Printable version  Printable version
Uitgaande v/d genade ...
Bijbelcommentaren
De komst van de Heer
Geschiedenis en Tijd
Herstel van alle dingen
Het geestelijke leven
    666
    Alsem en Uitwerp...
    Blij met Gods oor...
    Brood en wijn
    Crowned With Oil
    De drie dopen
    Door de woestijn ...
    Evening and Morning
    Feed My Sheep
    Gedenk de Sabbatd...
    Gedoopt in Christus
    Gemeenschap
    Gods stem horen
    Het erdeel van Jabez
    Het Woord Gods
    Job ed weg tot zoo...
    Latent power of th...
    Licht uit schaduwen
    Mozes ed weg tot ...
    Uw naam worde ge...
    Van oost naar west
    Vrijmaking vd geest
    Wetten van geeste...
    Witness Lee
Het Koninkrijk van God
Israel en Juda
Overig

Gedoopt
in Christus Jezus

"Door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt,
hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen"
(1Cor.12:13).

Overgenomen van: In Geest en Waarheid

INLEIDING

De doop is een onderwerp, waarover veel verschil van mening bestaat. De één doopt door besprenging, de ander door onderdompeling. In veel kerken doopt men kinderen, terwijl anderen alleen maar volwassenen dopen. De meesten dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Er zijn er die dat alleen doen in de naam van Jezus of helemaal niet.

Het is niet onze bedoeling om de verschillen nóg groter te maken. Integendeel! Er is een waarheid over de doop die verenigt. Wie "zich laten dopen in, tot, of naar Christus Jezus" door Zijn Geest, zijn één door de band des vredes (Ef.4:3). Dan verstaan we wat Paulus schrijft, dat er "één lichaam en één Geest, één Heer, één geloof en één doop is" (Ef.4:4-6).

Eén doop? Johannes de Doper doopte met water (Mat.3:6). De Heer Jezus doopt met de heilige Geest (Hand.1:5). Hij doopt ook met vuur (Mat.3:11). In Handelingen lezen we over "dopen in de naam van Jezus" en in de brieven van Paulus over "dopen in Christus Jezus" en "dopen tot één lichaam" (Rom.6:3, 1Cor.12:13). Wat bedoelde Paulus dan één doop?

Er zijn namelijk drie stadia van één doop (drie=volkomenheid). Eerst de natuurlijke afschaduwing (doop met water), dan de vervulling ervan (doop met de Geest) en tenslotte de geestelijke realiteit (doop in Christus).

Eerst dus de waterdoop als symbolische handeling. Dat wordt door mensen gedaan (Mat.3:11a). Dat kan zijn door een priester, een profeet of een apostel (vgl. Johannes de Doper, Joh.1:25, Mat.28:19). Of door een medegelovige, oudste of voorganger (Jac.5:14).

De geestelijke vervulling daarvan is de doop met de heilige Geest die door Jezus wordt verricht. Johannes de Doper zei: "Ik doop u met water, maar Hij die na mij komt, is sterker dan ik; die zal u dopen met de heilige Geest" (Mat.3:11).

En dan het einddoel, waar Paulus het steeds over heeft: de doop tot in of naar Christus Jezus door de heilige Geest die we hebben ontvangen. "Door één Geest worden wij allen tot in één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen" (1Cor.12:13).

DE SYMBOLISCHE HANDELINGEN

De Israëlieten die uit Egypte waren getrokken, ontvingen Gods Woord op steen gegrift. Tevens ontving Mozes tal van bepalingen en ceremoniën. Om geestelijke waarheden te verstaan is het altijd goed eerst daarnaar te kijken. Want "eerst komt het natuurlijke, dan het geestelijke" (1Cor.15:46). Eerst het "oude", dan het "nieuwe". Eerst het oude verbond, dan het nieuwe.

Welnu, in de wet van Mozes lezen we over verschillende ceremoniële reinigingen:

1: met bloed (Lev.16:1-34);

2: met water (Lev.14 en 15);

3: met water en as (Num.19:1-22);

4: met olie (Lev.14:26-28).

In het Grieks worden ze baptismoi genoemd (enkelvoud=baptisma). Baptisma is vertaald als doop, maar ook als wassing (Hebr.6:2, 9:10). Een "doop" was altijd een besprenging, een zalving of een overgieting. De wet van Mozes kent namelijk geen onderdompeling.

Alles in de wet verwijst naar geestelijke realiteiten (Hebr.10:1). Dat principe houdt de schrijver van de Hebreeënbrief consequent vast. Hij zegt, dat alles in het oude testament zinnebeeld is voor het geestelijke nu (Hebr.9:9). Eerst het "oude", dan het "nieuwe".

Ook de baptismoi waren dus natuurlijke "bepalingen voor het vlees", "opgelegd tot de tijd van herstel" (Hebr.9:10). Dus eerst de "oude" rituele reinigingen, daarna de geestelijke. Johannes de Doper zei bijvoorbeeld: "Ik doop u met water. Die na mij komt doopt met de heilige Geest" (Mat.3:11). De baptisma van Johannes was een symbolisch iets. Die van Jezus was de vervulling ervan. We zullen nu de reinigingen uit het oude testament benoemen met daarbij de nieuwtestamentische betekenis ervan.

DE REINIGINGEN

De baptisma met bloed

In de wet van Mozes was er een reiniging door besprenging met bloed van een offerdier (Hebr.9:13,19,21). "Zonder bloedstorting is er geen vergeving" (Hebr.9:22).

In het nieuwe verbond is dat de reiniging door het bloed van Jezus. "God heeft Hem gesteld als zoenmiddel door het geloof in Zijn bloed" (Rom.3:25). Hij heeft het vergoten voor de vergeving van alle zonden (Mat.26:28). Door Zijn offer is "in één keer de zonde weggedaan" (Joh.1:29 Hebr.9:26).

De baptisma met olie

Er was ook een "wassing" met een speciale zalfolie (Ex.30:22-33). Die was bedoeld voor de tabernakel, voor alles wat er in stond en voor de priesters (Ex.30:26-30, Ex.29:7). Alles in Zijn Huis werd met die olie gezalfd (Ex.30:29). Later zou dat ook met koningen gebeuren. Zo heiligde God Zijn Huis, de priesters en de koningen, niet alleen met bloed, maar ook met olie.

Ook in het nieuwe verbond wordt iedere "levende steen" van "het Huis van de Vader" met "olie" (=Gods Geest) gezalfd. David bezong dat al in psalm 23: "Hij zalft mijn hoofd met olie". Jezus was de Messias (Hebreeuws voor gezalfde), de Christus (Grieks voor gezalfde). Hij was de "tempel van God" (Joh.2:19-20) én "Koning der koningen" én "Hogepriester" (Mat.3:16).

En nu vergadert God een volk voor Zijn naam uit alle volken (Hand.15:14). Ook in hen wil Hij wonen. Ook zij zijn volgens Zijn plan geroepen tot zoonschap (Rom.8:28). Ook hen heeft "Hij tevoren gekend. Hij heeft ze bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon" (Job 38:7, Rom.8:29a). Ook zij worden gezalfd als levende "stenen" van Gods "tempel" , als "koning", als "priester" (1Petr.2:5, Op.1:6).

Wie gezalfd wordt, ontvangt goddelijke autoriteit en kracht. Want wat is een koning zonder kracht of een priester zonder gezag? Daarom zei de Heer tot Zijn discipelen: "Jullie zullen kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt" (Hand.1:8). Hij zou de Zijnen zalven. Zijn Geest zou hen helpen, verlichten en kracht geven uit de hemel (Hand.1:8, 2:17, 8:16, 10:45 en 11:15).

Wat voor de baptisma met bloed geldt, geldt ook voor de baptisma met olie. Beide geschiedden in het oude verbond als een zichtbare rite. In het nieuwe verbond gebeurt dat in geest en waarheid.

De baptisma met water en as

Dat is een besprenging met water, die vermengd is met de as van een verbrande, rode vaars (Numeri 19). Dit reinigingsritueel ontzondigde iedere Israëliet, die op enigerlei wijze met de dood in aanraking was geweest (Num.19:9, 11-13).

"Water" (=woord) en "as" (>vuur). Het Woord loutert als een vuur Gods kinderen van de sfeer van de dood. Na schuldvergeving (door het bloed) en na te zijn gezalfd (met olie), moet Gods volk ook daarvan gereinigd worden.

Want ons denken en doen is zó beïnvloed door wat we om ons heen horen en zien. We zijn voortdurend omringd door mensen, die denken en leven op een wijze, die God niet behaagt, door mensen die levend dood zijn (1Tim.5:6). Wordt ons denken door hen bepaald, aan het wankelen gebracht of van de Heer afgetrokken, dan zijn ook wij met de dood in aanraking geweest. Dan moeten wij "ontzondigd" worden met "water en as". Wie dat niet doet, verontreinigt het huis van God (Num.19:18). Wie zich wel laat besprengen met "de as van de vaars", laat zich reinigen van alle dode werken en invloeden, zodat hij God kan dienen met een zuiver hart (Hebr.9:13-14).

De baptisma met rein water

Tenslotte de wassing met rein water (=woord). Volgens Paulus is dat de reiniging door het zuivere, levende Woord (Ef.5:25-27). Het reinigt van alle wereldse bezoedelingen: het wast ons leven rein. Jezus zei tot Zijn leerlingen: "Jullie zijn rein door het woord dat Ik tot jullie gesproken heb" (Joh.15:3). Er ging een reinigende werking uit van wat Hij zei. En zo maakt Hij ook ons leven rein, wanneer Hij tot ons spreken kan.

Jezus waste dus Zijn discipelen met "rein water", met het zuivere Woord van God. Maar het contact met de "wereld" verontreinigde nog wel hun "voeten". Daarom zei Hij: "Wie gewassen is, hoeft zich alleen de voeten nog maar te laten wassen, want jullie zijn rein". En dat voeten wassen deed Hij dan ook bij hen. En toen Hij daarmee klaar was, vroeg Hij: "Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb? Als Ik, jullie Heer en Meester, jullie voeten gewassen heb, horen ook jullie elkaar de voeten te wassen. Ik heb jullie een voorbeeld gegeven" (Joh.13:12-17).

Begrijpen wij eigenlijk wel wat Hij deed? Bijna iedereen neemt aan, dat de Heer Zijn discipelen een lesje gaf in nederigheid. Ook natuurlijk! Dat snapten ze meteen. Maar Hij wilde hun nog veel méér leren dan dat. Daarom zei Hij: "Wat Ik doe, weten jullie nu niet, maar dat zullen jullie later wel begrijpen" (Joh.13:7).

Wat een genade, dat wij het nu mogen begrijpen. Ook wij mogen de voetwassing doen bij wie aan ons zijn toevertrouwd (vgl. Tit.3:6, Joh.13:14). Tenminste ..... als stromen van levend water ook uit ons binnenste vloeien (Joh.7:38). Daarmee zullen we elkaar liefdevol en nederig mogen corrigeren, wassen, reinigen, maar dan alleen de "voeten" van "het stof der aarde". Dat doen we niet met water uit de kraan, maar met het "nieuwe" water van het Woord (Ef.5:26).

Je hoeft dat ook niet te doen bij Jan en alleman. Want wie werden er eigenlijk in het oude testament gereinigd met rein water? Aaron en zijn zonen (Ex.29:4). Weer priesters! Zo is het ook in het nieuwe verbond. Ieder die tot priesterschap wordt geroepen, moet eerst van zonden gereinigd worden door het bloed van het Lam, en daarna bereid zijn "zich de voeten te laten wassen" met "stromen van levend water" van alle bezoedeling van de wereld. Zo wordt ons leven rein. Zo maakt Hij ons tot reine priesters (vgl. Op.14:5).

DOPEN IN EEN PERSOON

Nu komen wij tot de derde fase van het doopproces, die "tot één lichaam" (1Cor.12:13). Dat is de "doop tot in Christus Jezus" (Rom.6:3).

Om de doop in Christus Jezus, in een persoon dus, te verduidelijken, kiest Paulus een voorbeeld uit het oude testament. Daar liet men zich "dopen in Mozes". Hij schrijft: "Jullie weten, dat onze vaderen onder de wolk waren, door de zee gingen en zich allen lieten dopen in Mozes in de wolk en in de zee" (1Cor.10:1-5). Bijna iedereen gaat er van uit, dat het hier gaat om een waterdoop (in de zee) en een geestesdoop (in de wolk). Is dat zo? Er staat toch ook: "Zij lieten zich dopen in Mozes". Wat zijn de hier gebruikte Grieks voorzetsels, in Mozes, in de wolk en in de zee"?

Er staat eis (=in, tot, naartoe) Mozes. En en (=in, door, door middel van) de wolk en de zee. Er staat dus eigenlijk: "Zij lieten zich 'dopen' Mozes in, tot hem, naar hem toe, door (wat ze hadden zien gebeuren met) de wolk en de zee".

Trouwens, de Israëlieten werden niet gedoopt in het water van de Schelfzee. Zij gingen juist "op het droge midden door de zee heen en het water was voor hen rechts en links als een muur" (Ex.14:29). Het waren de Egyptenaren, die erin terecht kwamen en verdronken. Er staat óók niet, dat zij in de wolk werden gedoopt. Het volk volgde de wolk. "De Heer ging voor hen uit, overdag in een wolkkolom en 's nachts in een vuurkolom" (Ex.13:21-22).

Wat betekent dan, dat de Israëlieten zich lieten dopen in Mozes (1Cor.10:2)? "Toen zag Israël wat een machtige daad de Heer tegen Egypte gedaan had, geloofden ze in de Heer en in Mozes, Zijn knecht" (Ex.14:31). "Zij geloofden in Mozes" (Hebr.: aman=steunden op, bouwden op, vertrouwden, Ex.14:31). Het Hebreeuwse woord voor dopen (aman) leert ons, dat de Israëlieten voortdurend op twee gedachten hadden gehinkt: ze hadden nu eens wel en dan weer niet voor Mozes gekozen. Ze waren in hun relatie tot hem onstandvastig en onbetrouwbaar. Maar nu steunden, vertrouwden, geloofden en bouwden ze wel op hem, omdat men had gezien, welke machtige daden de Heer gedaan had door zijn hand. En het Griekse woord (baptizo) leert ons, dat het volk in Mozes' invloedssfeer kwam en veranderde. Het tweede gedeelte van het woord (izo) betekent gaan zitten, zich nestelen. Zij waren één met hem, niet langer tegen hem! Izo! Wat waren zij blij! Samen zongen zij een heerlijk lied (Ex.15). Eindelijk was het volk één met de leider.

In het nieuwe verbond is Jezus Christus de Leidsman. Hij leidt nu het volk uit "Egypte" naar "Kanaän". Ook nu spreekt God tot Zijn volk door de heilige Geest: "Als u Zijn stem hoort, verhardt uw hart dan niet" (Hebr.3:7). Ook nu moeten "wij tot Hem gaan", als wij weten, dat "wij hier geen blijvende stad hebben en de toekomstige zoeken" (Hebr.13:13-14). Wij moeten ons Christus in laten dopen, ons "in Hem nestelen", ons laten inlijven "in Christus" door de heilige Geest. Die "doop" is een geestelijke beïnvloeding, die ons doet "veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is" (2Cor.3:18). En dáár gaat het om!

IN DE ROTS

Nu Romeinen hoofdstuk 6. Daar staat: "Weet u niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen" (Rom.6:3-4).

Deze verzen worden altijd aangehaald als bijbelse onderbouwing voor een waterdoop, samen met andere verzen, die daarmee in overeenstemming moeten worden gebracht, zoals bij voorbeeld "omdat u met Hem begraven bent in de doop" (Col.2:12). Die gedachtegang is veel te laag. Want Paulus heeft het niet over een doop in water, maar over de doop Christus Jezus in. Over Romeinen 6 zou ik daarom drie opmerkingen willen maken.

Ten eerste: nóch in Romeinen 6, nóch in Colossenzen 2 wordt het woord water gebruikt, ook niet in de context. Men neemt altijd maar aan, dat "met Hem begraven door de doop in de dood" betrekking heeft op een ceremonie met water in plaats van op de doop Christus Jezus in (Rom.6:3).

Ten tweede: het gaat in deze twee hoofdstukken over éénwording met Christus. Er staat: "Wij mogen niet bij de zonde blijven" (Rom.6:1). Want "hoe zullen wij, die aan de zonde gestorven zijn, daarin nog leven?" (Rom.6:2). Nee! Wij verlaten de zonde! We aanvaarden "Zijn juk" op ons (Mat.11:29). We gaan dan in Zijn voetstappen treden (Hebr.13:13, 1Petr.2:21, Mat.7:14). En dan? Dan "nestelen wij ons" in Christus en gaan we in Hem leven, met Hem samengroeien aan Zijn dood, met Hem sterven (1Cor.15:22, Rom.6:5, Col.3:3). Dan gaat ons "ik" namelijk dood (Gal.2:20). We zijn als het ware met en in Hem begraven en met Hem opgewekt tot nieuw leven (Rom.6:4).

Ten derde iets over het in Hem begraven zijn (Rom.6:3). Christus stierf aan een kruis en werd niet begraven in een gedolven graf, maar in een spelonk. Wij laten het lichaam van een overledene neer in een gat in de grond en bedekken het weer met aarde. Maar de Heer (en trouwens ook alle aartsvaders en bijna alle koningen van Israël) werd gelegd in een spelonk van een rots. Paulus schreef dan ook niet over een begrafenis in de grond of in water. Hij dacht aan het "in de Rots begraven worden" van wie het ik heeft gekruisigd. Hij zegt elders: "U bent gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God" (Col.3:3). Wie is ons een rots? Er is geen "rots buiten onze God!" (Ps.18:32). De Heer is "mijn vesting en mijn bevrijder, mijn God, de Rots bij wie ik schuil" (Ps.18:3). "Hij is mijn rots en mijn heil" (Ps.62:7a). Wat is het heerlijk te weten Christus in te zijn gedoopt door Zijn Geest! Ik rust in vrede in Christus, al de dagen van mijn leven.

IN DE ARK

Petrus confronteert ons met dezelfde gedachte. Hij zegt: "In de dagen van Noach werd de ark in gereedheid gebracht, waarin maar acht zielen (acht= nieuw leven) door het water heen gered werden. Als tegenbeeld redt u nu de doop, die niet een afleggen is van lichamelijke onreinheid", maar veel meer dan dat (1Petr.3:21). Petrus heeft het niet over een waterdoop. Hij heeft het over de doop in (naar, tot in) Christus Jezus. De "acht" werden gered, omdat zij in de ark gingen. Zo redt u thans de doop Christus Jezus in (vers 20-22). "In de ark zijn" is "in Christus zijn".

Nadrukkelijk vermeldt Petrus erbij, dat het hier niet gaat om een oudtestamentische wassing (vers 21). Het gaat om veel meer: om de doop in Christus Jezus, waarvan hij zegt, dat het een gebed is van een goed geweten tot God. Dat is de bede om in Christus te mogen verrijzen. "In Hem is ons een plaats gegeven in de hemelse gewesten" (Ef.2:6). "Het leven is in de Zoon" (1Joh.5:11). Het is in Christus, in de Rots, in de Ark.

Er bedekt ook nu een "grote vloed" de hele aarde. Ieder "ziend" christen weet, dat die alles "wegneemt" wat niet in de "ark" is! Alles wat met "hout, stro en stoppelen" tot stand is gekomen wordt verzwolgen. Ook wij moeten "in de Ark" gaan om die "vloed" te doorstaan en om daarna met Hem te wandelen in nieuw leven. Want het is als in de dagen van Noach (Luc.17:26). De "tegenwoordige hemelen en de tegenwoordige aarde" zullen hetzelfde lot ondergaan, maar dan door "vuur" (2Petr.3:1-7). Wij moeten nu de "Ark" ingaan, ons laten "dopen" door één Geest één Lichaam in, "de Rots in", "Christus in".

"In Christus Jezus"! Volkomen één met de Zoon, in alles! Zijn vlees eten en Zijn bloed drinken. Het Lam volgen waar Hij ook heen gaat! "Als u dan met Hem opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn waar Hij is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenk de dingen dan die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want u bent gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God" (Col.3:1-3). Bedenk de dingen die boven zijn! Dat geldt natuurlijk ook voor dooprituelen. Wij moeten niet blijven steken in zichtbare ceremonieën, maar naar de geestelijke betekenis en inhoud zoeken. En daarbij altijd voor ogen houden, dat het hoogste de doop Jezus Christus in is, die ons alles is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing (1Cor.1:30). Zijn weg is ónze weg. Zijn wil is ónze wil. Zijn streven is óns streven. Geheel voor Hem! Gedoopt in Zijn Wezen. Gedoopt in Zijn naam.

IN HET LAGERE BLIJVEN STEKEN

"Paulus kwam in Efeze en trof daar een paar discipelen aan. Hij vroeg: Hebben jullie de heilige Geest ontvangen, toen je tot het geloof kwam? Maar ze zeiden: Wij hebben niet eens gehoord, dat er een heilige Geest is" (Hand.19:1-2). Kennelijk miste Paulus iets in deze oprechte mannen. Het had iets met de doop te maken, want meteen vroeg hij: Maar "waarin zijn jullie dan gedoopt?" (Hand.19:3). "Ze zeiden: In de doop van Johannes" (vers 4).

Die twaalf waren niet verder gekomen dan de doop van Johannes. Zij hadden zich bekeerd van zondige wegen, dat wel. Want "Johannes doopte een doop van bekering" (Hand.19:4). Maar kenden zij Jezus' geestelijke reinigingen? Waren zij gedoopt met Zijn geest? En waren zij "door één Geest tot één lichaam gedoopt", "Christus Jezus" in?

Toen zei Paulus tot hen: "Johannes doopte een doop van bekering en hij zei tot het volk, dat ze moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is Jezus". En toen zij dat hoorden, lieten ze zich dopen in de naam van Jezus: Paulus legde hun de handen op, de heilige Geest kwam over hen en ze spraken in tongen en profeteerden (Hand.19:4-7).

Wie van ons wist in het begin van zijn geestelijk leven (of beter gezegd: zijn kerkelijk leven), dat de doop met water gevolgd zou moeten worden door de doop met de heilige Geest, om uiteindelijk Christus Jezus in te worden gedoopt? Wie daar wél wat van gaat zien en verlangt naar "nieuw" leven "in Christus", zal moeten ophouden nog langer aards te denken. Hij zal "nieuw" leren denken en doen. Gods Geest zal op hem blijven en hem leren over alles (1Joh.2:27). De denkwijze die in Jezus was gaat de overhand krijgen (Fil.2:5). Op zijn voorhoofd wordt Zijn naam en de naam van de Vader geschreven (Op.14:1). Ja, hij laat zich beïnvloeden en veranderen in Christus. Alles komt onder Zijn controle! Want Jezus wordt Koning en Heer in ieder, die zich laat dopen Christus Jezus in.

HET EINDDOEL

Ieder christen zou van de drie stadia van baptizo naar het hoogste moeten streven. Maar helaas kregen vleselijke gedachten al in de eerste gemeente de overhand. In Corinthe was het zo: "Ieder van jullie heeft zijn leus: Ik ben van Paulus! En ík van Apollos! En ík van Céfas! En ík van Christus! Is Christus soms verdeeld?" (1Cor.1:12-17). De doop Christus Jezus in werd uit het oog verloren. En dan word je nooit één.

Dit gebeurt ook in onze tijd. Overal zie je scheuringen als gevolg van aards denken over futiliteiten. In Hebreeën 6:1-2 lezen we: "Laten we ons nou toch richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van dit, of van dat, of van een leer van baptismoi". De "leer van de wassingen" hoort bij ieders geestelijke fundament. Hoe komen we ooit tot geestelijke volmaaktheid als dat fundament niet deugt!

Ook moeten we ontdekken, wat de plaats is van rituelen en van allerlei andere natuurlijke zaken. Het zijn aardse schaduwbeelden die verwijzen naar de geestelijke realiteit. Het gaat ons dan ook niet om de één of andere manier van dopen. De geestelijke realiteit is altijd méér. En als dit wordt "gezien", veroudert het natuurlijke ritueel. En wat veroudert en verjaart, gaat nu eenmaal op de duur weg (Hebr.8:13, 1Cor.13:8-10).

Wie zich dat realiseert, wordt steeds losser van traditie (vgl. Mat.15:2-6). Er komt een steeds grotere gehechtheid aan de Heer voor in de plaats. Hij gaat ook weten, dat éénwording met Christus niet kan door intellectuele inspanningen of goede werken. Het is een zó beïnvloed worden, dat we volkomen veranderen naar Zijn beeld door de heilige Geest. Daarom zei Jezus tegen Zijn discipelen: "Nog veel heb Ik jullie te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet dragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij jullie de weg wijzen tot de volle waarheid. Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar alles wat Hij hoort zal Hij spreken en de toekomst (de komende dingen van Christus) zal Hij jullie aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken. Want Hij zal het uit Mij nemen en het jullie aankondigen" (Joh.16:12-14).

Nu nog één vraag: waarom laten de Zijnen zich dopen tot één lichaam" (Col.2:12)? Voor hen zelf? Nee, zegt Paulus, het is om deel te krijgen aan Zijn opstanding voor de doden (1Cor.15:29). Dat is: voor alle mensen, die geestelijk nog niet leven door Jezus. Hij heeft Zich immers gegeven tot een losprijs voor allen (1Tim.2:6, Rom.5:18).

Welnu, door de bediening van het samengestelde lichaam van Christus zal dat overal aanvaard worden. Er komt een universele bevrijding. Alle volken zullen de paradijselijke "vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God" leren kennen (Rom.8:19-22, Op.21:1-5). Het middel om tot dat doel te komen is de volheid van het Lichaam van Christus. Uiteindelijk zal "in de naam van Jezus alle knie zich buigen van wie in de hemel en wie op de aarde en wie onder de aarde zijn. En alle tong zal belijden: Jezus is Heer, tot eer van God, de Vader!" (Fil.2:10-11). "Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen" (Rom.11:36).