Printable version  Printable version
- Aliens en UFO's
- Doorbrekend licht
    Inhoudsopgave
    De Roep
    Berg v Openbaring
    De Beschermer
    De Regenbogen
    Tweede Regenboog
    De Terugkomst
    Gaven te Beheren
    Joshua's Boodschap
    Anava's Boodschap
    Diepere Verklari...
    Joseph's Boodschap
    Fundamenten opb...
- Schema's/afbeel...
Bijbels geld
Hoe de Feestdagen ...
NT van Ivan Panin
Over de vrouw ...
Reiniging van Je ...
Scheiden/her... (1)
Scheiden/her...(2)

Doorbrekend licht

Hoofdstuk 6 - De terugkomst

“Anava is teruggekeerd om Uw wil te doen,” zei ik langzaam en weloverwogen, terwijl ik de zachte gloed van licht uit de barst van de berg naderde. “Ik verheug me in Uw wil, omdat Uw wet op mijn hart geschreven is.”

“Begrijp je nu de roeping?” vroeg de Stem.

“Ja, ik heb de openbaring gehoord en Joshua heeft me verteld wat ik ermee moet doen.” antwoordde ik.

“Ken je je hart? Ben je in overeenstemming met Mijn plan en Mijn wegen?”

“Dit ben ik,” zei ik zonder twijfeling.

De zachte gloed uit de barst wervelde weer en werd samengebracht in een dunne smalle speer van licht, die er uitzag als een spijker. Voor een kort moment hing het dichtbij en toen stortte het zichzelf op mij en doorboorde mijn rechter oorlel.87 Voordat ik me van mijn verbazing kon herstellen sprak het in mijn oor, “Wees niet bang. Ik ben Vav; Ik ben hier om je oor te openen en om je te verenigen met de Schepper. Vanaf nu zal het licht uit de barst in je oor zijn om je te leiden en je de weg te wijzen waarop je zal gaan.”

De Vav smolt weg en keerde terug naar zijn oorspronkelijke staat als een zachte, mistige gloed. Toen hoorde ik de Stem van de Schepper zachtjes in mijn oor spreken, “Bouw een koninkrijk voor Mij op de manier zoals Ik je heb laten zien.” 88

“Ja, Heer. Maar waar zal ik bouwen? Waar zal ik de middelen vinden die nodig zijn voor een werk als dit?” was mijn vraag.

“Zoek eerst Mijn koninkrijk en al deze dingen zullen tot je komen op de juiste tijd. Onthoudt altijd dat dit Mijn werk is en dat ik trouw ben in het vergoeden van al het werk waartoe ik autoriteit heb verleend. Doe zoals je Mij ziet doen met gerechtigheid en barmhartigheid. En boven alles, onderwijs alle waarheid met liefde.89 Vergeet nooit wie je bent, Anava, en wandel in dat kleed. Hoewel velen zich zullen verzetten tegen je werk, kun je niet falen, omdat Ik het succes ervan heb uitgesproken.”

“Uw wil is mijn wil,”antwoordde ik.

De gloed verdween, alsof het terug wilde keren in de diepe onbekende doorgangen van de berg en ik wist dat deze ontmoeting tot een einde was gekomen. De goddelijke oortelefoon gaf me echter een gevoel van Zijn aanwezigheid en ik wist dat ik nooit meer het gevoel van eenzaamheid of scheiding of zelfs van echt gevaar zou ervaren. Gewoon het weten dat Hij bij me zal zijn en al mijn paden zal leiden en weten dat alle omstandigheden en moeilijkheden me laten zien dat elke tegenspoed alleen maar een opstap is naar Zijn doel en dat Hij een weg door elk dal van de schaduw des doods zou bieden.

Rustig wandelde ik de grot uit, mijn ogen knijpende door het felle zonlicht, terwijl de grot zich achter mij sloot en het gapende gat vervangen werd door steile rotsen en plukjes gras, alsof het nooit had bestaan. Een moment van verdriet overviel me, zoals je kunt ervaren als je uit een heerlijke droom ontwaakt. Maar nu droeg ik het licht bij me, want de Vav had Zijn aanwezigheid permanent in mijn oor geplant. Er was nu geen weg meer terug. Niets zou ooit nog hetzelfde zijn, maar het nieuwe pad wat uitgestrekt lag was meer helder en zeker dan welke ook uit het verleden.

Terug wandelende naar de herberg, gingen mijn gedachten naar Joshua en de dingen die hij met me deelde toen we terugkwamen naar aarde vanuit de openbaringen van de regenboog. Het eerste krieken van de violette dageraad van een nieuw tijdperk was aangebroken, tezamen met een betere toekomst, niet alleen voor ons, maar voor de hele aarde. We zijn deel van een omvangrijk plan om het doel van de Schepper hier te brengen. Hij had het allemaal zelf kunnen doen alleen al door de kracht van Zijn woord, maar Hij koos ervoor om te werken met bemiddelaars die Zijn woord zouden belichamen.

In deze bemiddelaars is dezelfde onweerstaanbare creatieve kracht aanwezig die aan het begin van de tijd door Zijn woord stroomde, gesmeed in vuur, beproefd door de vuurproef van de woestijnervaring en gerijpt door inzicht. Zij zijn als levende woorden, samengekomen fragmenten van een enkel woord, op aarde sprekende zoals in de hemel met de bedoeling om alle dingen te verzoenen en twee werelden samen te brengen als één.90

Tijdens onze neerdaling van boven had Joshua me verteld dat hij niet alleen de eigenaar was van de ballonvaartmaatschappij, maar van de hele vallei waardoor de rivier van de berg van Openbaring stroomde. Of beter gezegd, zei hij, was het technisch in het bezit van De Schepper’s Stichting. “Ik ben alleen de manager van deze Stichting,” had Joshua verduidelijkt. “Jozef is de beheerder.”

Ik besloot om hier met zowel Joshua als Jozef over door te praten, want mij was verteld dat het koninkrijk al gevestigd was door deze Stichting. De manager en beheerder wisten meer dan dat ze hadden laten blijken. Mijn hart werd ertoe getrokken om met hen te werken aan het koninkrijk.

Het was dicht bij het middaguur toen ik eindelijk terug kwam bij de herberg. Ik vond Jozef – of eigenlijk vond hij mij, want op het moment dat ik door de deur liep riep hij me vanaf de andere kant van de kamer, zwaaiend om mijn aandacht te vragen. “Anava!” riep hij. “Goed om je te zien. Kom, we moeten praten.”

“Hoe is het vandaag met je, mijn vriend?” antwoordde ik.

“Het gaat uitzonderlijk goed,” zei hij opgewekt.

Na onze groeten uitgewisseld te hebben, gebaarde hij een receptionist om ons koffie te brengen en leidde me een kleine vergaderzaal met comfortabele stoelen rondom een gezellig haardvuur binnen. Terwijl we nipten van de aromatische koffie, vertelde ik hem over de ontmoeting van die ochtend met het licht uit de barst en hoe dat licht mijn oor had doorboord.

Jozef knikte instemmend. “Ik had dezelfde ervaring enige tijd geleden,” onthulde hij voor de eerste keer. “Mijn instructies waren echter te wachten op de juiste tijd. Lang heb ik op deze dag moeten wachten, want ik kon niet veel doen totdat anderen naar voren kwamen om hun bijdrage te leveren. Maar nu is de tijd gekomen om een koninkrijk te bouwen voor de Schepper.

Hij pauzeerde, nam nog een slok uit zijn beker en vervolgde. “In voegere tijden zijn er ook Koninkrijken gebouwd, maar deze hebben allemaal gefaald, omdat de beheerders hun grenzen overschreden en het zich toe-eigenden voor hun eigen gebruik.”

“Waarom zouden ze zoiets doen?” mijmerde ik. “Ongehoorzaamheid is een vorm van krankzinnigheid, vind je niet?”

“Ze waren niet gezegend met de Vav,”legde hij uit. “Zonder het horen van de voortdurende Stem van het licht bleven ze slechts bedienden zonder inzicht. En vaak handelden ze alsof de Schepper Zelf hen diende. Als bedienden lukte het hen niet om de geboden van de Schepper te volgen, want ze hadden gegeten van de boom van kennis. Ze dachten dat ze meer kennis dan de Schepper Zelf hadden en haalden zich in het hoofd dat ze Hem moesten adviseren over hoe Hij Zijn koninkrijk moest besturen.”

Zijn gepijnigde gezicht klaarde op. “We mogen dat nu allemaal naast ons neerleggen,” zei hij met een zweem van opwinding, “omdat de dingen nu veranderd zijn. Wij zijn niet slechts dienaren meer van de Schepper, maar vrienden, want Hij heeft Zijn geheimen aan ons geopenbaard.91 Omdat wij terugkeerden, zijn we levenslange verbondsslaven gemaakt, ware vrienden, met onze harten in overeenstemming met Hem. Omdat het ons verlangt om Zijn wil te doen, heeft Hij ons de diepe zorgen van Zijn hart toevertrouwd. Dit is waarom de Vav onze oren heeft geopend.” 92

“Ja,” zei ik vurig, “en dat is onze garantie op succes. Ik begrijp het. Nu mogen wij eten van de boom van leven, terwijl we ook van alle voordelen van de boom van kennis genieten. Wanneer leven voorrang krijgt op kennis; dat is ware wijsheid. Deze waarheid is men ontgaan voor vele eeuwen. Nu is de tijd gekomen om een koninkrijk te bouwen op die wijsheid.”

Op dat moment zwaaide de deur open en kwam Joshua binnen met een kop dampende koffie in zijn handen (Joshua houdt van koffie; dit weet ik, want ik hou van koffie en wij zijn een éénheid). “Jozef, mijn oude vriend!” riep hij luid. “Anava, mijn nieuwe vriend! Ik ben gekomen omdat de stille, zachte Stem in mijn oor mij vertelde dat we koninkrijkszaken te bespreken hebben.”

“Dat hebben we inderdaad,” antwoordde Jozef. “Anava is juist terug uit de grot, waar de Schepper hem één van ons bedrijf heeft gemaakt. Hij verteld me dat de tijd is gekomen om het ware koninkrijk te bouwen. Het lijkt erop dat de eeuw van duisternis en mislukking tot een einde is gekomen. Het is nu duidelijk geworden dat geen enkel vlees zich succes kan toe-eigenen en dat geen enkel mens kan roemen in zijn eigen kunnen. We mogen nu verder in nederigheid,” zei hij, terwijl hij naar me keek en zijn kop koffie omhoog stak alsof hij wilde proosten op mij.

Joshua keek me ook aan en voegde hieraan toe, “Dat is goed nieuws,” terwijl hij zijn kop omhoog hief. “De mist trekt op. Het voorhangsel is gescheurd. De illusie van het handelen van de mens is verbrijzeld. Trots is vernederd, nederigheid verheven. Het Tijdperk van het Nieuwe Verbond is gekomen. Er is veel werk om te doen.”

Hij vervolgde, “De tweede regenboog voorzag ons gisteren van de laatste openbaring die nodig is om succesvol te bouwen. Alle voorafgaande koninkrijken werden gebouwd door de commando’s van de lagere regenboog, waarbij men faalde in het gehoorzamen ervan, ook al hadden ze ingestemd met zijn voorwaarden. Ons koninkrijk echter zal gebouwd moeten worden op de beloften van de hoogste regenboog en de Schepper heeft de persoonlijke verantwoordelijkheid op Zich genomen om dit mogelijk te maken. Wij kunnen niet falen.”

Voor de eerste keer sinds Joshua binnenkwam sprak ik, droogjes zeggende, “Het lijkt erop dan, dat ik een teken van verandering ben, van de trots en het vermogen van mensen naar de nederigheid van mensen en het vermogen van de Schepper.”

“Dit ben je inderdaad,” zei Joshua met alle ernst. “We hebben met de Schepper Zelf geduldig gewacht op dit moment van waarheid. Het is de waarheid van genade en zijn minder bekende kracht van vergeving. Omdat genade zo teder is, begrijpen weinigen haar macht om alle tegenstand te overwinnen.”

Met een plotseling inzicht keek ik naar Joshua en lachte breeduit. “Dat is jouw tweede naam, toch? Ik weet zeker dat ik dit juist in mijn oor hoorde. Joshua-Grace! Genade. De Schepper heeft gevoel voor humor!”

“Inderdaad, dat heeft Hij,” zei Joshua met een hartelijke lach. “Mijn aardse naam is Joshua, maar mijn Nieuwe Schepping Mens kreeg de naam van een vrouw. Er staat geschreven in de wetten van de Schepper dat bepaalde offers mannelijk waren en andere vrouwelijk.93 Ik ben tegelijk een mannelijk lam94 en een vrouwelijk kalf.95 Ik vertegenwoordig tegelijkertijd al deze profetische offers en op verschillende manieren verenig ik dus zowel mannelijke als vrouwelijke principes in het huwelijk als één lichaam.”

“Op aarde,” vervolgde hij, “kunnen we man of vrouw zijn, maar niet beide. Dit zijn de beperkingen van aardse uitingen. Maar in de geest is er geen mannelijk of vrouwelijk zoals wij dit kennen.96 Het is een hogere realiteit en de wetten worden daar op een andere manier toegepast. Op die manier is mijn geest bekend als Grace. Dit is de moeder van alle levenden97 en allen moeten geboren worden door deze vrouw, om leven te hebben.”

En zo gebeurde het dat drie getuigen, die elk op verschillende wijze het beeld van de Schepper droegen, voort gingen om een koninkrijk te bouwen. Joshua en Jozef getuigden en Anava stelde de tijd vast als derde getuige, om alles wat de eerste twee gedaan hadden te verduidelijken. Alle dingen in hemel en op aarde zullen bestaan door ten minste twee getuigen, net zoals de wet en de profeten getuigen van het woord.98

Maar een derde is ook belangrijk. Nederigheid is het resultaat van een grimmig besef van diens falen en een daaropvolgend naar voren stappen als de Grote Tijdbewaker. Als een lofpsalm brengt nederigheid de woorden van de eerste twee getuigen samen tot een ritmisch muziek, zodat iedereen ervan kan genieten en de openbaring makkelijker kan onthouden.

“Hoe bouwt men een koninkrijk?” Vroeg ik Joshua en Jozef.

“Nou, we moeten kijken naar de huidige situatie en daarop verder bouwen,” antwoordde Jozef. “Maar weinig van de mensen in Newkirk hebben zich in de Berg van Openbaring gewaagd, want ze zijn er bang voor.” 99

“Wat is daar dan om bang voor te zijn?” Vroeg ik. “Vanuit mijn ervaring zou ik zeggen dat er niets is om bang voor te zijn, je kunt er alleen maar baat bij hebben.”

Deze keer sprak Joshua. “Er zijn legenden vanuit het verleden dat de berg rookte en beefde met vuur. Er is verteld dat zij die de berg beklommen stemmen hoorden in de wind en ze terugkwamen met verhalen dat het spookt op de berg. Anderen geloven dat het de verblijfplaats is van een vreselijke god die hen verboden heeft om zijn gebied te betreden.”

“Deze oude legende,” voegde Jozef toe, “hebben angst in de harten van de mensen gebracht. Ze kijken met achterdocht naar een ieder die naar de berg is geweest en zijn verhaal daarover heeft gedaan. Zij die terugkwamen van de berg hebben geprobeerd om de openbaring van de Stem te delen, maar de meesten van hen zijn vermoord.”

“Maar waarom?” vroeg ik. “Willen ze niet weten wat de Stem te vertellen heeft?”

“Ze zeggen dat ze dit al weten,” verduidelijkte Joshua, “of dat ze alles weten wat belangrijk is. In vroeger tijden ontvingen hun voorvaderen boeken die geschreven waren door hen die de Stem hoorden. Het probleem is dat nog maar weinigen de oude taal begrijpen en veel dat bewaard had moeten blijven is nu verloren gegaan. De ouderen van iedere generatie hebben de boeken geïnterpreteerd op de manier die hen geloofwaardig leek en door de tijd heen zijn hun interpretaties vastgesteld als waarheid, door het lange gebruik ervan. “

“Maar waarom zouden ze degenen die van de berg kwamen met nieuwe openbaring willen vermoorden?” bleef ik aandringen. “Zouden ze niet blij zijn te weten hoe ze hun tradities moeten wijzigen en zo meer in overeenkomst te komen met de Stem?”

Jozef lachte verdrietig. “Jij bent niet als de meesten,” zei hij. “Jij was onbekend met dit gebied en had niet gehoord dat je eigenlijk bang zou moeten zijn voor de berg.” Wijzend naar mijn hart, zei hij, “Toen jij de Stem hoorde, beeldde jij je niet in dat je meer wist dan Hij. Jouw begrip was nog niet gevestigd in de wegen van oude tradities. De meeste mensen in hebben diep respect voor de Gemeenteraad en omdat zij wijs en hoog opgeleid zijn, geloven ze dat hun tradities de waarheid zijn. Er is maar weinig ruimte voor openbaring in zo’n omgeving, zeker wanneer het de lang-gevestigde traditie van gerespecteerde ouderen uit vorige generaties tegenspreekt.”

“Dan is trots de kern van het probleem,” concludeerde ik. “het begint bij het verlangen om trouw te zijn aan de boeken, maar het verwerpt de Stem en veronderstelt Hem te kennen. Omdat ze geen onderscheidingsvermogen hebben, kunnen de meeste ouderen het woord in de boeken niet onderscheiden van hun begrip van het woord. Ze nemen aan dat ieder nieuw begrip het woord zelf schendt. Klopt dat?”

“Ja,” antwoordde Joshua. “Welke waarheid ook het niveau heeft bereikt van een lang gekoesterde traditie kan niet bevraagd of verbeterd worden. Zulke tradities zijn als aarden potten die niet verder gevormd kunnen worden zonder ze in stukken te breken. De tradities waarvan zij geloven dat ze sterk en gevestigd zijn, zijn eigenlijk zo dood als een stenen beeld wat niet kan veranderen of groeien. Hun begrip kan niet meer ontwikkelen naar hogere niveaus zonder door de ouderen als persoonlijk gevaar gezien te worden. Hun reputatie is in het geding en hun trots net zo.”

“Ik denk dat ik nu het woord van de Stem begin te begrijpen dat ik in de berg hoorde. Hij zei tegen me, ‘Bereken de kosten.’ Hij sprak ook over kwade tijden in het verleden waarin mensen niet in staat waren om de openbaring te horen die aan hen werd gegeven. Ik herinner me dat Hij tegen me zei: ‘Ik zoek naar hen die Mijn licht naar de wereld brengen.’ Maar Hij zei ook, ‘In vroegere tijden zond ik mensen om boodschappen te verkondigen die slechts een aantal konden horen.’ Ik kon het gevaar van deze roeping niet volledig waarderen.”

“Velen zijn gestorven,” zei Jozef somber. “Het goede nieuws van de berg dreigt de huidige wereldorde te verstoren. Zo lang maar weinigen de boodschap geloven, is er weinig gevaar, maar met een groter succes komt een groter gevaar.”

“Je moet begrijpen,” onderbrak Joshua, “dat dit over meer gaat dan alleen de waarheid die de traditie verstoort. De waarheid heeft de macht om mensen vrij te zetten van degenen die in de zetels van het gezag zitten en regeren op een onderdrukkende manier door hun traditionele begrip van de oude wetboeken. De trots van de huidige machthebbers houdt het dienen van de waarheid tegen, niet alleen omdat het tegen de traditie in gaat, maar omdat het hun gezag en reputatie ondermijnt.”

“Ik begrijp zulk gedrag niet,” zei ik, terwijl ik mijn hoofd langzaam schudde. “De waarheid zou altijd welkom moeten zijn. Het lijkt me dat wijze leiders de eersten zouden moeten zijn die zich verheugen wanneer sluiers worden opgeheven en wanneer de duisternis wordt uitgeroeid door het licht. In de duisternis zijn onze bewegingen gelimiteerd, want niemand kan rennen in het donker zonder te struikelen. Licht geeft ons de vrijheid om te rennen als de wind.”

Jozef en Joshua lachten beiden met vreugde. “Ja Anava,” stemden ze in, “dat is waar. Maar jij bent niet als de meesten. Een klein zaadje van nederigheid was in jou geplant vanaf het begin en toen dit eindelijk tot een volwassen boom groeide, trok de Stem je naar de berg. Iets in jou resoneerde op het geluid van de Stem. Iets in jou had de mogelijkheid om te horen en de volwassenheid om de roeping te accepteren. Nu ben jij geroepen om zaaddragend fruit te produceren voor de volgende generatie.”

Op dat moment sprong Joshua op, hief zijn handen boven Jozef en mij en riep, “Wees vruchtbaar en vermenigvuldig u! 100 Laat de vloek opgeheven worden! Laat de zegen op jullie zijn!”

Hij ging net zo abrupt weer zitten als hij was gaan staan. Geheel overrompeld wist ik haast niet wat ik moest zeggen. “Welke vloek was er op ons?”

Joshua antwoordde, “Vervloeken is iets onheilig verklaren. De vruchtbaren zijn onheilig verklaard door degenen die het woord in hen verachtten. Dat is waarom zulke mensen vervolgd en vermoord zijn in elke vorige generatie. De verslagen van de ouderen vervloekten de mensen van de Stem door te beweren dat zij onheilig waren en hen zo te behandelen. Gek genoeg echter heeft de volgende generatie ouderen deze vloeken opgeheven en hen gezegend door hen heilig te verklaren. Zij vereerden hun graven en stelden monumenten voor hen op, terwijl ze doorgingen met hen vermoorden van de Stem-vervulde mensen van hun eigen generatie.” 101

Hij pauzeerde voor een moment en verklaarde toen bedachtzaam, “De Stem heeft ons Zijn zegen gegeven, en zojuist was ik Zijn aanwezige woordvoerder die getuigde van dat woord. Er rust iets nieuws op ons, want met goddelijke opzet is deze zegen door de sluier tussen hemel en aarde heen gekomen. Over deze zegen werd lang geleden geprofeteerd en door de eeuwen heen hebben allen die de Stem hoorden hun deel geleverd om deze zegen uit te breiden naar een ieder die wilde luisteren. Toch is het licht toegenomen, maar langzaam, terwijl de duisternis regeerde in de harten van de meeste mensen. Ik heb gemerkt dat pas op dit moment in de tijd een grote opdracht aan ons is gegeven en de laatste overwinning over de duisternis is gegeven aan de dragers van het licht.”

Er was een lange pauze, omdat we allen het belang van deze nieuwe uitspraak overpeinsden.

“We moeten allemaal samenwerken,” zei Joshua in alle ernst, “want elk van ons heeft een uniek deel in een plan dat groter is dan onszelf. We zijn niet onszelf. In ons verblijven vele anderen met hun hoop en dromen, net als hun kracht gaat met ons. Wat wij doen, doen zij allen, want wij zijn allen één.102 Het zou mij zelfs niets verbazen als vele anderen uit andere delen van de aarde op dit moment worden klaargemaakt voor soortgelijke missies. Wat zij doen, dat doen wij, want zij zijn ook niet zichzelf. Zij zijn ons, net als wij hen zijn.”

Na een pauze voegde hij toe, “Op dit moment zijn zij niet onze prioriteit natuurlijk. We moeten ons richten op onze missie hier en de Stem anderen laten leiden zoals Hij dat wil.”

“We hebben elk iets om aan te bieden,” antwoordde ik. “Laat ons onszelf klaarmaken en onze gaven verzamelen voor het werk wat voor ons licht. Als ik voor mijzelf spreek, ik moet nog één keer teruggaan naar de berg om me volledig voor te bereiden op mijn deel van deze opdracht.”

“Ik zal een oproep doen voor een volksvergadering morgen,” zei Joshua. “We zullen de mensen bijeen verzamelen om onze blauwdruk voor het Koninkrijk te presenteren tezamen met onze opdracht.”

“Ik zal ook mijn verborgen schat opgraven,” zei Jozef. “Het is tijd om de vloek op te heffen, zodat de rechten van de Schepper hersteld mogen worden op de aarde en de mensen zullen leren om hun erfenis te beheren naar Zijn wil.”

Een tijdje stonden we daar tegenover elkaar en toen een ieder zijn laatste zegen aan de anderen had gegeven, gingen we uiteen in vrede en met grote hoop dat een betere wereld voor ons lag.

Voetnoten

87 – Exodus 21:6. Het Hebreeuwse woord priem is martsea, een instrument om te boren. Voor een geestelijke priem gebruik ik de vav, de zesde letter van het Hebreeuwse alfabet, wat ‘spijker’ of ‘pin’ betekent. De vav is ook een connector, die geestelijke eenheid brengt.

88 – Mozes kreeg een patroon voor de tabernakel (Exodus 25:9); David kreeg een patroon voor de tempel (1 Kronieken 28:19 - 1Chr 28:19).

89 – Efeziërs 4:15 (Eph 4:15).

90 – Mattheüs 6:10 (Mat 6:10).

91 – Johannes 15:15 (Joh 15:15).

92 – Psalm 40:6.

93 – Leviticus 4:23, 28.

94 – Exodus 12:5.

95 – Numeri 19:2 (Num 19:2).

96 – Galaten 3:28 (Gal 3:28).

97 – Genesis 3:20.

98 – Deuteronomium 19:15 (Deut 19:15).

99 – Exodus 20:18-20.

100 – Genesis 1:28.

101 – Mattheüs 23:19, 30 (Mat 23:19, 30).

102 – 1 Korinthiërs 12:26, 27 (1Cor 12:26, 27).