousia (=aanwezigheid) van de Heer (1Thes.5:23). In hun mond wordt geen leugen gevonden. Ze zijn onberispelijk (Op.14:5). Ook zij hebben geleerd om "slangen" en "schorpioenen" te vertrappen.

Tenslotte nog iets over eerstelingen. De Heer Jezus was dè Eersteling. Hij werd als eerste Zoon uit Egypte geroepen (Mat.2:15). En nu roept God wéér zonen uit "Egypte" (Hos.11:1). Het zijn weer eerstelingen. Niet omdat zij van nature beter zijn, maar door genade zijn ze eerder geestelijk volwassen dan anderen, als eerste rijpe vruchten. Ze zijn Jezus' loon. Want "zeg tot de dochter Sions: zie, uw heil komt; Zijn loon is bij Hem. En men zal hen noemen: het heilige volk, de verlosten van de Heer" (Jes.62:11). Jezus komt met Zijn heiligen (1Thes.3:13). Hij komt met de Zijnen, als geestelijk lichaam, als Bruidegom. Dé Eersteling blijft niet op zichzelf. Hij werd gezaaid om een volle aar voort te brengen (Joh.12:24). De korrels in die aar zijn identiek aan de korrel die gezaaid werd. Samen zijn zij de "man", het "lichaam van Christus".

Voor de dochter van Sion geldt: "U zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten Stad" (Jes.62:12). Zij is "de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, dat neerdalende is uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is" (Op.21:2). "Zij heeft de heerlijkheid Gods en haar licht lijkt op een zeer kostbaar steen, op een kristalheldere diamant" (Op.21:11). Zij is de "vrouw".

Maar het 888-leven houdt niet op bij de eerstelingen en bij het nieuwe Jeruzalem. "Hij, die op de troon is, zegt: Zie, Ik maak alle dingen nieuw" (Op.21:5). Alle volken zullen wandelen bij het licht van de heerlijkheid Gods in het hemelse Jeruzalem (Op.21:11,24). Dan is "de tent van God bij de mensen en zal Hij bij hen wonen en zullen zij Zijn volken zijn" (Op.21:3). Men "zal geen kwaad meer doen en geen verderf brengen op Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis van de Heer, zoals de wateren de bodem van de zee bedekken" (Jes.11:9). Ja, de hele "schepping zal van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van Gods (Rom.8:21). "In Christus zullen allen levend gemaakt worden" (1Cor.15:22). "Alle volken zullen daar binnenstromen" (Jes.2:2). Zij zullen dan worden genezen door de bladeren van het geboomte des levens (Op.22:2).

"Dan het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt". Dan is alle andere heerschappij en macht en kracht onttroond (1Cor.15:23-25). Het einde! Paulus gebruikt het Griekse woord telos (=resultaat, doel; van het woord tello=toewerken naar een doel). Dan is God alles in allen (1Cor.15:28). Alles in allen! "En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed" (Gen.1:31).